Donner: met kloof is niets mis

Pogingen om de vertegenwoordigende democratie te verbeteren, met een referendum of een gekozen burgemeester, werken averechts. De vertegenwoordigende democratie is geen inferieure vervanging van het ideaal van de directe democratie, maar een op zichzelf staande regeringsvorm, die in zijn huidige vorm het beste voldoet.

Die stelling verdedigde minister Donner (Sociale Zaken, CDA) gisteren in de Thorbeckelezing. Volgens hem ligt in het streven naar bestuurlijke vernieuwing de suggestie besloten dat er een standaard of norm is voor democratie. „Democratischer”, zei Donner, „het klinkt wel mooi, maar het impliceert dat het nu niet democratisch is en dat het straks nog steeds niet democratisch is.”

Volgens Donner is een kloof tussen burger en parlement „onvermijdelijk” en „gezond”. „Alleen in de voormalige volksrepublieken was er geen kloof; dat bleek ook uit de verkiezingen waarbij er altijd minstens 90 procent op de partij stemde. In het huidige Noord-Korea is er ook geen kloof; daar staat men 100 procent achter de leider.” Donner benadrukte dat hij op eigen gezag sprak.