Rookverbod

In België hebben ze het me eens proberen uit te leggen. „Neen, ge kunt op restaurant nergens meer roken, en in eetcafés alléén als minder dan eenderde van de kaart uit eten bestaat.”

Verwarring alom. In de praktijk moet je bij elk etablissement in Vlaanderen maar afwachten of er asbakken staan. Ik dacht altijd dat Nederland kampioen was in het opstellen van zulke grappige regeltjes (wiet is verboden, maar pas als je méér dan vijf wietplanten op je balkon hebt staan, kan vervolging volgen), maar dit keer lopen de zuiderburen voorop.

Maar wij zullen snel volgen, als het aan Koninklijk Horeca Nederland ligt: restaurants per 2008 rookvrij, cafés pas in 2011. Anti-rooklobby Stivoro ziet hier natuurlijk niets in en wil de hele boel in één keer rookvrij maken.

Ik denk niet dat dat gaat lukken, voor wat de cafés betreft in elk geval. Die rookvrije restaurants komen er moeiteloos. Ik weet nog hoe ik van mijn stuk gebracht was toen de treinen rookvrij werden. Inmiddels weet ik niet beter of het zou belachelijk zijn in treinen te roken. Met de restaurants zal het net zo gaan. Aanvankelijk ga je nog mokkend tussen twee gangen door naar buiten, net als bij verjaardagen, maar al gauw is die procedure de gewoonste zaak van de wereld.

Vorige week was ik in Italië, waar al sinds 2005 een algeheel rookverbod geldt, voor restaurants en cafés. Ja, daar kun je zoiets wel invoeren. Cafés bezoeken doe je er eigenlijk niet, je drinkt buiten, op de terrassen, waar in de koude maanden de gasverwarming aan gaat.

In Nederlandse cafés zal dat nooit gaan lukken. Drinken en roken in bedompte donkere ruimtes zijn voor de Nederlander even onlosmakelijk met elkaar verbonden als boerenkool en worst.

Daarnaast kun je je ook nog afvragen of het rookverbod überhaupt wel effectief is. Het Italiaanse onderzoekscentrum Ricerche per l'Economia e la Finanza (REF) onderzocht het, en bracht begin dit jaar de cijfers naar buiten. Wat bleek? De Italianen rookten in 2006 een miljoen kilo meer tabak dan vóór het rookverbod.

Christiaan Weijts

Winnaar Anton Wachterprijs 2006 met zijn boek Art. 285b.