Bij Koopman is Mozart een orkaan

Concert: Koninklijk Concertgebouworkest/Ned. Kamerkoor o.l.v. Ton Koopman. Gehoord: 18/4 Concertgebouw Amsterdam. Herh.: 19, 20, 22/4. Radio 4: 22/1, 14u15.

Voor de vierde keer staat Ton Koopman voor het Concertgebouworkest en voor het eerst niet met een passie van Bach. Nu dirigeert hij religieuze muziek van Mozart en Haydns laatste symfonie nr. 104, de ‘Londense’.

Koopman dirigeerde in het Mozartjaar 1991 alle 41 Mozart-symfonieën en leidde de helft van Haydns symfonieën. Zijn conclusie in het programmablad Preludiumluidt dat hij Haydn de grootste vindt van de twee componisten, die elkaar zeer bewonderden.

Hoewel Koopman met zijn Amsterdam Baroque Orchestra vaakoptrad in de Grote Zaal van het Concertgebouw, stond hij er negen jaar geleden voor het laatst voor het Concertgebouworkest. Zijn gevoel voor de verhouding tussen akoestiek en orkestvolume bleek in Mozart bij deze eerste van vier uitvoeringen zoek. Koopman mist hier de decennialange Amsterdamse ervaring van Harnoncourt.

Als de enthousiast en aanmoedigende Koopman voor zijn eigen ‘authentieke’ orkest staat, is er een natuurlijk maximum aan het volume. Maar hetzelfde gebaar bij het Concertgebouworkest levert meteen een muziekorkaan op.

Ondanks de kleine bezetting met zesendertig musici, vierentwintig koorleden en vier solisten, liep de klank vrijwel steeds dicht. In de Vesperae solennes de confessore was er alleen in het vijfde van de zes zeer snel uitgevoerde lofzangen rust en transparantie. De Krönungsmesse klonk pas in het Agnus Dei zoals het hoort.

De Symfonie nr. 104, waarmee Haydn de instrumentale muziek van de 18de eeuw afsloot, kwam er hier wat beter vanaf: monumentaal en levendig. In de twee middendelen temperde Koopman het volume en hoorde men de houtblazers, de glorie van het orkest, uitbundig spelen.