Vrouwen, werk eens wat meer!

Als we willen concurreren met Azië, dan moeten we profiteren van het arbeidspotentieel van vrouwen. Het is tijd voor een derde feministische golf, meent Heleen Mees.

Economen van het Internationale Monetaire Fonds (IMF) in Washington hebben berekend dat de gender gap, dat wil zeggen de economische en sociale achterstelling van vrouwen ten opzichte van mannen, jaarlijks een verlies van miljarden euro’s aan economische groei oplevert. Een vergelijking van veertig arme en rijke landen laat zien dat sekseverschillen de economische groei afremmen terwijl economische groei de kloof tussen de seksen juist verkleint.

Eén van de conclusies van het baanbrekende onderzoek van het IMF is dat overheden economisch beleid en financiële middelen actief zouden moeten inzetten om de verschillen tussen de seksen te verkleinen. Ook UNICEF, het kinderfonds van de Verenigde Naties, concludeert in het rapport The State of the World’s Children 2007 dat gender balance een ‘ dubbel dividend’ genereert. Het welzijn van vrouwen vertaalt zich in het welzijn van kinderen: gezonde, goed opgeleide en zelfbewuste vrouwen krijgen dito kinderen. Vrouwen voelen een grotere verantwoordelijkheid dan mannen voor het huishouden en de opvoeding van de kinderen en besteden gemiddeld een groter deel van het huishoudeninkomen aan voedsel en medicijnen voor het gezin. Ze geven ook meer geld uit aan de scholing van hun kinderen. Ook Amartya Sen, winnaar van de Nobelprijs in de economie in 1998, schrijft in het boek Development as Freedom dat vrouwen niet als passieve ontvangers van hulp moeten worden gezien, maar juist als dynamische katalysatoren van sociale hervorming, omdat ze meer waarde hechten aan en daardoor grote invloed hebben op het welzijn van de kinderen.

Maar wat Sen en UNICEF aanzien voor de oplossing van het ontwikkelingsvraagstuk lijkt veel eerder de oorzaak. Die is het gevolg van de verschillende levenssferen waarin mannen en vrouwen opereren in een patriarchale samenleving. Vrouwen zijn daarbij veroordeeld tot het huishouden en de zorg voor kinderen, terwijl mannen hun talenten te gelde maken op de arbeidsmarkt. In een strikt patriarchale samenleving wordt nauwelijks geïnvesteerd in de scholing van meisjes en vrouwen.

Het dubbele dividend is dus eerder een vloek dan een zegen. Het begrenzen van vrouwen tot het huishouden ondermijnt niet alleen de economische, politieke en sociale ontwikkeling van vrouwen, maar tegelijkertijd de ontwikkeling van een samenleving als geheel. Maatregelen die de traditionele rollenpatronen cultiveren moeten daarom worden vermeden. In plaats daarvan moet worden gewerkt aan de economische empowerment van vrouwen. Vrouwenemancipatie is de beste manier om welvaart te genereren.

Volgens de historici Tine de Moor en Jan Luyten van Zanden is het bewijs daarvoor honderden jaren geleden in onze eigen regionen al geleverd. In hun onlangs gepubliceerde boek Vrouwen en de geboorte van het kapitalisme in West-Europa beschrijven zij hoe de emancipatie van de vrouw in het Westen een cruciale rol heeft gespeeld bij de ontwikkeling van het vroege kapitalisme.

Omdat meisjes in West-Europa vanaf de late Middeleeuwen niet meer werden uitgehuwelijkt maar zelf hun partner uitzochten, werd het interessant om in hun opleiding en welzijn te investeren. Volgens De Moor en Van Zanden verklaart deze doorbreking van het strikte patriarchaat in West-Europa tussen 1200 en 1500 waarom Europa zich de afgelopen vijf eeuwen zo veel voorspoediger heeft ontwikkeld dan China, waar het patriarchaat tot voor kort de ontplooiing van meisjes en vrouwen dwarsboomde.

De laatste twee decennia zijn vrouwen uitgegroeid tot de motor van de wereldeconomie, en dat geldt in het bijzonder voor de Aziatische economieën. In de landen in het Verre Oosten wordt veel beter gebruikgemaakt van de capaciteiten van vrouwen dan in het Westen gebeurt. Niet alleen werken er meer vrouwen en werken vrouwen meer uren, ze zijn ook nog eens goed vertegenwoordigd in het senior management van bedrijven. De Filippijnen spannen de kroon: 89 procent van de ondernemingen daar hebben vrouwen als senior managers.

China, Hong Kong, Indonesië, Taiwan en Singapore volgen de Filippijnen in het kielzog als het gaat om het percentage vrouwen in de top van het bedrijfsleven. Zelfs in India, waar meer dan de helft van de meisjes en vrouwen niet kan lezen en schrijven, zitten meer vrouwen in het senior management van ondernemingen dan in Nederland. Indra Nooyi, de in India geboren Chief Executive Officer van PepsiCo, is de leading lady onder de CEO’s in de Verenigde Staten.

