Authentiek Turkse cultuur overleeft drie staatsgrepen

Beynelmilel (L’Internationale). Regie: Sirri Süreyya Önder en Muharrem Gülmez. Met: Özgü Namal, Cezmi Baskin, Umut Kurt, Nazmi Kirik. In: Arena, Amsterdam; Cinestar, Enschede; De Kuip, Rotterdam.

Beynelmilel speelt zich twee jaar na de militaire staatsgreep van 1980 af. In het zuidoosten van Turkije zijn nog allerlei restricties van kracht, zoals een verbod op het spelen van volksmuziek op traditionele instrumenten als de saz. Beynelmilel opent met een clandestien concert waarbij een als vrouw verklede man de buikdans verzorgt. De volgende dag wordt het gevende-orkest, dat traditiegetrouw op bruiloften en begrafenissen speelt, ontboden bij de commandant, die het wil omvormen tot een militaire blaaskapel die westerse marsen speelt.

De film speelt drie maanden voordat de door de militairen ingestelde grondwet van kracht wordt. Dat is het drama in de verder vrij komische film: wachten we rustig of plegen we verzet tegen de dictatuur? Een revolutionair laat de dochter van de orkestleider De Internationale op cassette opnemen. Hij wil het in het openbaar afspelen als ze worden bezocht door een hoge pief. Het verliefde meisje gaat zijn marxistische boeken lezen, tot verdriet van haar vader. Het leidt tot een prachtige scène waarin hij zijn dochter toespreekt. Hij walgt van het volk, de mensen die hem als muzikant altijd schamper bejegend en beschimpt hebben. Kunnen die zichzelf verheffen?

Zo kritiseert Beynelmilel de bekrompenheid en starheid van zowel militairen als revolutionairen. Slotsom: de Turken hebben veel ellende te verduren gehad – drie staatsgrepen – maar de authentieke cultuur is niet kapot te krijgen, getuige het ontroerende lied tijdens de aftiteling.

André Waardenburg