Wilde salade (2)

Voor 4 personen:100 g molsla of rucola75 g waterkers100 g meelbessen of cranberry’s2 eetlepels suiker 0,5 deciliter appelsap2 eetlepels frambozenazijn1 theelepel mosterdfacultatief: 1 theelepel honing2 eetlepels notenolieolijfolie, peper, zout4 sneetjes oud brood100 g spekblokjes2 eetlepels fijngesneden bieslook125 - 150 gram verse geitenkaas

Wilde salades bevatten nu meestal paardebloem, ook bekend als molsla. Molsla is soms te koop, maar u kunt ook de schop nemen. Gewild is zevenblad, in sommige Europese landen nog in trek als groente, maar voor u misschien het meest hardnekkige onkruid in uw tuin. ‘If you can’t beat them, eat them.’

De smaak van echte waterkers ligt tussen mosterd en mierikswortel in, net als bij gekweekte Japanse waterkers waarmee toprestaurants werken. Dan is er daslook – smaakt als knoflook, maar laat je adem ongemoeid. De (Limburgse) bossen staan er momenteel vol mee, maar je mag het blad hier niet plukken (dus stappen gezagsgetrouwe Limburgers even over de grens). Kraailook heb ik in het recept vervangen door het eendere bieslook. Meelbessen zijn de rode bessen van de meidoorn; ze hangen nog steeds aan de takken, maar u moet opschieten. Pluk meteen wat bloempjes als madelief.

Maak sla en waterkers schoon. (Bij paardebloem: het blad van de wortel lossnijden en herhaaldelijk in schoon water wassen tot alle zand weg is.) Zet de bessen op met een scheut water en suiker en kook ze een paar minuten tot het water siroop is geworden. Laten afkoelen.

Klop een dressing van appelsap, azijn, mosterd, eventueel honing, notenolie, 3 eetlepels olijfolie en peper en zout. Haal de korst van het brood, snijd de rest in blokjes en bak die lichtbruin in een scheut olijfolie.

Bak in een andere pan de spekjes bruin; laat ze op keukenpapier uitlekken. Meng vlak voor het eten de dressing met de sla en de bieslook. Verdeel de salade over vier borden en strooi er bessen, spekjes, brood en stukjes geitenkaas over. Garneren met bloempjes.

Morgen: Groene asperge met snijbiet