Ook voor de fans slaapverwekkend

Het WK cricket had voor de West-Indiërs een swingend feest moeten worden

Maar door hoge prijzen en strenge regels blijven veel stadions leeg.

Een eenzame Engelse fan, kort nadat Engeland is uitgeschakeld door Zuid-Afrika. (Foto Reuters) A lone England fan sits in the stands after his team lost to South Africa in their World Cup cricket Super Eights match in Bridgetown April 17, 2007. MOBILES OUT, EDITORIAL USE ONLY REUTERS/Darren Staples (BARBADOS) REUTERS

Zelfs echte cricketfans raken nog eerder geboeid door Ulysses van James Joyce dan door het wereldkampioenschap cricket, schreef een Australische recensent onlangs in de Sydney Morning Herald. Dat was geen late erkenning van het vuistdikke meesterwerk van de Ierse schrijver.

Zelfs in een cricketland als Australië, al sinds 1999 ongeslagen tijdens wereldkampioenschappen, lopen weinig mensen warm voor het evenement dat vijf weken geleden begon. Dat heeft niet alleen te maken met het ongunstige tijdstip (midden in de nacht) waarop de duels te zien zijn. De cricketkalender is de laatste jaren dankzij sponsors en tv-stations zó vol geraakt dat een gemiddelde fan niet meer weet naar welk toernooi hij zit te kijken, met oneindige reeksen wedstrijden tussen dezelfde landen, vooral India, Engeland, Australië, West-Indië en Zuid-Afrika.

Voor Australië geldt bovendien dat de nationale ploeg al een jaar of tien zóveel beter is dan de rest dat het eindresultaat voorspelbaar is. Ook nu zijn de marges waarmee de Aussies winnen weer enorm; ze lijken gapend op weg naar hun vierde achtereenvolgende WK-finale.

Dat maakt een WK van 51 wedstrijden, uitgesmeerd over zeven weken, er niet spannender op. Het toernooi duurt weer een week langer dan de vorige eindronde in Zuid-Afrika (2003). De organisatie wil geen wedstrijden tegelijkertijd laten afwerken, om commerciële redenen.

De internationale cricketbond (ICC) krijgt er ondertussen geweldig van langs vanuit de landen. Voor de bevolking van de West-Indische landen dreigt het toernooi dat had moeten swingen als de calypso, te verdrinken in een moeras van teleurstellingen.

De toon werd al gezet met de bizarre, nog onopgeloste moord op de Pakistaanse bondscoach Bob Woolmer, kort na de onverwachte uitschakeling van het land in de groepsfase. Maar ook vóór dat misdrijf waren de fonkelnieuwe stadions op de tropische eilanden al leeg en stil. Zelfs voor de topper tussen de West-Indies en Australië was het Sir Vivian Richards Stadium op Antigua nog niet voor de helft uitverkocht. „Een heel grote teleurstelling”, vond de aanvoerder van de Windies, Brian Lara.

De lege stadions zijn vooral te danken aan de toegangsprijzen – tot 75 euro – voor een wedstrijd, onbetaalbaar voor de doorsnee-inwoner van Antigua of Grenada.

Daarnaast werden tal van barricades opgeworpen tijdens de wedstrijden, omwille van de televisie, de sponsors, of de eigen inkomsten. De organisatie verbood het doorgaans trommelende en luidkeels zingende West-Indische publiek hun muziekinstrumenten mee te nemen naar de stadions – waarmee de lol er ook voor buitenlandse spelers en supporters af was. Ook het meebrengen van eigen eten en drinken werd verboden; juist dát bepaalt de charmes van het Caraïbische cricket, zoals Wimbledon zichzelf niet is zonder aardbeien, champagne en regen.

‘Life is a carnival’ klinkt een ritmisch gezongen intro dagelijks op de zender Sky Sports, maar in de stadions is daar weinig van terug te zien. Zelfs de oude pindaverkoper werd verdreven van de tribunes waar hij jaren zijn waren verkocht; hij moest eerst 225 euro betalen voor het recht om tijdens het WK pinda’s te verkopen.

De voormalige West-Indische bowler Curtly Ambrose, tegenwoordig reggaegitarist, zei onlangs dat de organisatie alle West-Indische ingrediënten uit het evenement had verwijderd. „Wij zijn gewend aan muziek en eten maken op de tribunes. En de toegangsprijzen zijn belachelijk hoog.”

De ICC houdt zich vooral bezig met „geld verdienen en regels maken, en kiest partij voor kortzichtige commerciële belangen ten koste van het normale menselijke fatsoen, laat staan lokale kleur”, schreef cricketjournalist Tim de Lisle eerder deze maand in een column op de website Cricinfo. „De bazen van de sport hebben hun eigen feestje geruïneerd door hun inhaligheid.”

Veel supporters klagen daarnaast over te veel oninteressante wedstrijden, enerzijds door de deelname van kleine landen als Nederland, Bermuda en Ierland, anderzijds door de onverwachte uitschakeling van India en Pakistan in de groepsfase. Commercieel gezien was dat niet alleen een ramp voor de organisatie, het leidde zondag ook nog tot een nagenoeg leeg stadion in Bridgetown, Barbados, waar de affiche van de clash tussen India en Pakistan noodgedwongen was vervangen. Degenen die een kaartje hadden bemachtigd moesten het doen met het duel der cricketdwergen, Ierland en Bangladesh.

Alsof de toeschouwers bij het WK voetbal waren beroofd van de deelname van Argentinië en Frankrijk, en in plaats daarvan warm moesten lopen voor Togo en Oekraïne. Halverwege de Iers-Bengaalse ontmoeting werden zelfs de poorten van het stadion van Barbados opengezet om voorbijgangers gratis binnen te laten. De inwoners van het eiland, dat zelfs rotondes naar cricketers vernoemt, lieten zich geen twee keer uitnodigen en stroomden massaal toe.

Sinds deze week staat de organisatie het hele arsenaal aan trompetten, fluitjes en trommels weer toe op de tribunes – het wordt zelfs aangemoedigd. De vraag is of het nog op tijd goed komt, maar de voortekenen zijn positief: in hetzelfde stadion van Barbados, waar op 28 april de finale wordt gespeeld, waren gisteravond bijna 26.000 fans getuige van een feest met dans en muziek tijdens de wedstrijd tussen Engeland en Zuid-Afrika.