‘Echte Curaçaoënaars verkopen eiland niet’

Curaçao kiest morgen een nieuwe eilandsraad. De inzet is hoog: het afscheid van Nederland en de toekomst van de Antillen. In de arme wijk Seru Fortuna delen politici T-shirts en karbonades uit. Maar de premier komt niet.

Oranje vlaggen hangen aan lantaarnpalen langs de kronkelige weg naar Seru Fortuna, bij de Curaçaose luchthaven Hato. Het is half acht ’s avonds en al donker in de wijk, een arme buurt van een stuk of vijfhonderd piepkleine volkswoningen. Hier plaatste de overheid dertig jaar geleden de armste gezinnen van het eiland. Groepjes buurtbewoners slenteren heen en weer tussen de snèk, een openlucht bar annex kruidenier, en het goedverlichte kantoortje van de lokale lootjesverkoper.

Ook Zuzainie Jozef (20) hangt rond. Met haar twee meter tien is ze moeilijk over het hoofd te zien. Zuzainie wil weg uit Seru Fortuna, Fortuinberg in het Nederlands. Ze wil naar school of aan het werk. Maar dat lukt niet. „Het eerste wat ik nodig heb is een paar goede schoenen", zegt ze. Met het afgetrapte paar aan haar voeten kan ze niet gaan solliciteren. „Schoenmaat 45. Misschien kan een politieke partij me eraan helpen.”

Curaçao is in de ban van de verkiezingen. Op alle vijf Antilliaanse eilanden wordt morgen een nieuwe eilandsraad, vergelijkbaar met een Nederlandse gemeenteraad, gekozen. Maar op Curaçao is de verkiezingsstrijd het spannendst. „De meest cruciale verkiezingen van dit decennium”, aldus premier Emily de Jongh-Elhage. „Bepalend voor de richting die wij inslaan voor onze toekomst.”

Morgen kiest Curaçao tussen een Nederlandse of een Curaçaose, meer Latijns-Amerikaans georiënteerde, bestuursstijl. Dat laatste staat voor: creativiteit, spontaniteit en zorgen dat iets werkt met toevallig aanwezig materiaal. De Curaçaose auteur Boeli van Leeuwen noemt dat ‘geniale anarchie’. Die stijl staat dichterbij de gangbare modellen in de regio – zoals het socialisme van Hugo Chávez van buurland Venezuela – dan bij het Nederlandse.

Curaçao kiest morgen ook voor of tegen de Slotverklaring. In die overeenkomst met Nederland over de opheffing van de Nederlandse Antillen per eind 2008 wordt Curaçao’s staatsschuld gesaneerd, in ruil voor toezicht op de overheidsfinanciën, de rechtshandhaving en een deugdelijk bestuur. Die schuld bedraagt 2,4 miljard euro voor de hele Antillen, maar het overgrote deel staat op het conto van Curaçao.

Sint Maarten, Bonaire, Saba en Sint Eustatius zijn akkoord met de Slotverklaring, maar Curaçao verwierp het voorstel. Alleen de meer zakelijke, op Nederland gerichte PAR, het bedrijfsleven én de veelal witte, welgestelde Curaçaose bovenlaag stelden zich er vierkant achter.

Sindsdien speelt de altijd sluimerende fragmentatie van het eiland weer op. Politici gooien olie op het vuur door te wijzen op de raciale verschillen en te benadrukken dat „echte Curaçaoënaars” hun eiland niet aan Nederland verkopen. Charles Cooper, van de sociaal-democratische MAN, is het felst. Hij ziet ook wel alternatieven voor de schuldsanering. Zoals de verkoop van de Curaçaose raffinaderij aan het Venezolaanse staatsoliebedrijf PdVSA en het Amerikaanse bedrijf Valero.

De uitkomst van de verkiezingen is ongewis: volgens de peilingen zijn de voor- en tegenstanders van de Slotverklaring in een nek-aan-nek race verwikkeld. Voorlopig is alleen zeker dat de Nederlandse Antillen als staatsverband worden opgeheven. Curaçao en Sint Maarten willen dan een ‘status aparte’: autonomie binnen het koninkrijk, net als Aruba sinds 1986. Bonaire, Saba en Sint Eustatius (de K3) worden ‘bijzondere gemeenten’ in Nederland. Sint Maarten en de K3 krijgen van Nederland een half miljard euro „voor een gezonde startpositie”.

Zuzainie Jozef uit Seru Fortuna is er nog niet uit wat ze gaat stemmen. Ze staat op een veldje tussen de snèk en het lootjeskantoor. Daar voert de PAR vanavond campagne. Een unicum, want de partij komt niet veel in de achterstandswijken. „Het is een partij voor de rijken”, zegt een omstander. Maar vanavond komt PAR-premier Emily de Jongh-Elhage, de spreekwoordelijke moeder van het volk, naar Seru Fortuna.

Nummer elf op de PAR-lijst, Malvina Cecilia, draait de toegestroomde buurtbewoners alvast warm. Alle ogen zijn gericht op een doos met in de partijkleur geel gedrukte T-shirts, die rijkelijk worden uitgedeeld. „Verkiezingstijd”, zegt señora Lina, ook een inwoonster van Seru Fortuna, „is voor de meeste mensen een manier om wat extra’s te scoren.” Een maand geleden kwam een PAR-politicus nog zakken met karbonades uitdelen. Maar die bleken niet goed: de halve buurt werd er ziek van.

In Seru Fortuna leven veel bewoners met hun kinderen van een uitkering: 35 euro per maand, na aftrek van de belangrijkste kosten. Het schoolgeld voor bijvoorbeeld een mbo-opleiding (ruim 1500 euro per jaar) is voor de meeste moeders niet op te brengen. „Dus onze kinderen kunnen twee dingen doen: in de drugs gaan of stelen”, zegt señora Lina. Als Nederland écht iets wil doen, menen enkele omstanders, dan moet het zorgen dat kinderen ongelimiteerd naar school kunnen. Tot 18 jaar, alles betaald. Ook zou Nederland de Curaçaose politici rekenschap moeten laten afleggen over geleend geld.

Het zijn allemaal speerpunten van de PAR. Toch trekt de partij niet veel kiezers in Seru Fortuna. Zuzainie bijvoorbeeld, is vóór de PAR, maar tégen een grotere Nederlandse invloed. Zuzainie: „Nederland neemt onze schuld over, maar dan moeten we wel naar hun pijpen dansen. Zoals twee mannen met elkaar laten trouwen. Dat kan echt niet.”

Tegen elf uur ’s avonds wordt de inmiddels zeer levendige discussie afgebroken. Verschillende andere partijen zijn de achterstandswijk ingereden. Het wordt onveilig, oordeelt Malvina Cecilia van de PAR. Lijsttrekker Emily de Jongh-Elhage is niet komen opdagen. „Ik denk dat ze bang is”, zegt een omstander. Malvina Cecilia zegt dat ze gaat kijken wat ze kan doen aan de schoenen voor Zuzainie Jozef. Het gaat mij er niet om dat ze op me stemt, zegt ze, „ik wil dat ze naar school gaat.” Als het meezit, heeft de PAR vanavond tóch een paar stemmen in de wacht gesleept in Seru Fortuna.