Ook reptiel bedreigd in regenwoud

Niet alleen kikkers en salamanders, maar ook reptielen kampen in het laaglandregenwoud van Costa Rica met een raadselachtige, maar razendsnelle achteruitgang.

Vergelijkbare reducties zijn voor amfibieën eerder gevonden in de hogergelegen tropische bossen van Centraal-Amerika en Zuid-Amerika. Maar de achteruitgang van de reptielen komt als een verrassing. Dat concluderen Amerikaanse biologen uit een inventarisatie van de dichtheid van deze diersoorten in een ongerept deel van het plaatselijke oerwoud.

In het wetenschappelijke tijdschrift Proceedings of the National Academy of Sciences schrijven Steven Whitfield van Florida International University in Miami en zijn collega’s dat het aantal amfibieën en reptielen dat in het gebied op de grond leeft tussen 1970 en 2005 met 75 procent is afgenomen.

Volgens de auteurs is het onwaarschijnlijk dat, zoals eerdere publicaties stelden, een schimmel het reptielenprobleem geheel kan verklaren. Reptielen hebben van die schimmel (Batrachochytrium dendrobatidis) geen last. Een andere mogelijkheid is dat de dichtheid van gevallen bladeren is afgenomen. Die bladeren bieden reptielen en amfibieën voedsel en een schuilplaats.

De onderzoekers geloven dat de hoeveelheid afgevallen bladeren van bomen zou kunnen teruglopen door een warmer en natter klimaat.

In cacaoplantages nam het aantal amfibieën en reptielen per vierkante kilometer sinds 1970 juist toe met respectievelijk 4 en 2,7 procent. Onder de bomen van cacaoplantages ligt vaak een stevig dek van dode bladeren.

De auteurs noemen de achteruitgang van amfibieën een van de belangrijkste problemen in het mondiale natuurbehoud. Eenderde van alle 1856 bekende amfibiesoorten wordt bedreigd. Sinds 1980 zijn er waarschijnlijk 120 soorten uitgestorven. Naast klimaatverandering speelt ook het verlies van leefgebieden en het daarin binnendringen van vreemde soorten een rol.

Onderzoekers schreven in januari in het wetenschappelijke tijdschrift Nature dat dit te verklaren zou zijn uit het feit dat de leefomstandigheden voor de schadelijke schimmel optimaal zijn op een hoogte tussen 1.000 en 2.400 meter.

In die redenering past niet dat Whitfield de sterke teruggang in aantallen nu ook heeft ontdekt in laaglandregenwoud.