‘Vertel alleen ons verhaal’

Cas van Kleef (18) reist voor Spunk door Afrika. Hij krijgt 50 euro per dag, waarmee hij zichzelf en mensen in zijn omgeving moet redden. In deze aflevering wil hij in Egypte het verzet helpen.

Ik word zo giftig van die Hosni Mubarak. Toen ik bij de projecten van Plan (het vroegere Foster Parents Plan) langsging en het werk zag dat ze met gehandicapte kinderen doen, overviel me een oude frustratie. Waarom doet de overheid dit niet? Ik kan niet wennen aan het idee dat in sommige landen de overheid niet zorgt voor onderwijs, gezondheid of vuilnisophaaldienst.

De Egyptische president Mubarak is al vijfentwintig jaar aan de macht, en heeft het land naar de rand van de afgrond gebracht. De economie is slecht, er is nauwelijks persvrijheid, en er is maar één politieke partij toegestaan: die van Hosni. Elk dingetje dat ik doe, zou de Egyptische overheid duizend keer sneller en beter kunnen. Zij hebben miljarden te verdelen, ik maar vijftig euro. Er zit maar een ding op: ik moet de regering omver helpen.

Behalve de partij van Mubarak heb je enkele politieke groeperingen, maar die zijn illegaal. Via hen heb ik, denk ik, de beste kans om de regering omver te werpen. Terwijl ik informatie over ze opzoek, bekruipt me een angstig gevoel. Zou de Egyptische overheid doorhebben dat ik aan het graven ben? Lezen ze mijn e-mails? Luisteren ze mijn telefoongesprekken af? Na veel moeite kom ik contact met de vicepresident van de Labour Party, dr. Magdi, die me op zijn kantoor uitnodigt.

Hij lijkt niet op een vrijheidsstrijder en vertelt over zijn partij: „In 2000 hebben we een paar demonstraties tegen het regeringsbeleid georganiseerd, en vanaf dat moment is de Labour Party illegaal verklaard. Al onze bankrekeningen werden bevroren en onze kantoren gesloten. Ze lieten er een open, maar dat zit waarschijnlijk vol met afluisterapparatuur.”

Denkt hij dat we nu afgeluisterd worden? Magdi: „O, dat weet ik bijna zeker. Ze nemen denk ik al mijn gesprekken op.” Hij houdt z’n mobiele telefoon omhoog, „... maar ze weten dat ik tegen Mubarak ben. Ik ben voor de Labour Party!”

Nu gaat hij Mubarak nog even tarten. Ik ben veel te jong om gemarteld te worden.

Magdi: „Onze partij bestaat nog steeds, maar we worden flink tegengewerkt. Zo nu en dan wordt een van onze leden opgepakt, en zonder reden twee weken vastgehouden.” Is hij dan niet bang om gearresteerd te worden? Magdi: „Nee. Ik kan dit werk niet doen als ik bang zou zijn. Daarbij ben ik een professor op de universiteit van Kaïro. Als ik gearresteerd word, zullen de media het zeker melden. De regering is nu vooral geïnteresseerd in de moslimbroeders, een andere partij die steeds groter wordt. Daar arresteren ze aan de lopende band mensen van, omdat die partij een bedreiging begint te worden.”

De woede borrelt in me op. Ik wil helpen. Wat als ik nou een demonstratie help mee-organiseren? Magdi: „Nee. Het is heel gevaarlijk als een buitenlander zich met dit soort dingen gaat bemoeien. Als wij samen zouden demonstreren, worden we voor vijfentwintig jaar in de gevangenis gegooid. We houden onze partij daarom strikt Egyptisch.”

En als ik jullie nou geld geef om een organisatie te demonstreren? Magdi: „Het enige wat je voor ons kan doen is ons verhaal vertellen. Dat is de grens.”

Ik loop naar huis, en ben gefrustreerd en bang tegelijkertijd. Ik wil zo graag dat de Egyptenaren kritiek kunnen leveren op hun regering, maar het is gewoon te gevaarlijk om daar iets aan te doen. Mubarak blijft voorlopig zitten. In mijn hostel ga ik na of ik bij Magdi iets heb gezegd wat me in gevaar kan brengen. Ik heb commentaar geleverd op het regime, geprobeerd samen te spannen, en wil het verhaal van de Labour Party graag vertellen. Ik kan waarschijnlijk voor de komende eeuw wel de gevangenis in. Ik bedenk dus maar tientallen scenario’s voor als ik ontvoerd word. Wie moet ik bellen? Wie kan me helpen? ’s Nachts droom ik over schreeuwende politiemannen die mijn huis binnenkomen. Vooralsnog leef ik nog, en ben ik ook nog niet in de boeien geslagen. Maar op aanraden van Magdi pas ik toch maar een beetje op. Er zijn hier mensen voor minder verdwenen.