Prins wil minder oorlog, meer natuur

Kunstenaar Ralph Prins (83) werd bekend als maker van het Nationaal Monument, maar doet veel meer. Herinneringscentrum Westerbork eert hem met een overzicht.

De spoorrail op het voormalig kampterrein van Westerbork, waarvan de uiteinden naar boven steken, is een van zijn bekendste werken. Beeldend kunstenaar Ralph Prins (Amsterdam, 1923) maakte het Nationaal Monument in 1970.

Maar Prins kan meer, bewijst de overzichtstentoonstelling van zijn werk in Herinneringscentrum Kamp Westerbork in Hooghalen. Prins, die in 1944 vanuit Westerbork op transport ging naar Theresiënstad, is ook tekenaar, schilder, typograaf, portret- en theaterfotograaf en grafisch en monumentaal vormgever. Kunsthistorici typeren hem als een onafhankelijke geest met grote vrijheidsdrang. Voor zijn foto’s en vooral affiches, van onder meer theatergezelschappen, Unesco en Amnesty International (een recente, „You cannot put a rope around the neck of an idea”, waarbij de O een strop vormt), kreeg hij diverse prijzen.

Zelf vindt Prins dat hij te veel wordt vastgepind op zijn oorlogsmonumenten. Veel van zijn werk heeft niets met de oorlog te maken, stelt hij. Zijn meest bekroonde foto is die van prima ballerina Maya Plisetskaya van het Bolsjoi Theater in Moskou, die hij in 1966 na veel aandringen mocht fotograferen. Hij legde haar vast als gewone vrouw, met een handdoek om haar nek en zweetdruppels op het voorhoofd. Kunsthistoricus Hans van de Waal typeert Prins’ portretten als „psychoreportages”, foto’s die facetten van de ziel blootleggen.

Op de tentoonstelling, die Prins zelf samenstelde, zijn er diverse te zien. In 1964 gaf Van de Waal hem opdracht om voor het Prentenkabinet in Leiden bekende Nederlanders te portretteren. Op de expositie hangen onder andere foto’s van Adriaan Roland Holst en Willem Sandberg. Prins zegt zelf over zijn fotografie: „Een echte foto ontstijgt de afbeelding en geeft een nieuwe werkelijkheid weer, ook al lijkt die niet nieuw.” Als basis neemt hij de oogopslag. „Je bent bezig met wat er in de verpakking zit. Wie woont er in dat gezicht?” Er hangen op de tentoonstelling verder portrettekeningen van onder anderen Anne Frank, Virginia Woolf, Ravel en Matisse, portretten (in Siberisch krijt) van verscheidene rabbi’s en tientallen natuurfoto’s.

Prins zat op het Amsterdams Lyceum en de Joodse Kunstnijverheidsschool. Na de oorlog doorliep hij de Koninklijke Academie in Den Haag en werd hij lid van de Gebonden Kunstenaars Federatie. In de zomer van 1951 vertrok hij naar Parijs, waar hij zich liet inschrijven op de mimeschool van Etienne Decroux. Van hem leerde hij „de grammatica van de beeldende vakken”. Prins gaf les aan verschillende academies, onder meer tussen 1966 en 1986 aan de Academie voor Beeldende Kunsten Minerva in Groningen. Behalve door de mens is hij gefascineerd door de natuur en het dier. Onlangs was in het Duitse Essen zijn laatste tentoonstelling Holocaust Reflexionente zien.

„Maar ik heb geen zin om weer iets loodzwaars te laten zien”, zegt hij desgevraagd. „Ik wil de Holocaust niet kleiner maken dan hij is, ik wil de natuur vooral intenser maken dan hij is.”

De natuur staat voor Prins symbool voor een oerkracht die blijft bestaan, ondanks wat mensen elkaar aandoen. Prins werkt nog steeds in zijn atelier in Den Haag. „Gelukkig ben ik nog aan het werk. Ik ben blij dat ik daar nog zin in heb.”

Ralph Prins, een keuze uit 60 jaar werk in Herinneringscentrum Kamp Westerbork, tot 13 mei. Oosthalen 8, Hooghalen, tel. 0593-592600. Inl.: www.kampwesterbork.nl