Een film als muziek

Peter Sellars vroeg zeven regisseurs om een film te maken voor het Mozart-jaar.

Sommige hielden niet eens van de Weense componist. Maar dat gaf niks.

Sommige van de regisseurs die door curator en theatermaker Peter Sellars werden gevraagd om een film te maken voor het Mozart-jaar, híelden niet eens van de Weense componist, of kenden zijn werk nauwelijks. Tsai Ming-liang houdt meer van sentimentele Chinese musicalliedjes en Apichatpong Weerasthekul van elektronische pop. Bahman Ghobadi is de Koerdische chroniqueur van de ‘liederen uit het land van zijn moeder’. En díe laten ze in hun bijdragen aan het New Crowned Hope-project horen.

Maar dat was geen belemmering. Integendeel. Als ze maar met film konden wat Mozart met muziek kon: toveren. Als ze de ogen van hún tijdgenoten maar net zo bedrieglijk konden plezieren als hij de oren van de zijne. Als ze zich maar zouden bezig houden met wat volgens Sellars de thema’s van Mozarts laatste drie grote werken (Die Zauberflöte, La clemenza di Tito en het Requiem) zijn: magie en transformatie, waarheid en vergiffenis, en ceremonies voor de doden. En zo leidde Sellars’ tegendraadsheid ertoe dat in oktober in Wenen zeven van de beste films in première konden gaan die filmjaar 2006 heeft opgeleverd. Van zeven van de meest gezichtsbepalende regisseurs die de huidige wereldwijde artcinema kent: Hamaca Paraguaya van Paz Encina (uit Paraguay), Meokgo and the Stickfighter van Teboho Mahlatsi (Zuid-Afrika), Daratt van Mahamet-Saleh Haroun (Tsjaad), Half Moon van Bahman Ghobadi (Koerdistan), Opera Jawa van Garin Nugroho (Indonesië), Syndromes and a Century van Apichatpong Weerasethakul (Thailand) en de film die als eerste uit de reeks in de Nederlandse bioscopen uitkomt: I Don’t Want to Sleep Alone van Tsai Ming-liang uit Maleisië.

Afgelopen Filmfestival Rotterdam waren ze ook al te zien, een beetje verstopt in het programma. Het Belgische filmfestival Open Doek, dat vanaf vrijdag een week lang in Turnhout plaatsheeft, toont ze trots allemaal in één programma. Het zijn een hoop namen, met een hoop medeklinkers, maar ze zijn de moeite van het onthouden waard, want het zijn de namen van filmmakers die prijzen winnen op internationale filmfestivals als Berlijn, Cannes en Venetië.

Maar of het nu het de sobere dodenmis is die debuterend regisseuse Paz Encina houdt in de schaduwen van een Paraguayaans oerbos – waar een man en een vrouw sinds eeuwig wachten op de terugkeer van hun zoon uit de oorlog – of de duizelingwekkende mix van klassiek en pop, Oosters en Westers in Opera Jawa, meer nog dan hun thematische verwantschap, of hun gelijkgezinde mentaliteit, valt op hoe al deze films stilistisch eensgezind zijn. Ze houden de camera op afstand en draaikolken daarmee de blik van de toeschouwer naar binnen. Het is niet zo gek dat Sellars deze filmmakers vroeg Mozart te herdenken, want hun films laten zich als muziek begrijpen en ervaren: via ritme, cadans, stilte, duur, melodie en tegentonen. Na I Don´t Want to Sleep Alone komen nog het wraakverhaal uit Tsjaad Daratt (17 mei) en de muzikale reis van Koerdistan naar Irak in Half Moon (9 augustus) in de Nederlandse bioscopen. Ook Syndromes and a Century verdient daar een plekje. Het is een hommage van de regisseur aan zijn ouders, die beiden arts waren. Vorige week werd bekend dat de film niet in Thailand vertoond kan worden omdat de censor niet akkoord gaat met scènes waarin een Boeddhistische monnik gitaar speelt en met een vliegende schotel speelt of een groepje artsen whisky drinkt. In Nederland is de film niet aangekocht omdat men bang is dat de bioscoopbezoeker hier niet van films houdt die over glimlachen over de kleur groen gaan, en het verschil tussen zonlicht en kunstlicht, dat je niet logisch kunt navertellen, maar wel heel logisch voelt.