Blijft het Beatrix of wordt het Hugo Chávez?

Curaçao is een verscheurd eiland. De welgestelde elite wordt geassocieerd met de vroegere kolonisator.

Inzet van de verkiezingen: ‘de verkoop’ aan Nederland.

Willemstad. „Pak onze kinderen hun kans niet af. Laten we ze zomaar zitten met onze schulden? U moet het nú zeggen.” Foto Vincent Mentzel Gezicht op de Handelskade van Willemsstad,Curacao. (R) Vml. Intercontinental Hotel/VanderVALK.foto VINCENT MENTZEL/NRCH ==F/C==Ned.Antillen, 6 nov. 2003 Mentzel, Vincent

Oranje vlaggen hangen aan lantaarnpalen langs de kronkelige weg naar Seru Fortuna, bij de Curaçaose luchthaven Hato. Het is half acht ’s avonds en al donker in de wijk, een arme buurt van een stuk of vijfhonderd piepkleine volkswoningen. Hier plaatste de overheid dertig jaar geleden de armste gezinnen van het eiland. Groepjes buurtbewoners slenteren heen en weer tussen de snèk, een openluchtbar annex kruidenier, en het goedverlichte kantoortje van de lokale lootjesverkoper.

Ook Zuzainie Jozef (20) hangt rond. Met haar twee meter tien is ze moeilijk over het hoofd te zien. Zuzainie wil weg uit Seru Fortuna, Fortuinberg in het Nederlands. Ze wil naar school of aan het werk. Maar dat lukt niet. „Het eerste wat ik nodig heb is een paar goede schoenen”, zegt ze. Met het afgetrapte paar aan haar voeten kan ze niet gaan solliciteren. „Schoenmaat 45. Misschien kan een politieke partij me eraan helpen.”

Dit is óók Nederland. Dat wil zeggen: een deel van het koninkrijk dat nog altijd de gevolgen ondervindt van een koloniaal verleden. De verhoudingen op Curaçao „vertonen het heren- en slavengedragspatroon”, zei de Curaçaose socioloog Harry Hoetink een halve eeuw geleden al. Die verhoudingen zijn na de afschaffing van de slavernij en de komst van de industrialisatie blijven bestaan. Ze bepalen de omgangsvormen tussen elite en ondergeschikten.

Morgen, de dag dat er een nieuwe eilandsraad wordt gekozen, weet de bovenlaag zich vertegenwoordigd door de Partido Antia Restrukturá (PAR) van premier Emily de Jongh-Elhage. En de kloof tussen die elitaire, Nederland-georiënteerde PAR en de onderklasse is onverminderd groot. Het lukt de partij maar niet de taal van de minderbedeelden te spreken. Daarin zijn de Frente Obero Liberashon (FOL), van de onlangs uit de gevangenis ontslagen Anthony Godett, en Niun Pasa Atras (NPA) van de linkse Nelson Pierre veel bedrevener.

Zo bezien was het niet vreemd dat de grote reclamecampagne van Gregory Elias niet het beoogde effect had. De Curaçaose zakenman Elias betaalde eind vorig jaar een aantal pagina-grote advertenties, met daarop een foto van een jongetje dat over zee tuurde. Het jongetje wilde kapitein worden, stond erbij.

Maar, stond er ook, dat zou alleen kunnen als Curaçao het met Nederland eens zou worden over de Slotverklaring. Daarin wordt Curaçao’s staatsschuld gesaneerd, in ruil voor toezicht op de overheidsfinanciën, de rechtshandhaving en een deugdelijk bestuur. Die schuld bedraagt 2,4 miljard euro voor de hele Antillen, maar het overgrote deel staat op het conto van Curaçao. Het onderschrift bij de foto met het jongetje aan zee waarschuwde: „Pak onze kinderen hun kans niet af. Laten we ze zomaar zitten met onze schulden? U moet het nú zeggen.”

En Curaçao zei het: het eiland verwierp de Slotverklaring, die Sint Maarten, Bonaire, Saba en Sint Eustatatius wél ratificeerden. „Kolonialistisch”, noemde de Curaçaose eilandsraad de verklaring. Alleen de meer zakelijke, op Nederland gerichte PAR, het bedrijfsleven én de veelal witte, welgestelde Curaçaose bovenlaag stonden er vierkant achter.

Sindsdien speelt de altijd sluimerende fragmentatie van het eiland weer op. Politici gooien olie op het vuur door te wijzen op de raciale verschillen en te benadrukken dat „echte Curaçaoënaars” hun eiland niet aan Nederland verkopen. Charles Cooper, van de sociaal-democratische MAN, is het felst. Hij ziet ook wel alternatieven voor de schuldsanering. Zoals de verkoop van de Curaçaose raffinaderij aan het Venezolaanse staatsoliebedrijf PdVSA en het Amerikaanse bedrijf Valero.

