Kroes staat sterk tegen het bierkartel

Heineken, Bavaria en Grolsch willen de boetes aanvechten die ze gisteren wegens kartelafspraken kregen. Ze hebben twee maanden en tien dagen de tijd om in beroep te gaan bij de Europese rechter.

Bierbrouwers Heineken, Grolsch en Bavaria wisten gisteren al binnen twee uur dat ze in beroep zouden gaan tegen de boetes voor de kartelafspraken, maar advocaat Marc van der Woude van kantoor Stibbe geeft hun weinig hoop. „De kans dat Europees Commissaris Neelie Kroes in deze zaak onderuit gaat, is statistisch klein.”

Gisteren deelde Kroes 273 miljoen euro boete uit aan drie Nederlandse brouwers, omdat ze Europese mededingingsregels hebben overtreden. Ze acht bewezen dat het trio, samen met het Belgische Inbev (Jupiler, Hoegaarden), tussen 1996 en 1999 afspraken heeft gemaakt over de hoogte van bierprijzen in Nederland. Inbev hoeft niets te betalen, omdat het bedrijf heeft geklikt. Heineken moet 219 miljoen euro betalen: een record voor een Nederlands bedrijf.

De brouwerijen vinden de straffen „buiten proportie” (Grolsch), „excessief” (Heineken) en spreken over een „heksenjacht” (Bavaria), maar advocaat Van der Woude, specialist mededingingsrecht, denkt niet dat de brouwers veel van deze boetes krijgen afgeknabbeld voor de rechter. „Inbev is een professioneel bedrijf: ik ga ervan uit dat ze goed materiaal hebben geleverd aan de Europese Commissie.”

Als de brouwers over ruwweg twee weken al het materiaal van de Europese Commissie ontvangen, krijgen ze twee maanden en tien dagen om in beroep te gaan bij de Europese rechter. Daarna moeten ze drie à vier jaar wachten tot hun zaak dient. Als ze in hoger beroep gaan bij het Europees Hof duurt het nog twee jaar langer.

Vroeger kwam het nog wel eens voor dat ondernemingen flinke korting kregen op boetes. Dat is volgens Van der Woude voorbij. „Weliswaar hoefde Dresdner Bank onlangs helemaal niets meer te betalen, maar ik schat dat bedrijven uiteindelijk van de rechter gemiddeld 10 procent korting krijgen op hun boete.” Hij zegt dat de rechters de laatste tijd de Commissie vaker steunen.

Van der Woude is sceptisch over de argumentatie van brouwers, zoals van Heineken. Dit stelde gisteren dat er niets aan de hand was, omdat de inkoopprijzen voor de horeca in de genoemde periode zijn gestegen „in lijn met de inflatie”. Behalve dat de prijsafspraken vóór deze periode kunnen zijn gemaakt, meent Van der Woude dat het juridisch niet uitmaakt of kartelbijeenkomsten effect hebben: „Het gaat erom of er afspraken zijn gemaakt met het doel de prijs hoog te houden.”

Advocaat Tom Ottervanger van Allen & Overy zegt niets over zijn cliënt Heineken, maar verdedigde onder meer vele Nederlandse bedrijven in Europese rechtszaken. Volgens hem let de rechter vooral op drie zaken: zijn de ten laste gelegde feiten bewezen, was er op de desbetreffende markt sprake van ongezonde concurrentie, en is de hoogte van de boete fair?

Beide advocaten stellen dat de Commissie en Europese rechters de afgelopen jaren slordiger zijn geworden. „Deze zaak heeft twee jaar stilgelegen, omdat ambtenaren van Kroes met andere dingen bezig moesten”, zegt Ottervanger. „Ondertussen zijn er hogere boetes ingevoerd.”

Van der Woude vindt het „fundamenteel oneerlijk” dat de Commissie zeven jaar mag onderzoeken, maar de verdachte concerns slechts twee maanden en tien dagen de tijd krijgen om een beroepsschrift te maken. „Vervolgens ligt het vier jaar bij de rechter in Luxemburg voordat het eens in behandeling wordt genomen.”

Kroes benadrukte gisteren dat ze kartels hard wil aanpakken. „Ondertussen staat Heineken wel jaren te boek als boef”, zegt Van der Woude. „Als de rechter beslist dat dat niet terecht was, zit Kroes al lang met pensioen in haar zomerhuisje op Texel.”