Twee meter lang en driftig

Tim Robbins is een acteur met vele gezichten een uitgesproken links profiel.

Morgen gaat Catch a Fire in première waarin hij een goede/slechte kolonel speelt.

Als je de makers van Team America: World Police (2005) mag geloven – tevens makers van South Park – is Tim Robbins zo’n beetje de slapste zak van alle (quasi-)geëngageerde Amerikaanse acteurs. En dat zijn al allemaal slappe zakken in de ogen van Team America. Ze hebben zich verenigd in de Film Actor’s Guild, de F.A.G. (het mietje) en dat zegt al genoeg. Robbins wordt in deze poppenfilm voorgesteld als een Pavlov-linkse domoor die tegen grote bedrijven is omdat ze – euh, bedrijvig zijn en geld verdienen.

Wat heeft de echte Tim Robbins op zijn geweten dat hij deze behandeling krijgt – net als onder meer Sean Penn, Samuel L. Jackson, Alec Baldwin en Susan Sarandon overigens? Robbins is een acteur met een uitgesproken links profiel, die daar graag publiekelijk voor uitkomt. Toen hij in 1993 met zijn vrouw Susan Sarandon een Oscar mocht uitreiken, namen zij de gelegenheid te baat om een oproep te doen voor de toelating van 263 seropositieve Haïtianen tot de Verenigde Staten. Hij heeft bovendien politieke steun gegeven aan de linkse presidentskandidaat Ralph Nader en diens groene partij.

Zulke standpunten maken je in de Amerikaanse filmwereld niet altijd populair. „Hollywood”, zei Robbins in een interview, „stikt van de heimelijke republikeinen en je weet soms niet wie je vrienden zijn.” Robbins heeft het dan ook meer dan eens aan de stok gekregen met collega’s en met de pers. Na het Oscar-gala van 2003 bedreigde Robbins een journalist die een interview met zijn schoonmoeder had gepubliceerd. Sarandons moeder, een republikein, zei in dat interview dat ze soms het idee had dat Sarandon en Robbins hun zoon hadden gehersenspoeld met linkse ideeën. „Als je ooit nog over mijn gezin schrijft, zal ik je godverdomme vinden en je godverdomme pijn doen”, riep Robbins. Hij heeft zich niet voor niets in een interview al eens laten ontvallen: „Ik ben twee meter lang en driftig.” Hoezo, slappe zak?

Een ding is zeker, het engagement van Timothy Francis Robbins (16 oktober 1958) is geen pose. Al op zijn twaalfde jaar speelde hij in Greenwich Village, New York, avant-garde theater. Op zijn 23ste richtte hij in Los Angeles The Actor’s Gang op, een experimenteel toneelgezelschap van, naar zijn zeggen, een groep anarchistische, door punkrock geïnspireerde acteurs, die de conventies wilden vernietigen en zich tegen de saaiheid en zelfingenomenheid van het Reagan-tijdperk keerden.

Intussen kreeg hij wat rolletjes in tv-series en ongedenkwaardige films (waaronder de stupide Howard Duck in 1986). Hij speelde een kleine rol in het Tom Cruise vehikel Top Gun (1983). Met het geld dat hij daarmee verdiende produceerde hij met The Actor’s Gang een anti-oorlogsstuk – een herinnering die hij graag ophaalt.

In 1988 brak hij door met zijn rol als onnozele honkbalheld in Bull Durham. Op de set leerde hij zijn latere vrouw Susan Sarandon kennen, die hem in de film in de steek liet voor Kevin Costner. En dan wordt het lastiger om Robbins te typeren – wat een compliment is voor de acteur. Hij speelt een prachtige gladjakker van een gearriveerde filmproducent in The Player (1992) van Robert Altman, en een jaar later een vloekende, overspelige, onverschillige politieman in Altmans Short Cuts, met als mooiste citaat gezien Robbins persoonlijke politieke overtuiging: „Don’t get environmental on me”, tegen zijn al te milieubewuste vrouw.

Hij was de doodenge buurman van Jeff Bridges in Arlington Road (1999) en een als jochie getraumatiseerde man in Mystic River (2003). In de eerste film is zijn glimlach een uitdaging van satanische arrogantie, in de tweede film spreekt de ellende uit zijn hele lichaam, al zien we hem alleen maar ver weg op de rug. Die laatste rol leverde hem zijn tot nog toe enige Oscar op.

Komt het door zijn babygezicht, zelfs nu hij de vijftig nadert? Dat hij zo onuitstaanbaar goed kan lijken, terwijl hij de naarste dingen doet? Ook in Catch a Fire, die morgen in Nederland in première gaat, is hij een bedachtzame man. Nic Vos heet hij, kolonel in de Zuid-Afrikaanse anti-terreurbrigade in de dofste jaren van de apartheid. Hij speelt gitaar op een picknick, is zorgzaam voor zijn vrouw en kinderen en martelt intussen zwarten in wie hij terroristen vermoedt. De rust die in zijn personage in The Secret Life of Words (2005) zit, voegt toe aan zijn goedheid. De rust in Nic Vos voegt toe aan zijn slechtheid. Dat hij die twee registers even goed kan bespelen, maakt Robbins tot zo’n goede acteur.

Als hij zelf gaat schrijven en regisseren, liggen de projecten dichter bij zijn politieke voorkeuren. Robbins speelt in zijn regiedebuut Bob Roberts (1992) zelf de rechtse fatsoensrakker van een folksinger die als een komeet de politieke hemel bestormt en wiens hypocrisie onbestraft blijft. Hij regisseerde Sean Penn in de prachtige anti-doodstraffilm Dead Man Walking (1995) en broer en zus Joan en John Cusack in de periodefilm Cradle Will Rock (1999).

Hij laat er geen misverstand over bestaan welke kant van de camera zijn voorkeur heeft. „Met acteren verdien je je geld, van regisseren krijg je grijze haren. En toch vind ik regisseren het mooiste beroep.”

Morgen gaat Catch a Fire in première, bekijk de trailer op www.trailerdownload.net