Heractiveren IJzeren Rijn betrof de rekening

In het uitstekende artikel over de IJzeren Rijn (12 april) staat een onjuistheid die niet onbelangrijk en bovendien hardnekkig is. Er staat dat de aanspraak die België maakte op het reactiveren van het tracé van de IJzeren Rijn door Limburg bevestigd zou zijn door het Permanente Hof van Arbitrage in Den Haag. Dat is echter niet het geval.

Nederland heeft zich tegenover België in de loop van de jaren negentig - juridisch bezien volstrekt onnodig - op het standpunt gesteld dat België met recht aanspraak op de heringebruikneming van het tracé kon maken. De juistheid van dat standpunt was, vanuit juridisch perspectief, omstreden. Deze Nederlandse erkenning was dan ook een politieke beslissing van de Nederlandse minister van Verkeer en Waterstaat en een - juridisch aanvechtbaar - cadeau voor België.

De zaak bij het Hof van Arbitrage ging uitsluitend over de vraag wie de rekening van de reactivering moet betalen. Nederland is aan die procedure begonnen met de positie dat België inderdaad recht had op het IJzeren Rijntracé. Het Hof van Arbitrage heeft die beoordeling dan ook als uitgangspunt genomen en niet zelf als zijn oordeel geformuleerd.