Stoppen met slalommen in de lucht

Een groot deel van het luchtruim is nu nog alleen toegankelijk voor militaire vliegtuigen. Dat belemmert de vorming van één Europees luchtruim, zoals de Europese Commissie wil.

Het Europese luchtruim raakt verstopt. Luchtverkeersleiding Nederland (LVNL) handelde afgelopen jaar een recordaantal vluchten af. En rustiger wordt het voorlopig niet in de lucht. Volgens KLM-directeur Peter Hartman zal het aantal vluchten in Europa jaarlijks toenemen van 9 miljoen nu tot 21 miljoen in 2025. De groei baart zorgen, want de oude luchtwegen boven Europa kunnen de drukte binnenkort niet meer aan. „Eigenlijk is dat bizar,” zegt Benno Baksteen, directeur van het Platform Nederlandse Luchtvaart, „want er is natuurlijk plaats genoeg in de lucht. We moeten het luchtruim alleen wel vrijmaken.”

Dat vindt de Europese Commissie ook. De Commissie wil een gezamenlijk Europees luchtruim vormen. Hiervoor wil de Commissie het luchtruim gaan herverdelen, om de groei van het luchtverkeer effectiever te organiseren. Zo moet er ruim baan worden gemaakt voor de drukste verkeersstromen in het luchtruim.

Baksteen is een groot voorstander van het plan van de Commissie. „De Europese luchtwegen zijn historisch zo gegroeid, maar het zijn vaak niet de kortste routes.” Hij denkt dat een „spectaculaire verbetering” mogelijk is. Baksteen: „De vliegafstanden kunnen met 10 procent worden verkort. Dat is gunstig voor de burger en voor de luchtvaartmaatschappijen. Bovendien zal het leiden tot minder vertragingen, goedkoper vliegen en minder uitstoot. Nadelen zijn er niet.”

LVNL-directeur Eric Kroese is het met Baksteen eens. Op aandringen van de Europese Commissie onderzoekt LVNL samen met luchtverkeersleidingsorganisaties uit België, Luxemburg, Duitsland, Frankrijk en Zwitserland hoe een grensoverschrijdende luchtruimstructuur kan worden vormgegeven. Kroese benadrukt ook het belang van het project voor de Nederlandse economie. „Schiphol heeft zijn mainportfunctie te danken aan het overstapverkeer, omdat wij grote verkeersstromen goed en snel kunnen verwerken. Als ons luchtruim verstopt raakt, kunnen we dat niet meer. Dan verliest Schiphol zijn concurrentiepositie en dat is desastreus voor de Nederlandse economie.”

Het plan voor de vorming van een pan-Europees luchtruim is niet nieuw. Integendeel, al sinds de jaren zestig wordt er al over gesproken, maar volgens Baksteen ontbreekt de politieke wil om het plan ook uit te voeren. Baksteen: „Formeel zeggen alle landen de vorming van een Europees luchtruim te steunen, maar achter de schermen willen veel landen de zeggenschap over het eigen luchtruim liever niet opgeven.”

Kroese erkent dat de onderhandelingen lastig zijn. Alle deelnemende partijen verdedigen volgens hem „legitieme belangen”. We moeten het werk van alle nationale luchtverkeersleidingscentra op elkaar gaan afstemmen en uiteindelijk moet het aantal controlecentra worden afgebouwd van ruim 60 nu tot ongeveer 15 in 2020.” Kroese geeft verder aan dat de enorme drukte in de lucht de invoering van een gemeenschappelijk Europees luchtruim verder bemoeilijkt. Kroese: „Het gaat om een van de drukst bevlogen regio’s ter wereld. ”

Van alle hindernissen lijkt de Europese samenwerking tussen de burger- en militaire luchtvaart echter de grootste. Kroese: „Om de verkeersstromen voor de burgerluchtvaart echt te verbeteren moeten we het hele Europese luchtruim herverkavelen, inclusief de militaire trainingsgebieden. Het blijft vaak onderbelicht dat de burgerluchtvaart nu om deze gebieden heen moet vliegen, omdat het geen militair luchtruim mag doorkruisen. Hierdoor slalomt de burgerluchtvaart in feite door de lucht. Door het sluiten, verplaatsen en samenvoegen van militaire gebieden, kan de burgerluchtvaart veel directere routes vliegen. Maar daar heeft de militaire luchtvaart natuurlijk geen zin in.”

Een woordvoerder van Defensie ontkent dat het ministerie met tegenzin meewerkt aan de haalbaarheidsstudie voor de vorming van een grensoverschrijdende luchtruimstructuur. „Van tegenzin is geen sprake. De opstelling van Defensie is constructief.” Volgens de woordvoerder is Defensie echter nog helemaal niet overtuigd dat het militaire luchtruim momenteel „in de weg ligt” van de burgerluchtvaart. „Dat moet nog maar blijken.” Mocht dit wel het geval zijn, dan wil Defensie alleen zijn oefengebieden verplaatsen als deze binnen een „bepaalde afstand” van de luchtmachtbases beschikbaar en benaderbaar zijn. Hoe groot die „bepaalde afstand” precies moet zijn, wil Defensie niet zeggen.

„Het is duidelijk een gevoelig punt voor de nationale luchtmachten”, zegt Eurocontrol-topman Jean-Robert Cazarré, „maar in principe is er geen reden waarom ze niet zouden samenwerken bij trainingen van militaire toestellen.” Ook Kroese vindt het een logische stap als de burgerluchtvaart een voorkeurspositie krijgt in de lucht. „De militaire gebruikers van het luchtruim hebben sinds de Koude Oorlog altijd een voorkeursbehandeling gehad. Dat zouden we nu maar eens moeten omdraaien. Ik begrijp best dat de militaire luchtvaart daar niet op zit te wachten, dus moeten we hen er bijslepen”, aldus Kroese.