Rijke mijdt jonge stad

Culturele voorzieningen maken een stad aantrekkelijk om in te wonen. En die ontbreken vaak in nieuwe steden als Almere. Rijke Almeerders gaan terug naar Amsterdam.

Rotterdam, 19 april. - Groningen, Tilburg, Den Bosch gaan een mooie toekomst tegemoet. Ze hebben een oude binnenstad, betaalbare huizen, parkeerplaatsen én een interessant cultureel aanbod. Dat laatste blijkt een belangrijk motief voor inwoners met een gemiddeld of bovengemiddeld inkomen om ergens te gaan wonen.

Groeikernen en nieuw gebouwde steden zoals Spijkenisse, Zoetermeer, Purmerend en Almere hebben zo’n interessant cultuuraanbod niet, zeggen onderzoekers van de Stichting Atlas voor gemeenten. Mensen met een gemiddeld of bovenmodaal inkomen vinden deze steden daardoor steeds minder aantrekkelijk om te wonen. Daardoor kan de leefbaarheid in die steden onder druk komen te staan, zegt Gerard Marlet, directeur van de stichting.

Vandaag heeft de stichting de gelijknamige Atlas voor gemeenten in Utrecht gepresenteerd. Daarin worden, nu voor de negende keer, vijftig gemeenten vergeleken op punten als de economische groei, huizenprijzen, aantrekkelijkheid van de woonomgeving, bevolkingssamenstelling en cultureel aanbod. Elke atlas heeft een thema, dit keer is dat cultuur. De onderzoekers concluderen dat mensen met midden- en hogere inkomens een stedelijke omgeving en het culturele aanbod belangrijk vinden. Zij zijn bereid om meer te betalen voor hun huis als er veel culturele voorzieningen in de buurt zijn. Daarmee bedoelen de onderzoekers overigens ook cafés en restaurants.

Het is overigens niet automatisch zo dat ze ook gebruikmaken van die voorzieningen. Bewoners van Utrecht gaan minder dan een keer per jaar naar het theater. Maar het aanbod moet er wel zijn, zegt Marlet. „Je loopt door de stad, en je hebt het gevoel dat je elk moment naar het theater, de bioscoop of uit eten zou kunnen gaan.”

Wat kan een stad als Almere (180.000 inwoners) doen om ook de hogere inkomens te lokken of vast te houden? Marlet zegt dat Almere niet kan ‘leunen’ op het culturele aanbod van Amsterdam. „Het is te ver, je kunt er niet parkeren en na een voorstelling in het concertgebouw is de laatste trein al weg.” Almere zal dus zelf een interessante stedelijke omgeving en cultureel aanbod moeten ontwikkelen. „En dat proberen ze ook, maar het kost veel tijd.” Ook om andere redenen staat een jonge stad als Almere onder druk, zegt Marlet. De ruimte is er niet oneindig meer, en de stedelijke problemen rukken op.”

De Almeerse wethouder Henk Smeeman (Cultuur, VVD) zegt dat hij het met de conclusies van de onderzoekers „sec” wel eens is, maar hij vindt ze achterhaald. „Wij hebben acht, negen jaar geleden aan zien komen dat de hogere inkomensgroepen zouden vertrekken als er niet een breed cultureel aanbod is. En daar hebben we dus iets aan gedaan.” In maart zijn in Almere een schouwburg, een kunstencentrum en een architectuurcentrum geopend. Maar het poppodium werd er al na drie maanden gesloten omdat het financieel onhaalbaar bleek. In het gebouw zit nu een disco, óók cultuur.

Per jaar keren enkele honderden Almeerders, met de betere inkomens, terug naar Amsterdam. Vooral de oostelijke eilanden, met hun interessante architectuur, zijn een concurrent van Almere geworden. En datzelfde geldt voor de eilandengroep IJburg bij Amsterdam, waar in 2015 zo’n 50.000 mensen kunnen wonen.

De gemeenten moeten hun cultuurgelden weloverwogen inzetten, staat in de atlas. Niet elke investering in cultuur heeft hetzelfde effect. Musea trekken vooral toeristen van buiten de gemeente en creëren dus werkgelegenheid. Dat is ook van belang voor de inwoners die zelf nooit het museum zullen bezoeken. Maar als ontmoetingsplek voor bewoners heeft het museum nauwelijks een functie, vooral doordat de meeste doordeweeks alleen tijdens kantooruren geopend zijn. Als een gemeente de midden- en hogere inkomens aan zich wil binden, kan ze beter in podiumkunsten investeren. En dan moet er óók geld zijn voor interessante programmering.

Meer informatie opatlasvoorgemeenten.nl