...en propagandakoning

Nederlandse media moeten zich grondig voorbereiden op hun verslaggeving over China tijdens de Spelen in Peking.

Propaganda ligt op de loer.

China schendt vele mensenrechten. Zo kun je in het land zelfs voor belastingfraude ter dood worden veroordeeld. Ook hebben Chinezen een zeer beperkte vrijheid van meningsuiting en worden velen zonder eerlijk proces gevangen gezet. De Nederlandse media besteden nauwelijks aandacht aan deze onderwerpen. China is in de berichtgeving vooral het land waar de economische groei jaarlijks rond de negen procent ligt. Dat is een eenzijdig beeld. China zou evenwichtiger moeten worden belicht, zeker als het land tijdens de Olympische Spelen het wereldnieuws gaat domineren.

Organisaties als Human Rights Watch en Amnesty International hebben mensenrechtenschendingen gerapporteerd die direct gelieerd zijn aan de Olympische Spelen. Zo zijn er Chinezen gedwongen hun huis uit gezet om ruimte te creëren voor de Olympische faciliteiten en om het stadsbeeld te zuiveren. Een van de gedupeerden is Ye Guozhu. Nadat hij zijn huis was uitgezet, vroeg hij aan de autoriteiten permissie om een demonstratie tegen de uitzettingen te organiseren. Daarop werd hij gearresteerd en veroordeeld tot vier jaar gevangenisstraf. Volgens Amnesty International is hij gemarteld. Zo zou hij zijn geslagen, met zijn armen aan het plafond zijn gehangen, en met elektrische schokken zijn bewerkt.

Een ander voorbeeld is het zogenoemde ‘heropvoeding-door-arbeid-programma’. Op basis van dit programma kan de politie zonder tussenkomst van een rechter mensen naar een werkkamp sturen; ook voor ‘minder belangrijke’ overtredingen waar in het Chinese strafrecht geen sancties op staan, zoals illegaal reclame maken, handeldrijven zonder vergunning, folders uitdelen, landloperij of bedelarij. Vorig jaar besloten de plaatselijke autoriteiten van Peking dit programma aan te wenden om – met het oog op de Spelen – het imago van de stad op te schonen.

Opvallend genoeg hebben Nederlandse media deze gebeurtenissen niet opgepakt. ‘Positieve’ berichten uit China kwamen daarentegen wel aan bod. Zoals het nieuws dat de buitenlandse pers sinds 1 januari 2007 de Chinese autoriteiten niet meer om toestemming hoeft te vragen om iemand te interviewen. Het is echter nog maar de vraag hoe deze nieuwe regel wordt toegepast. De overheid hebben nu al aangekondigd dat de regel direct na de Olympische Spelen zal worden teruggedraaid.

En bovendien, geldt de versoepeling van het interviewbeleid ook voor gevoeliger zaken? Toen de versoepeling net een feit was, probeerde een journalist van Reuters de mensenrechtenadvocaat Zheng Enchong uit Shanghai te interviewen. Zheng werd in juni 2006 vrijgelaten, na drie jaar cel. Hij was veroordeeld voor zijn steun aan gedupeerden van gedwongen huisuitzettingen. Een maand na zijn vrijlating kreeg Zheng huisarrest. De bewaker voor zijn huis zei tegen de journalist van Reuters dat er geen interview plaats kon vinden „omdat Zhengs politieke rechten hem waren ontnomen”. De bewaker ontkende bovendien dat de regels waren veranderd. Kennelijk hangt het van de lokale autoriteit af in hoeverre de regels daadwerkelijk zijn veranderd. Deze zaken komen zelden voor in de berichtgeving over de regelwijziging.

Doordat China nauwelijks onafhankelijke media kent, zijn buitenlandse verslaggevers aangewezen op het Chinese staatspersbureau Xinhua. Het positieve beeld dat Xinhua schetst, zal worden versterkt door de pracht en praal in het opgeschoonde Peking, waar de ene wolkenkrabber nog hoger is dan de andere. Daarom moeten journalisten die in 2008 voor de Spelen naar Peking gaan, zich grondig voorbereiden. China verdient het om evenwichtig en naar waarheid te worden belicht.

Arend Hulshof is freelance journalist en voltooide begin 2007 een scriptie over persvrijheid in China voor de Fontys Hogeschool voor Journalistiek in Tilburg.

Bezoek de site van staatspersbureau Xinhua (Engelstalig) op xinhua.org/english