‘We kunnen niet langer zeggen dat het is’ our way or no way

Zet drie van Amerika’s meest vooraanstaande economen op een podium en ze schetsen een somber beeld van de economie. „In Amerika zijn velen slechter af dan tien jaar geleden.”

FOTO AFP Nobel Prize-winning economist from Columbia University, Joseph Stiglitz gives a joint press conference on the future for the Euro Zone at the EU Parliament in Brussels, 28 February 2007. AFP PHOTO JOHN THYS AFP

Joseph Stiglitz, winnaar van de Nobelprijs voor de Economie, is niet vies van simplificaties. „Economen zijn afkerig van voorspellingen”, zegt hij eerst. En een kwartier later: „Economen zijn ook niet zo goed in timing. Langetermijnvoorspellingen doen ze beter dan prognoses voor een dag later.”

Wanneer Stiglitz ‘economen’ zegt, bedoelt hij zichzelf. En daarmee zijn angst om een datum te noemen wanneer de Amerikaanse economie niet langer kan omgaan met nu al aanwezige bedreigingen: globalisering, ontbreken van vrijhandel, verarming van de onderlaag, maar ook de Amerikaanse middenklasse. Zijn gesprekspartner – beursspeculant, multimiljardair en filantroop George Soros – deinst al net zo min terug voor eenvoudige termen om de in zijn ogen deplorabele staat van de Amerikaanse economische en politieke heerschappij te karakteriseren. „De gedachte was jarenlang: might is right. Wie de macht heeft, heeft gelijk. Die tijd is voorbij. Als je leider van de wereld wilt zijn, moeten er wel redenen zijn voor anderen om je te volgen.”

Stiglitz en Soros gaven gisteravond een somber gestemd maar met stevige woorden verlevendigd openbaar interview in het New Yorkse cultureel centrum 92 St Y. Gespreksleider: Jeffrey Sachs, vooraanstaand econoom nummer drie op het podium voor de uitverkochte zaal met 900 toehoorders.

Het officiële gespreksthema is ‘Amerika: hoe zien ze ons’. ‘Ze’ is de rest van de wereld en volgens Sachs „kennen we het antwoord op die vraag al, helaas”. Volgens de drie hebben de VS de afgelopen jaren een terugtrekkende beweging gemaakt, en is het land op z’n best waar het rond het jaar 2000 was. De economen laten in hoog tempo voorbeelden voorbijtrekken.

Neem het aantal fabrieksbanen. Onder druk van goedkopere arbeid zoals in India en China (volgens Stiglitz scheelt het loon een factor tien) is sinds het begin van dit decennium eenvijfde van de productiebanen uit de VS verdwenen. Die arbeiders zijn over het algemeen niet zonder baan gebleven – de werkloosheid is met 4,5 procent relatief laag. Wel zijn ze veroordeeld tot ongeschoold en slecht betaald werk. De persoonlijke economische situatie die daaruit volgt, komt terug in het aantal Amerikanen onder de armoedegrens, volgens recente berekeningen van de National Academy of Sciences 41 miljoen mensen – een op de zeven Amerikanen.

Tegelijkertijd kennen de VS circa 12 miljoen illegale immigranten. Ook zij zijn niet werkloos, wel onderbetaald. De regering-Bush probeert nieuwe immigranten (legaal en illegaal) buiten te houden, uit vrees voor achtereenvolgens terroristen en verlies van banen voor Amerikanen. Het aantal werkvisa is verkleind, een muur tussen de VS en Mexico wordt opgetrokken. „In heel Latijns-Amerika wordt dit gezien als een nieuwe Berlijnse muur, maar dit keer bedoeld om mensen búíten te houden”, zegt Stiglitz. „Je kunt maar weinig doen om meer kwaad bloed te zetten.” Applaus vanuit de zaal.

Stiglitz, Sachs en Soros zijn alle drie voor méér Amerikaanse ontwikkelingshulp. Meer economische kansen in het buitenland leiden tot minder immigranten op weg naar de VS, geloven zij.

Wanneer Sachs de vraag stelt of het moderne kapitalistische systeem eigenlijk nog werkt, voegt Stiglitz een paar woorden toe. „Voor wie werkt het nog?” Kapitalisme ziet er „aan de buitenkant” prima uit, zegt ook Soros. De wereldeconomie groeit al drie jaar stevig door. Maar tegelijkertijd neemt de inkomensongelijkheid in bijna alle landen ter wereld toe, in het bijzonder in China en de VS.

Sachs: „De rijken worden superrijk.” Soros: „In Amerika zijn velen slechter af dan tien jaar geleden.” Stiglitz: „Het is asymmetrische globalisering. Kapitaal beweegt vrij over de wereld, terwijl werknemers economisch vastzitten.”

Volgens Soros is het besef groeiende dat de Verenigde Staten zich meer bescheiden moeten opstellen. „We kunnen niet langer zeggen dat het our way or no way of wat het dan ook is.” Hij bedoelt: our way or the highway. Vrij vertaald: je doet zoals wij willen, of anders doe je niet mee. De „verregaande gevolgen” die de „opkomst van China als grootmacht” met zich meebrengt zullen het einde aan Amerika’s hautaine houding inluiden, stelt Soros. Bovendien „houdt het ter ziele gaan van Amerika’s vooraanstaande macht direct verband met het verlangen om meer te consumeren dan te produceren”.

Stiglitz hekelt hoge beloningen voor topbestuurders die hun productie aan het buitenland uitbesteden. „Eigenlijk is het grappig”, zegt hij op serieuze toon. „Bestuurders zeggen dat ze zo goed betaald moeten worden omdat hun werk zo zwaar is, want ze moeten hun werknemers ontslaan. Volgens mij worden de werknemers juist ontslagen omdat de bestuurders zo goed betaald krijgen.”