Nieuwe Europese ‘grondwet’ blijkt lastig op te lossen puzzel

Nederland krijgt Britse en Poolse steun voor zijn aanpak van de crisis over de Europese Grondwet. Wat zijn precies de knelpunten van een nieuw verdrag? Een „ingewikkelde sudoku”.

Rotterdam, 19 april. - Alle Europese ogen zijn gericht op Berlijn. Slaagt Angela Merkel, de Duitse bondskanselier, erin een uitweg te vinden uit de crisis rond de Europese Grondwet? Nog twee maanden scheiden haar van de junitop. Dan moeten de Europese regeringsleiders het, onder Merkels voorzitterschap, eens zijn over een Fahrplan (route) naar een nieuw Europees verdrag.

Allemaal kouwe drukte, schreef Europachroniqueur ‘Charlemagne’ vorige week in The Economist. Dat de Europese Unie onbestuurbaar wordt als er niet snel een nieuw verdrag komt, noemt hij „de grootste euromythe van dit moment”. In het bestaande verdrag zou nog voldoende rek zitten om het EU-bestuur te verbeteren.

Maar daaraan heeft Merkel geen enkele boodschap. De andere EU-regeringen trouwens ook niet. Vorige maand nog, bij de viering van het vijftigjarig bestaan van de EU, bevestigden zij elkaar in „het streven de Europese Unie voor de verkiezingen voor het Europees Parlement in 2009 een vernieuwde gemeenschappelijke basis te geven”.

Een nieuwe aanloop naar een nieuw verdrag dus, voor de tweede keer in zes jaar. Staatssecretaris Frans Timmermans (Europese zaken, PvdA) spreekt van een „ingewikkelde sudoku”. Hier volgen de voornaamste hindernissen:

Doel – Sinds het ‘nee’ van Frankrijk en Nederland in 2005 tegen de Grondwet tekenen zich twee stromingen af. De ene telt achttien EU-landen, die het document inmiddels hebben geratificeerd en dit zo veel mogelijk overeind willen houden.

De andere stroming verklaart de Europese Grondwet „dood” en wil niet verder gaan dan enkele noodzakelijk geachte aanpassingen van het bestaande EU-verdrag van Nice, dat in februari 2003 in werking trad. Deze landen willen een ‘wijzigingsverdrag’ zonder grondwettelijke pretenties en zonder verwijzingen naar Europese symbolen als hymne en vlag. In dit kamp zitten behalve Nederland en Frankrijk, ook Groot-Brittannië, Polen en Tsjechië.

Resteren vier landen: Denemarken, Ierland, Portugal en Zweden. Hun regeringen staan, volgens EU-voorzitter Duitsland, positief tegenover de Grondwet. Maar van dit viertal wordt geen echte oppositie verwacht als het bij een wijziging van bestaande verdragen zou blijven.

Stemverhouding –De Europese Grondwet is een compromis. Het meest complex zijn de afspraken over (onder andere) een kleinere Europese Commissie, de zetelverdeling in het Europees Parlement en de stemverdeling tussen de lidstaten in de Raad van EU-ministers (die beslist over Europese wetgeving). Vrijwel alle EU-landen willen dit compromis intact laten, maar Polen maakt bezwaar. Bedingt Warschau een concessie, dan zullen ook andere landen aanvullende eisen stellen. Zo hebben de drie Baltische staten laten weten dat zij dan willen vasthouden aan het huidige model met ‘één Commissaris uit elke lidstaat’. Dan zou het compromis op losse schroeven komen te staan.

Bevoegdheden – Uit het ‘wijzigingskamp’ is Nederland het eerste land dat over de EU-bevoegdheden positie heeft gekozen. Op terreinen die „bij uitstek in hoofdzaak tot het nationale domein behoren” wenst Den Haag „een scherpere afbakening tussen het nationale beleid en dat wat de EU aanvullend zou kunnen ondernemen”. Volgens het kabinet: pensioenen, sociale zekerheid, belastingen, cultuur, onderwijs, gezondheidszorg en corporaties.

Als nationale afspraken op deze terreinen de vrije concurrentie op de Europese markt niet vervalsen, dan moet ‘Brussel’ ze ongemoeid laten, vindt Den Haag. Duidelijkheid over afbakening van bevoegdheden zou soelaas kunnen bieden.

Klimaat –Het klimaat komt er in de Europese Grondwet bekaaid af. Maar vorige maand (9 maart) werden de EU-regeringen het eens over drie tamelijk ambitieuze doelen: 20 procent minder broeikasgas CO2, 20 procent meer energiebesparing en 20 procent schone energie (allemaal voor 2020 en ten opzichte van 1990).

De EU-landen zijn het er wel over eens dat deze ambities verankering verdienen in een nieuw of gewijzigd EU-verdrag. Maar hoe? Aanvulling van de teksten over milieu en energie uit de EU-grondwet, lijkt de meest kansrijke optie.

Democratie –In de Europese Grondwet wordt de positie (bevoegdheid en zeggenschap) van het Europees Parlement versterkt. Daarnaast krijgen de nationale parlementen meer invloed op Europese regelgeving en krijgen burgers een mogelijkheid om zelf regelgeving te initiëren. Verschillende landen, waaronder Nederland, vinden dat nationale parlementen (nog) meer mogelijkheden moeten krijgen om Europese wetgeving tegen te houden.

Grenzen – Definitieve geografische grenzen heeft de EU niet. Zij staat in beginsel open voor alle Europese staten die haar waarden eerbiedigen en uitdragen. Verschillende landen willen meer waarborgen voor strikte toepassing van de uitbreidingsregels. Zo verlangt Nederland expliciete opname van de toetredingscriteria (over democratie, rechtsorde, markteconomie en de monetaire unie) in een wijzigingsverdrag. Dit lijkt niet onoverkomelijk.

Grondrechten – Het Handvest van de Grondrechten maakt integraal onderdeel uit van de Europese Grondwet. Sommige regeringen vinden dat bij nader inzien geen geslaagde combinatie. In een wijzigingsverdrag hoort het niet thuis, vindt ook Nederland. Aan de inhoud zou ook recht gedaan kunnen worden door het Handvest op te nemen in een apart protocol. Maar de nog betrekkelijk jonge EU-democratieën in Zuid- en Oost-Europa hechten juist wel aan opname van de grondrechten in een nieuw Europees verdrag.