De neus van Cleopatra

De Braziliaanse familie is uiteengejaagd, de aannemers zijn hun warme hol kwijt en voor nieuwe slechteriken moeten de najagers van slechtheid elders zijn. De Grote Weg is geschrapt van de wereldkaart. Voorlopig. De Grote Weg is weer één en al routine.

Er wordt veel geroddeld in het dorp. De tamtam werkt continu. De drugsactiviteiten schijnen verplaatst te zijn naar Het Rijk van de Spinnenwebben, een gothic disco in een gehucht aan gene zijde van de berg waar het toch al nooit heeft willen deugen. Er doen verhalen de ronde, niet door iedereen bevestigd, dat een van de aannemers in de grote stad is aangetroffen, zwalkend en met een zwarte pruik op. Het feit dat hij na de laatste verkiezingen geen overheidsopdrachten meer kreeg, omdat hij campagne had gevoerd voor de partij die niet had gewonnen, zal hebben bijgedragen tot zijn droef verval.

Vooral over de rol van Paulo bestaat onenigheid, onze eigen Paulo die nu vanwege het Braziliaanse hoertje in de gevangenis zit. Maakte hij deel uit van de drugshandel? Wist hij wat zijn collega-aannemers aan het uitvreten waren? De jonge Paulo met zijn fijne gezicht en opwindende lokken? De vrouwen van het dorp hielden hem voor onschuldig. De mannen wisten het niet zo zeker. Toch gaven ze er de voorkeur aan hun dorpsgenoot naar buiten toe in bescherming te nemen.

Ik onderschat de doortraptheid van de mens niet, maar de mogelijkheid valt niet uit te sluiten dat een mens soms net zo naïef is als hij er uitziet. En Paulo was bij mijn weten naïef, hoe mooi ook.

Aan Paulo kleeft nu definitief een luchtje. Zijn mannen niet altijd geneigd hun dorpsgenoten te verdedigen? Tribaal instinct, meer niet. En als vrouwen het voor een man opnemen, hoed je. Iedereen kent het geheim van de betrokkenheid van de aannemers, dus het verlangen Paulo een rol te laten spelen in dat geheim is groot. Het verhaal is te spannend om niet waar te zijn.

Bestaat er iets knappers dan een knappe boef?

Een geheim in een Portugees dorp is een honderd karaats diamant die midden op het plein op een sokkel rust en licht geeft.

Al snel werd gefluisterd dat Paulo misschien de spil van alles was, de gangmaker, de mol, de verborgen chef. ’t Was toch ook wel een rare geschiedenis, van dat Braziliaanse hoertje dat gehoor heeft gevonden bij de politie. Bijzonder raar.

Kort geleden overleed de vader van Paulo. Ze zeggen dat hij van schaamte is gestorven. Ze zeggen zo veel. Wel had hij dus een zoon die van veelbelovende onderaannemer was afgezakt tot raadselachtige gevangenisklant. Paulo’s vader was weduwnaar. Hij liep op een stok en had nog één tand. Zijn laatste bezit was een vriendelijk, worstachtig hondje.

Mensen uit het dorp hebben het verlaten teefje bij mij over het hek gezet, wetend dat ik niet in staat ben weerstand te bieden aan verlaten teefjes. Ik heb haar Couscous genoemd, vanwege haar kleur.

Het dorp zweeft weer los van de wereld rond.

Toch had ik nooit een hondje gehad dat Couscous heette zonder de coke van Rio.

Gerrit Komrij