Komt er een einde aan de uitbuiting?

Minister Donner wil per 1 mei de grenzen openen voor Oost-Europese werknemers.

Vandaag debatteert de Kamer met de minister over de randvoorwaarden hiervoor.

Een Poolse werknemer kwam vorig jaar in een Nederlandse betonfabriek om het leven door slechte veiligheidsmaatregelen. Het bedrijf aanvaardde geen aansprakelijkheid, want het slachtoffer was via een Poolse onderaannemer ingehuurd. Behoort zo’n situatie tot het verleden als de grenzen open gaan?

De Tweede Kamer debatteert hier vanmiddag over met minister Donner (CDA, Sociale Zaken). De bewindsman wil per 1 mei de verplichte tewerkstellingsvergunning afschaffen voor werknemers uit tien Midden- en Oost-Europese lidstaten die in 2004 zijn toegetreden tot de Europese Unie.

De grenzen zouden eigenlijk al opengaan op 1 januari. Dat werd verschoven naar 1 maart. Beide keren concludeerde de Kamer dat het zogenoemde ‘flankerend beleid’ nog niet op orde was: maatregelen die ervoor moeten zorgen dat de buitenlandse werknemers geen oneerlijke concurrentie vormen voor Nederlanders, en dat de nieuwe werknemers niet worden uitgebuit.

Gelijk loon voor gelijk werk is een eerste vereiste. Werknemers uit de nieuwe lidstaten moeten in elk geval het minimumloon betaald krijgen. Een werkgever kan rekenen op een boete (maximaal 6.700 euro per onderbetaalde werknemer) als hij op nalatigheid wordt betrapt. De Arbeidsinspectie, die de boetes zelf zal uitdelen, gaat een lik-op-stuk-beleid voeren.

In sectoren waarin een collectieve arbeidsovereenkomst (cao) geldt, hebben buitenlandse werknemers in dienst van een Nederlandse werkgever, recht op het cao-loon. Ook de andere cao-bepalingen gelden voor hen, zoals de werktijden en vakantiedagen.

Gaat de Arbeidsinspectie dat allemaal controleren? Nee, zegt Peter Koppe, beleidsadviseur arbeidsmarkt bij de vakcentrale FNV. „Daar zijn wij zelf primair verantwoordelijk voor, samen met de werkgevers. Maar als we op een misstand stuiten, drukken we – figuurlijk – op een rode knop. Dan gaat de Arbeidsinspectie er op af.”

In de bouw- en uitzendsector hebben de sociale partners al gezamenlijke bureaus handhaving opgericht. „Maar in de agrarische sector en het transport werken werkgevers minder goed mee”, zegt Koppe.

Ook goede huisvesting valt onder ‘flankerend beleid’. Vorige maand kwamen twee Polen om het leven bij een brand in een bungalowpark met vakantiehuisjes in West-Friesland, waar zeshonderd Polen bleken te wonen. Zij werkten bij agrarische bedrijven in de omgeving. Goede huisvesting is een verantwoordelijkheid van de werkgevers, het toezicht erop een taak van de gemeenten en de inspectie van Volkshuisvesting. Nu let het Centrum voor Werk en Inkomen nog op, maar dat is straks afgelopen.

De vier grote steden trokken vorige maand aan de bel bij de Kamer, omdat ze vrezen dat het in hun achterstandsbuurten straks krioelt van de Polen in krotwoningen. Maar minister Donner heeft laten weten dat in die delen van het land waar de meeste Oost-Europeanen neerstrijken gemeenten extra scherp moeten controleren. Het rijk helpt met het zoeken van passende woonruimte bijvoorbeeld in voormalige asielzoekerscentra.

Kunnen de grenzen dan nu zonder problemen open? De Kamerleden Eddy van Hijum (CDA) en Ton Heerts (PvdA) vinden in ieder geval dat de boetes voor het ontduiken van het minimumloon omhoog moeten. Ook verwijzen ze naar het ongeluk met de Pool in de betonfabriek. „Wat is in zulke gevallen de verantwoordelijkheid van het Nederlandse bedrijf, de inlener”, zegt Van Hijum. „Nu kon de Arbeidsinspectie niet optreden, dat is een probleem.” Maar de grenzen moeten open, vinden ze. „Dichthouden schaadt de betrekkingen met de nieuwe lidstaten”, zegt Van Hijum. „En Nederlandse werkgevers zitten te springen om personeel.”