Kings of Leon

Toegegeven, de Kings of Leon zouden een goede popmelodie nog niet herkennen als ze erover zouden struikelen. Maar een geramde sound is ook wat waard. En die hebben de verwanten Followill (Caleb, Nathan en Jared aangevuld met neef Matthew) op hun derde cd tot in perfectie opgeruwd.

Dat Caleb Followill zijn stem onderhoudt met een dieet van glassplinters en zonden was bekend. Maar de band is vergeleken met eerder werk tot nieuwe hoogten gegroeid. Voller en schrijnender, stoerder en dampender: de drummer hakt, de bas rommelt, de gitaar worstelt en komt boven. Daaroverheen murmelt Caleb zijn gekwelde observaties, om soms uit te barsten in gekrijs – alsof hij zich iets vreselijks realiseert. Dat is dan meestal iets wezenloos hippieachtigs als ‘She stole my karma, oh no’. In Engeland zijn de Amerikaanse broers uit de Zuidelijke Staten (hun vader was rondreizend prediker) tot helden uitgegroeid. En dat is terecht. Want de popsongs mogen dan ontbreken, de sound is prachtig. En de Kings of Leon hebben de flair van popgoden. Je zou ze bijna geloven.

Hester Carvalho

Kings of Leon, Because of the Times (Sony/BMG)