Opwarming van de aarde moet wél zorgen baren

Nu men het erover eens begint te worden dat het klimaat opwarmt door CO2-uitstoot, komt de discussie over de mogelijke gevolgen ervan op gang. Of de opwarming ook voordelen met zich mee zou kunnen brengen is daarbij niet vraag één. Veel dringender zijn de vragen hoe sterk die opwarming zal zijn, hoe snel ze zich zal voltrekken, en of de natuur en de menselijke samenleving het tempo van de veranderingen zullen kunnen bijbenen.

Als we niets aan de CO2 -uitstoot doen, zal volgens het laatste VN-rapport de aarde zo`n 6 graden opwarmen. Dat zou desastreus zijn. J. van Nederpelt schetst een eindsituatie die zou kunnen ontstaan als de opwarming beperkt blijft tot ongeveer 2 graden, en hij laat bovendien alle aanpassingsperikelen in de overgangsperiode buiten beeld (Opiniepagina, 17 april).

Het zal wereldwijd een uiterste inspanning vergen om de opwarming tot 2 graden te beperken, en als dat al zou lukken, zal die opwarming al voor het einde van deze eeuw een feit zijn. Voor veel ecosystemen is dat een zeer snelle verandering. Van de vorming van nieuwe uitgebalanceerde ecosystemen (`evolutie van ecosystemen` in van Nederpelts termen) kan in zo`n tijdsbestek geen sprake zijn.

Ook het aanpassingsvermogen van menselijke samenlevingen kent zijn grenzen. Zelfs in een ontwikkeld land als Frankrijk eiste de hete zomer van 2003 tienduizenden doden. Het is mogelijk dat de opwarming van de aarde ook voordelen biedt, maar het is nu niet het moment om daar eenzijdig de aandacht op te richten.