EK voetbal 2012 in Polen en Oekraïne

Polen en Oekraïne zijn niet vertrouwd met de organisatie van grote kampioenschappen.

De afstand tussen de verst van elkaar gelegen speelsteden is 2.000 km.

De Europese voetbalfederatie UEFA heeft het Europees kampioenschap voor 2012 toegewezen aan Polen en Oekraïne. Acht van de twaalf leden van het uitvoerende comité gaven hun stem aan twee voormalige Oostbloklanden en vier kozen voor Italië. De derde kandidaat, Hongarije en Kroatië, kreeg geen stem.

De uitslag van de stemming is overeenkomstig de wens van de nieuwe UEFA-voorzitter Michel Platini om kleine voetballanden meer macht te geven. Maar de keuze voor Polen en Oekraïne is niet zonder risico, omdat beide landen niet vertrouwd zijn met het organiseren van grootschalige sportkampioenschappen en geen van de twaalf stadions nog aan de standaardeisen voor het EK voldoet. Daarnaast moet de infrastructuur aanzienlijk worden verbeterd in een gebied waar de afstand tussen de verst van elkaar gelegen speelsteden 2.000 kilometer is. Maar in de landen zelf wordt dat als een relatief klein probleem gezien. „Geloof me, in vijf jaar bouwen we een nieuw land op”, zei voorzitter Hrihoriy Surkis van de Oekraïense voetbalbond gisteren in Cardiff, waar de UEFA bijeen was.

De keus voor Polen en Oekraïne is ook in (sport)politiek opzicht saillant. De wereldvoetbalfederatie FIFA dreigt het Poolse elftal met een schorsing, nadat de regering het bestuur van de voetbalbond heeft afgezet wegens nalatigheid bij corruptie en beïnvloeding van wedstrijden in de nationale competitie. Intussen zijn er in verband met die schandalen 70 arrestaties verricht.

In de Oekraïne is sprake van politieke spanningen. Die zijn toegenomen sinds president Viktor Joesjtsjenko tot groot ongenoegen van zijn politieke tegenstander, premier Viktor Janoekovitsj, het parlement heeft ontbonden en voor volgende maand nieuwe verkiezingen heeft uitgeschreven.

Maar de Polen en Oekraïeners hadden gisteren even geen aandacht voor de problemen in hun land. De toewijzing van het EK werd enthousiast ontvangen. Oud-kampioen polsstokhoogspringen Sergei Bubka, die tegenwoordig IOC-lid en voorzitter van het nationale olympisch comité van Oekraïne is, noemde het besluit van de UEFA „een opmerkelijk succes voor ons land.” En in Polen liet voormalig vakbondsleider, president en Nobelprijswinnaar Lech Walesa weten uitzonderlijk blij te zijn. Hij verwacht dat zijn land in vele opzichten baat bij het EK zal hebben.

Leo Beenhakker, de Nederlandse bondscoach van Polen, vond het terecht dat nu eens niet is gekozen voor een gevestigd voetballand als Italië. Hij vergeleek de situatie met Portugal voor het EK in 2004. „Portugal had ten tijde van de verkiezing ook geen goede stadions en een slechte infrastructuur, maar alles was op tijd klaar. En van al die aanpassingen hebben ze nu nog profijt”, zei hij tegen het persbureau ANP. „Polen heeft veel potentie, maar de omstandigheden hier, zowel op als buiten het veld, lopen enorm achter.”

In het Italiaanse kamp werd niet verrast gereageerd op de uitslag. Sinds het omkopingsschandaal en de dood van een politieman bij supportersrellen op Sicilië waren de verwachtingen aanzienlijk getemperd. „De uitslag verbaast me niet en het is evenmin een catastrofe”, zei voorzitter Antonio Matarrese van de Italiaanse voetbalbond tegen het televisiestation La7. „Alle schandalen hebben onze kandidatuur geen goed gedaan.” Giovanna Melandri, de Italiaanse minister van Sport, zag nog een andere oorzaak. „Het besluit is ook ingegeven door de wens de macht in het Europese voetbal te verbreden. Dat kan door de voorkeur te geven aan de kandidatuur van twee landen. Het is een trend sinds Nederland en België samenwerkten en het EK in 2008 in Zwitserland en Oostenrijk wordt gehouden.