‘Irakezen moeten kunnen vluchten’

In Irak volgt de ene bomaanslag op de andere. Maar de buurlanden willen geen Iraakse vluchtelingen meer. Dat is volgens Bill Frelick van Human Rights Watch onterecht, al zitten deze landen al vol Irakezen.

Er zijn nu zeker vier miljoen Iraakse vluchtelingen en ontheemden. Deze week werd in Genève een grote VN-conferentie over hun lot gehouden. Maar de vier bomaanslagen die gisteren in Bagdad rond de 190 mensenlevens eisten, roepen de vraag op: hoeveel miljoenen komen daar nog bij? Kúnnen zij nog vluchten? En waarheen dan?

Die vraag houdt Bill Frelick, de directeur Vluchtelingenpolitiek bij de mensenrechtenorganisatie Human Rights Watch (HRW), die deze week ook in Genève was, steeds meer bezig. „Het is wrang,” zegt hij. „De wereld begint eindelijk te ontdekken dat zich hier een enorme vluchtelingencrisis voltrekt: twee miljoen Irakezen zijn naar buurlanden gevlucht, twee miljoen zijn in eigen land op drift. En uitgerekend op dit moment gooien Iraks buurlanden de grenzen dicht.”

Volgens Frelick is dit misschien verklaarbaar, maar tegelijkertijd is het principieel onjuist: „Vluchten is een mensenrecht. Je kunt je niet het lot van 1,2 miljoen Irakezen in Syrië en 800.000 Irakezen in Jordanië aantrekken en tegen de achterblijvers zeggen: ‘Sorry, jullie moeten in Irak blijven.’ Die mensen zitten als ratten in de val. Voor hen geldt net zo goed het internationale principe van non-refoulement: volgens het internationale recht mogen mensen die in nood grenzen over vluchten, niet teruggestuurd worden.”

Maar Frelicks pleidooi vindt in Jordanië en Syrië weinig gehoor. Toen hij laatst naar Syrië wilde om te praten met Iraakse vluchtelingen, werd hem een visum geweigerd. Jordanië liet hem binnen. Overheidsfunctionarissen waren echter zo ongelukkig met Frelicks kritiek op het groeiende aantal uitwijzingen van Irakezen, dat zij afspraken met hem afzegden. „Deze twee landen hebben al onder Saddam honderdduizenden Irakezen onderdak geboden. Irakezen werden getolereerd; ze zorgden voor zichzelf. Iedereen liet hen begaan. Maar nu de stroom aanzwelt, de vluchtelingen armer worden en de kans op snelle terugkeer kleiner wordt, verandert dat. De politieke bezorgdheid is enorm.”

Zijn Syrië en Jordanië bang om met de vluchtelingen ook de chaos van Irak naar hun landen te importeren?

„Velen geloven dat het conflict niet tot Irak beperkt blijft, ja. In Jordanië kwam de omslag al in november 2005, toen drie hotels in Amman werden getroffen door zelfmoordaanslagen. Na die aanslagen begonnen de deportaties. Mannen tussen zeventien en 35 jaar werden geweigerd. Het visumbeleid werd strikter, er kwamen extra voorwaarden voor verblijfsvergunningen, enzovoorts. Toen ik er de laatste keer was, werd vrijwel iedereen aan de grens en op het vliegveld teruggestuurd. Jordaanse beambten vragen of iemand sunniet is of shi’iet. Shi’ieten worden geweigerd, sunnieten en christenen ook steeds vaker. Palestijnen uit Irak komen er helemáál niet in. Ik hoor dat Syrië nu ook Irakezen tegenhoudt.”

Volgens de VN ontvluchten 40.000 mensen maandelijks Irak. Waar moeten zij dan heen?

„Dat is mijn grootste zorg op het moment. Het is belangrijk dat rijke landen eindelijk praten over de vraag hoe ze Iraks buurlanden kunnen helpen met de opvang. Jordanië en Syrië worden opgezadeld met een probleem dat ze zelf niet hebben veroorzaakt. Dat vooral de VS en Groot-Brittannië verantwoordelijkheid moeten dragen en niet alleen Iraks buren, lijkt mij evident. Tegelijk moeten we rekening houden met nieuwe vluchtelingen en ontheemden. Het antwoord op deze enorme humanitaire crisis kan niet zijn dat we eindelijk gaan zorgen voor die vier miljoen en de rest beletten om óók een veilig heenkomen te zoeken.”

Hoe zit het in andere landen in de regio?

„Saoedi-Arabië bouwt voor zeven miljard dollar een hightech muur langs de grens met Irak. Iemand van het ministerie van Binnenlandse Zaken vertelde ons in november: ‘Wij accepteren geen vluchtelingen. Waarom lossen de VS het probleem niet op?’ Koeweit weigert Irakezen de toegang. Egypte heeft er 150.000, maar wordt steeds restrictiever. Zo moeten Irakezen naar de Egyptische ambassades in Amman en Damascus om visa te vragen. Ik sprak een sunnitische Iraakse van veertig, die vorige zomer naar Amman vloog nadat haar man voor haar ogen was vermoord en ontmand. Zijzelf was verkracht door acht mannen. Van die vlucht mochten twee mensen Jordanië in; de rest werd teruggestuurd. Zij werd toegelaten, niet wegens haar gruwelijke verhaal, maar omdat ze een visum voor Marokko had en ze de douane vertelde dat ze op doorreis was.”