Knabbelen aan het systeem

Rijk aan olie, door en door corrupt en een graaicultuur zonder weerga. Maar in Nigeria hopen sommigen op verandering. De verkiezingen zaterdag illustreren dat. Anderen hebben de hoop al lang opgegeven.

De manager in de Nigeriaanse hoofdstad Abuja vertelt waarom in de hotelkamers van meer dan 100 euro per nacht geen handdoeken liggen: „De kosten van de wasserij werden te hoog.” De klant is sprakeloos. In een chic restaurant legt de kok uit waarom de geserveerde kip bedorven is: „In Nigeria valt de elektriciteit vaak uit en werken de koelkasten niet.” De klant is misselijk. De werknemer van een Nigeriaanse luchtvaartmaatschappij deelt mee dat de vliegtuigen van het bedrijf wegens mankementen aan de grond staan en de verkochte tickets waardeloos zijn. De berooide klant is machteloos.

In Nigeria lijkt alles anders. De servicesector geeft geen service, politici stelen verkiezingen, ambtenaren ontvreemden miljarden dollars, politieagenten bestelen voorbijgangers, generaals verkopen afgetapte olie op de zwarte markt en militante jongeren strijden tegen uitbuiting door werknemers van buitenlandse bedrijven te gijzelen en het losgeld in eigen zak te steken. „Het is een typische Nigeriaanse manier van doen en denken. De uitdaging is hoe weer normaal te worden”, zegt zakenman Osaze Osifo in Lagos.

Waaraan de jonge politicus Kayode Fayemi in de deelstaat Ekiti toevoegt: „Na jarenlange militaire repressie begonnen onze normen en tradities uiteen te vallen, we hebben geen weet meer wat de standaard in de wereld is.”

Na acht jaar burgerbestuur onder president Olusegun Obasanjo blijkt Nigeria nog steeds niet in staat eerlijke en vrije verkiezingen te organiseren en behoort het tot de meest corrupte staten ter wereld. Het verkiezingsbedrog door politici is schaamteloos, de diefstal van overheidsgelden loopt in de miljarden dollars. En toch valt er een begin van veranderingen waar te nemen, in de eerste plaats geleid door jonge zakenlui uit de diaspora en door een handjevol politici.

„We knabbelen aan het systeem”, zegt een politiek adviseur van de regering in Abuja. „We winnen terrein”, beaamt zakenman Osaze Osifo, „wij woonden tijdens de militaire dictatuur in het buitenland en behoren niet tot de politieke en financiële netwerken. We kunnen ons onttrekken aan de corruptie.”

De 39-jarige Osaze Osifo draagt een swingende bril en spijkerbroek en loopt op teenslippers in zijn kantoor met glazen wanden. Hij handelt in aandelen. „Zodra je iets hebt bereikt in Nigeria word je de hemel in geprezen, vleiers feliciteren je in paginagrote krantenadvertenties met je verjaardag en organiseren dure diners. Je wordt niet op je prestaties beoordeeld en ingekapseld in een corrupt systeem.” Ondernemers worden rijk door import waarvoor ze vergunningen hebben die met corruptie van de overheid verkregen zijn. Ze produceren niets, maar verdienen wel veel geld. „Als je eerlijk wil blijven in Nigeria moet je ver van de overheid blijven. Wij behoren tot een nieuwe generatie en laten zien dat je wél kan produceren, we fabriceren bijvoorbeeld cement of voedsel en voor het eerst bieden Nigeriaanse bedrijven op de beurs aandelen aan, vroeger deden alleen buitenlandse ondernemingen dat.”

Hoe krijg je goed bestuur als alle generaties van na de olie-boom in de jaren zeventig alleen slecht bestuur hebben gekend? Privatisering is voor Osaze Osifo het sleutelwoord. Hij prijst president Obasanjo voor de ruimte die hij vooral in diens tweede ambtstermijn gaf aan de privésector. „In alle openheid mochten voor het eerst bedrijven een bod doen voor het verkrijgen van vergunningen in de mobiele telefoniesector. Vroeger zou dat onderhands door de politieke elite zijn geregeld.”

De president hervormde de banksector en de overgebleven banken zitten nu niet meer op hun geld maar investeren voor het eerst voor hun klanten. „De bankiers maken geschiedenis in Nigeria. Zij lopen voorop bij de verandering, zij vervullen een voortrekkersrol waar in andere landen de politici of de predikers de leiding nemen.”

Obasanjo is ongeliefd bij de bevolking door zijn dictatoriale stijl en zijn gemanipuleer vorig jaar om zijn ambtstermijn te verlengen. Voor velen symboliseert hij de arrogantie van de Nigeriaanse elite die baadt in rijkdom en decadentie terwijl de meerderheid van de bewoners tot de allerarmsten van het continent behoren. „Tja”, zegt Osaze Osifo met een zuur lachje, „hij is een beetje ondemocratisch geworden. Maar op die manier wist hij wel de superboeven van de macht te houden en mensen van de privésector banen in de regering te geven.”

Ken Wiwa is zoon van de in 1996 door generaal Abacha opgehangen schrijver en activist Ken Saro-Wiwa. Ken Wiwa is politiek adviseur van Obasanjo, die in zijn morgen te verkiezen opvolger Umaru Yar’Adua een garantie ziet voor de voortzetting van de voorzichtig op gang gekomen hervormingen. „Yar’Adua zal het karwei klaren”, zegt Ken Wiwa overtuigd, „alleen van binnenuit valt het systeem te reinigen. Dat gaat verschrikkelijk langzaam, maar zelfs mieren kunnen een olifant verscheuren.”

De hervormers van binnenuit geloven dat de noodzakelijke coalitie van schurken en technocraten uiteindelijk Nigeria weer gezond kan maken. De hervormingsgezinde kandidaat voor de deelstaatverkiezingen in Ekiti, Kayode Fayemi, was in ballingsschap in Londen hoofd van een actiegroep voor goed bestuur en democratie. „Op korte termijn doe je soms dingen die niet deugen”, luidt zijn verklaring waarom hij deelnam aan de deelstaatverkiezingen afgelopen zaterdag. Ook Kayode Fayemi gaf smeergeld, ook hij liet zich gebruiken door godfathers van de elite. Fraude kenmerkte de verkiezingen in zijn deelstaat en vermoedelijk daarom verloor hij van de kandidaat van de regeringspartij.

Paul Kalu is econoom. Na zijn jeugd in het buitenland probeert hij nu eerlijk zaken te doen in Nigeria. „Het is moeilijk, je raakt gemakkelijk besmet, dit land is zo door en door corrupt.” In tegenstelling tot Kayode Fayemi koestert hij geen enkel vertrouwen in de politiek. „Het apparaat is zo monsterlijk groot”, verzucht hij. „Om je kandidaat te stellen heb je miljoenen dollars aan smeergeld nodig. Welk eerlijk mens kan dat opbrengen? Nee, de hoop op spoedige politieke hervormingen heb ik allang opgegeven. Alleen de privésector kan Nigeria redden.”