Organen verwijderd bij Brits personeel

De Britse regering heeft gisteren een onafhankelijk onderzoek gelast naar de verwijdering van weefsel, botten en vitale organen bij overleden (oud-)werknemers van de Britse nucleaire opwerkingsfabriek Sellafield. Dit geschiedde zonder medeweten van familieleden.

De zaak heeft tot veel onrust geleid bij personeel van Sellafield en bij nabestaanden. De lichaamsdelen werden weggenomen voor onderzoek, naar wordt aangenomen om vast te stellen in hoeverre radioactieve straling bij hun dood een rol had gespeeld. Een en ander gebeurde op gezag van de patholoog-anatoom, die zoiets altijd kan laten doen in het geval hij iets onregelmatigs vermoedt bij iemands overlijden. Tot 2004 kon dat ook zonder medeweten van de familie.

British Nuclear Fuels (BNFL), de eigenaar van Sellafield, heeft inmiddels bevestigd dat het over 65 dossiers beschikt van voormalige medewerkers die tussen 1962 en 1992 zijn overleden en bij wie weefsel of lichaamsdelen werden weggenomen.

Volgens een BNFL-woordvoerder geschiedde dat in 56 gevallen op last van de patholoog-anatoom. In vijf andere gevallen gebeurde het op verzoek van advocaten van de familie van de gestorven oud-medewerker. Van vier gevallen is niet gedocumenteerd op wiens gezag er weefsel dan wel organen zijn weggehaald.

Sommige familieleden hebben al verontwaardigd gereageerd op de onthulling. Volgens het dagblad The Times verzekerden de autoriteiten nog in 1977 dat de installatie volkomen veilig was. Toch ging het onderzoek aan overleden oud-medewerkers, naar het lijkt in het geheim, gewoon door.

Er zijn door de jaren heen af en toe incidenten geweest in Sellafield. Het ergste nucleaire ongeval in de Britse geschiedenis had ook hier plaats, toen in 1957 brand uitbrak. Daarbij kwam een grote hoeveelheid radioactieve stoom vrij.