Met één been in Brussel

Esther de Lange , lid van het Europees Parlement. Foto EP EPA

DEN HAAG, 19 APRIL. - Het Europees Parlement heeft er een nieuw gezicht bij: de Nederlandse Esther de Lange. Sinds een week is zij lid van de christen-democratische fractie in het Europees Parlement, de Europese Volkspartij. De Lange (32) volgt Albert Jan Maat op, die voorzitter is geworden van de werkgeversorganisatie voor de agrarische sector, LTO. De Limburgse, geboren in Spaubeek, was een aantal jaren beleidsmedewerker van Maat. Ze is vast van plan de burger meer bij Europa te betrekken.

Hoe?

„In dezelfde week dat ik europarlementariër kon worden, bleek ik voor het Europese concours te zijn geslaagd. Dat is voorwaarde om als ambtenaar bij een van de Europese instellingen te kunnen werken. Wil ik ambtenaar worden in Brussel of ben ik liever politicus, vroeg ik me af. Ik heb bewust voor het laatste gekozen. Ik wil met één been in Brussel staan en met het andere in Nederland, juist om een brug te slaan. Net als Britse politici ga ik een spreekuur houden waar ieder met vragen terecht kan.”

Waarom bent u gekozen?

„Als beleidsmedewerker van Maat heb ik de nodige ervaring met de Europese problematiek en als CDA-kandidaat heb ik campagne gevoerd voor de Europese Parlementsverkiezingen. In de werkgroep landbouw van de CDA-jongeren ben ik vertrouwd geraakt met de agrarische sector. Bij de campagne voor de Europese Grondwet heb ik trouwens gemerkt dat Nederlanders niet tegen Europa zijn. Ik wil een constructieve dialoog voeren over wat de EU wél moet doen en niet bij alles ‘nee’ roepen.”

Wat bent u van plan?

„Ik wil me toeleggen op landbouw, de begroting en burgerlijke vrijheden. De Europese Commissie komt binnenkort met nieuwe wetgeving op het gebied van vaccinatie. Dat is opletten geblazen.”

Waarom?

„Het beleid was altijd: niet enten. Ik ben juist groot voorstander van preventieve vaccinatie. De Nederlandse situatie waarbij 26 gevallen van de ‘gekkekoeienziekte’ BSE werden ontdekt en 285.000 dieren moesten worden afgemaakt mag zich niet meer herhalen. Europa moet veel beter op zoiets voorbereid zijn. Wil je voorkomen dat landen op een aantal gebieden hun problemen op elkaar afschuiven is Europees beleid eenvoudig noodzakelijk.”