Gemene bloemen

Niels van Eijk en Miriam van der Lubbe maakten een tank van varens voor de Salone del Mobile in Milaan.

„Het is een soort lego, van bloemen en planten.”

Dat Nederland bloemenland nummer één is, wordt in tien dagen tijd twee keer in Italië aan de wereld duidelijk gemaakt. Met Pasen verzorgde het Bloemenbureau Holland eerst de bloemenzee op het Sint Pietersplein in Rome. Na de zegen Urbi et Orbi sprak ook paus Benedictus XVI de woorden die voorganger Johannes Paulus II al 21 keer had gesproken: ‘Bedankt voor die bloemen.’

Bij de Salone del Mobile, de internationale meubelbeurs die gisteren in Milaan begon, trekt de Nederlandse sierteeltsector op geheel andere wijze de aandacht. Stonden in Vaticaanstad in het Westland gekweekte azalea’s, prunussen en sneeuwbollen in de pauselijke kleuren geel en wit, in het centrum van Milaan staat tot en met maandag een gevechtstank van varens en klimop, een drieënhalve meter hoge beer van cactussen en witte calandiva en een groot insect van heide en paarse lelies. „Met bloemen en planten kan je veel meer doen dan ze in een vaas of op de vensterbank zetten”, zegt Niels van Eijk, die de bloemenfiguren samen met zijn compagnon Miriam van der Lubbe heeft ontworpen.

Voor het derde achtereenvolgende jaar kreeg het jonge ontwerpduo een opdracht van het Bloemenbureau Holland. Net als de vorige keren presenteren zij zich bij de Superstudio Più in de Via Tortona, één van de drukbezochte hotspots in de stad waar gedurende de beurs tal van ontwerpers en toonaangevende merken hun nieuwste werk laten zien.

Twee jaar geleden bedachten Van Eijk en Van der Lubbe een spraakmakende bloemenwand voor het Nederlandse meubelmerk Moooi. Met 4.500 kamerplanten maakten ze een bloemenversie van Het laatste avondmaal, van Leonardo da Vinci. Vorig jaar verzorgde het ontwerpersduo een ‘floraal theaterstuk’. Zes dagen lang paradeerden vier in bloemenjurken gehulde modellen door de Via Tortona. Zo droeg ‘Miss Sensuous’ een 200 kilo wegende ‘jurk’ gemaakt van duizenden rozen, anthuriums en chrysanten. Fotografen en filmploegen buitelden over elkaar heen om de modellen vast te leggen.

Dat sierteeltproducten en design onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn, wil de sector niet alleen aan lezers van design- en interieurbladen duidelijk maken. Het Bloemenbureau richt zich nadrukkelijk op de duizenden ontwerpers en stylisten die naar Milaan komen om nieuwe indrukken op te doen. „Hier bereik je in zes dagen alle beslissers op designgebied”, zegt Monique Kemperman van Het Bloemenbureau.

Leverde de promotie in Milaan de afgelopen jaren al tastbare effecten op? Dat is moeilijk meetbaar, zeggen de betrokkenen. Van Eijk. „Een meubelfabrikant kan aan het eind van de beurs zeggen dat hij tienduizend stoelen heeft verkocht. Met een bloemenwand werkt het anders.”

Wellicht dat de installatie van dit jaar wél tot meetbare resultaten leidt. Want voor het eerst presenteren Van Eijk en Van der Lubbe in Milaan een product. Hun tank en beer maakten zij namelijk van stapelbare bloembakken, die zij zelf ontwikkelden. Van Eijk: „Een soort lego, maar dan voor bloemen en planten. De elementen zijn van polypropeen, een kunststof die licht, sterk en waterdicht is. Op een snelle, goedkope manier kan je er fleurige scheidingswanden of figuren mee bouwen.”

En waarom zou je daar een tank en een monsterlijk groot insect van maken? Van Eijk: „Waarom zou je bloemen alleen voor schoonheid gebruiken? Bloemen lenen zich ook goed voor gemene onderwerpen.”

Niels van Eijk en Miriam van der Lubbe: www.ons-adres.nl