Door die fragmentatie kiest Curaçao morgen feitelijk tussen een Nederlandse of een Curaçaose, meer Latijns-Amerikaans georiënteerde bestuursstijl. Met dat laatste wordt bedoeld: creativiteit, spontaniteit en met toevallig aanwezig materiaal zorgen dat iets werkt. De Curaçaose auteur Boeli van Leeuwen noemt dat ‘geniale anarchie’. Die stijl staat dichterbij de gangbare modellen in de regio – zoals het socialisme van president Hugo Chávez van buurland Venezuela – dan bij het Nederlandse.

De uitkomst is ongewis: volgens de peilingen zijn de voor- en tegenstanders van de Slotverklaring in een nek-aan-nek race verwikkeld. Voorlopig is alleen zeker dat de Nederlandse Antillen in december 2008 als staatsverband worden opgeheven. Curaçao wil dan een ‘status aparte’: autonomie binnen het koninkrijk. Ook Sint Maarten wordt een autonoom land binnen het koninkrijk, zoals Aruba dat al is sinds 1986. Bonaire, Saba en Sint Eustatius (de K3) worden ‘bijzondere gemeenten’ in Nederland. Sint Maarten en de K3, die de Slotverklaring wél ratificeerden, krijgen van Nederland een half miljard euro „voor een gezonde startpositie”.

Zuzainie Jozef uit Seru Fortuna is er nog niet uit wat ze gaat stemmen. Ze staat op een veldje tussen de snèk en het lootjeskantoor. Daar voert de PAR vanavond campagne. Een unicum, want de partij komt niet veel in de achterstandswijken. „Het is een partij voor de rijken”, zegt een man. Maar vanavond komt PAR-premier Emily de Jongh-Elhage, de spreekwoordelijke moeder van het volk en fervent voorstander van het koninkrijk, naar Seru Fortuna.

Nummer elf op de PAR-lijst, Malvina Cecilia, draait de toegestroomde buurtbewoners alvast warm. Alle ogen zijn gericht op een doos met in de partijkleur geel gedrukte T-shirts, die rijkelijk worden uitgedeeld. „Verkiezingstijd”, zegt señora Lina, ook een inwoonster van Seru Fortuna, „is voor de meeste mensen een manier om wat extra’s te scoren”. Een maand geleden kwam een PAR-politicus nog zakken met karbonades uitdelen. Maar die bleken niet goed: de halve buurt is er ziek van geworden.

In Seru Fortuna leven veel bewoners met hun kinderen van een uitkering: 35 euro per maand, na aftrek van de belangrijkste kosten. Het schoolgeld voor bijvoorbeeld een mbo-opleiding (ruim 1500 euro per jaar) is voor de meeste moeders niet op te brengen. „Dus onze kinderen kunnen twee dingen doen: in de drugs gaan of stelen”, zegt señora Lina. Als Nederland écht iets wil doen, menen enkele omstanders, dan moet het zorgen dat kinderen ongelimiteerd naar school kunnen. Tot 18 jaar, alles betaald. Ook zou Nederland de Curaçaose politici rekenschap moeten laten afleggen over geleend geld.

Het zijn allemaal speerpunten van de PAR. Toch trekt de partij niet veel kiezers in Seru Fortuna. Zuzainie bijvoorbeeld, is vóór de PAR, maar tégen een grotere Nederlandse invloed. Zuzainie: „Nederland neemt onze schuld over, maar dan moeten we wel naar hun pijpen dansen. Zoals twee mannen met elkaar laten trouwen. Dat kan echt niet.”

Een man zegt dat Nederland „niet te vertrouwen” is: „Ze hebben het over schuld saneren, maar dan moeten we het later vast weer met rente terugbetalen. Het enige dat ze willen is ons herkoloniseren.” Een ander wil weten in welke krant dit artikel wordt geplaatst. „Een Nederlandse? Bah! Ik hoor die Nederlanders al zeggen: kijk die negers daar op Curaçao.”

Tegen elf uur ’s avonds wordt de inmiddels zeer levendige discussie afgebroken. Verschillende andere partijen zijn de achterstandswijk ingereden. Het wordt onveilig, oordeelt Malvina Cecilia van de PAR. Lijsttrekker Emily de Jongh-Elhage is niet komen opdagen. „Ik denk dat ze bang is”, zegt een omstander. Malvina Cecilia zegt dat ze gaat kijken wat ze kan doen aan de schoenen voor Zuzainie Jozef. Het gaat mij er niet om dat ze op me stemt, zegt ze, „ik wil dat ze naar school gaat.” Als het meezit, heeft de PAR vanavond tóch een paar stemmen in de wacht gesleept.