Generaal Berlijn: missie Uruzgan loopt achter

De Nederlandse militaire missie in de Afghaanse provincie Uruzgan verloopt in veel opzichten moeizamer dan was gehoopt, met name wat betreft het verwerven van steun van de lokale bevolking. Dat verklaarde de hoogste Nederlandse militair, generaal Dick Berlijn, gisteren. Volgens een intern document van Defensie levert eventuele verlenging van de missie met een jaar ernstige technische en personeelsproblemen op.

Volgens Berlijn bestaan er geen onmiddellijke plannen voor uitbreiding van de Nederlandse ‘inktvlek’ in Uruzgan, die nu is beperkt tot drie geürbaniseerde gebieden. Misschien kan de geplande komst van Australische ‘special forces’ helpen de invloedssfeer van de ISAF-missie uit te breiden, aldus de generaal, maar een beslissing daarover is aan de Nederlandse commandant ter plaatse. De kritiek van de NAVO-bondgenoten in Zuid-Afghanistan dat de Nederlanders de Talibaan niet genoeg aanvallen, is geen aanleiding tot actie, meent hij: „Het allerstomste zou zijn om ons nu te laten pushen om grote risico’s te nemen.”

Berlijn schetste op zijn eerste briefing dit jaar over Uruzgan een bescheiden beeld van de effecten van de Nederlandse aanwezigheid. Ten aanzien van vermindering van de invloed van tegenstanders en lokale krijgsheren, inzetbaarheid van het Afghaanse leger en groei van de lokale economie signaleerde Berlijn een positieve tendens. Op andere gebieden, zoals wetshandhaving of inzetbaarheid van de Afghaanse politie, is van geen vooruitgang sprake.

Het vandaag in De Telegraaf uitgelekte rapport, waarin wordt gewaarschuwd voor ‘mijdgedrag’ van militairen en gebrek aan materieel en reserveonderdelen in het geval van verlenging van de missie, is volgens een woordvoerder van Defensie een eerste ambtelijke verkenning op laag niveau, en geen eindconclusie.