Het zal ook geen toeval zijn dat de rijkste vrouw ter wereld een Chinese is. Het is de 49-jarige Zhang Yin, eigenaar van het papierconcern de Negen Draken. Wat begon als een lucratieve handel in oud papier was bij de beursgang in maart 2006 uitgegroeid tot een imperium met een marktwaarde van 3,4 miljard dollar. Daarmee laat de ‘Queen of Trash’, zoals de International Herald Tribune Zhang Yin onlangs weinig vleiend aanduidde, televisiediva Oprah Winfrey en kinderboekenschrijfster J.K. Rowling ver achter zich.

Volgens de econoom Mathijs Bouman was de werklust van vrouwen ook de sleutel tot de economisch hausse in Nederland in de jaren ’90 van de vorige eeuw. In het boek Hollandse overmoed beschrijft hij hoe de toestroom van vrouwen tot de arbeidsmarkt de Nederlandse economie opzweepte tot grote hoogten. Tussen 1980 en 2000 meer dan verdubbelde het aantal vrouwen op de arbeidsmarkt van 1,4 miljoen tot ruim 2,8 miljoen. Dankzij het extra arbeidsaanbod van vrouwen kon de vraag naar arbeid namelijk blijven stijgen zonder dat er een tekort aan arbeidskrachten ontstond.

De loonkosten bleven relatief laag en de internationale concurrentiepositie van Nederland verbeterde in rap tempo. Door het extra inkomen dat de vrouw inbracht zagen de meeste gezinnen hun koopkracht de jaren ’90 flink stijgen. Naar schatting 11 procent van het bruto binnenlands product (bbp), ruim 60 miljard euro, is thans te danken aan de tweede feministische golf.

Met een nominale arbeidsparticipatie van vrouwen van rond de vijfenvijftig procent heeft Nederland zich inmiddels een positie in de Europese kopgroep veroverd samen met Zweden en Denemarken. Maar volgens de OESO werken nergens in de ontwikkelde wereld vrouwen gemiddeld zo weinig uren buitenshuis als in Nederland. Vrouwen werken hier veel vaker dan elders in deeltijdbaantjes. De gemiddelde werkweek is 24 uur tegenover 36 uur in andere westerse landen.

Omdat vrouwen in Nederland gemiddeld weinig uren werken in relatief laagbetaalde functies, worden hun capaciteiten maar ten dele benut, terwijl een effectievere arbeidsdeelname van vrouwen van groot belang is voor de toekomst van de Nederlandse economie. Er dreigt in veel sectoren een personeelstekort, zoals de onderwijssector, en bovendien is er de aanstormende vergrijzing. Om het huidige welvaartsniveau te behouden, moeten vrouwen niet alleen meer uren werken, maar moeten ze ook doorstromen naar hogere functies.

Een werkgelegenheidswonder, vergelijkbaar met wat zich in de jaren ’90 in Nederland heeft voltrokken, behoort opnieuw tot de mogelijkheden. In 1980 droegen vrouwen slechts eenvijfde bij aan de economie door middel van betaald werk buitenshuis. Onder invloed van de tweede feministische golf is dat aandeel gestegen tot iets meer dan een kwart. Als vrouwen er nog een tandje bij zouden doen, en hun bijdrage aan de Nederlandse economie zouden verhogen tot eenderde, dan zou dat de komende decennia naar schatting nog eens minstens zestig miljard euro extra groei per jaar genereren.

Als we in Nederland erin slagen om beter te profiteren van het arbeidspotentieel van de vrouwen, dan kan langs die weg de vergrijzingsproblematiek volledig worden opgelost, terwijl er jaarlijks ook nog eens miljarden beschikbaar zijn om extra te investeren in onderwijs en kinderopvang. Iedereen is het erover eens dat dit voor Nederland cruciale factoren zijn om de oprukkende concurrentie uit Azië het hoofd te kunnen bieden.

De emancipatieparagraaf in het regeerakkoord biedt voldoende aanknopingspunten om het arbeidsaanbod van vrouwen te stimuleren. Daarin is onder meer bepaald dat er maatregelen komen die de ongewenste uitval van vrouwen boven 35 jaar tegengaan. Het kabinet zou daartoe de kostwinnersfaciliteiten versneld moeten afschaffen en de opbrengst aanwenden om de marginale tarieven te verlagen zodat het voor vrouwen aantrekkelijker wordt meer uren te werken.

Bovendien is in het regeerakkoord afgesproken dat de overheid werkgevers zal aanspreken op hun verantwoordelijkheid om meer vrouwen naar topposities te laten doorstromen, en dat de overheid initiatieven daartoe zal ondersteunen. Het is de hoogste tijd voor een derde feministische golf. Maar, zoals UNICEF terecht opmerkt in ‘The State of the World’s Children 2007’, het dichten van de kloof tussen de seksen is niet louter om economische redenen geboden. Het is bovenal een moreel imperatief.

Heleen Mees is columnist van NRC Handelsblad. Maandag 23 april verschijnt haar boek ‘Weg met het deeltijdfeminisme!’.

Op donderdag 26 april organiseert The Economist in de Rode Hoed het debat ‘Women are the most wanted resource in the world’. Informatie op www.rodehoed.nl