Tropisch fruit, made in Holland!

In de berichtgeving over klimaatverandering krijgen voornamelijk de negatieve gevolgen aandacht.

Tijd voor wat positieve en nuancerende geluiden.

Stel dat ruimtevaarders op een groene, vruchtbare planeet landen met milde winters. Zouden ze dan rapporteren dat het daar onleefbaar is? Waarom doen we dit wel, nu de aarde warmer wordt? De vijf voordelen van klimaatverandering op een rij.

1Koude regio’s worden vruchtbaarder. Er bevinden zich enorme landmassa’s in de koude en gematigde luchtstreken. Opwarming zal hier belangrijke positieve gevolgen hebben. Er komen uitgestrekte leefgebieden bij voor mens, flora en fauna. Misschien wordt over een halve eeuw landbouw bedreven in Siberië, stelt een Russische landbouwkundige. Ook lopen er dan misschien melkkoeien op Vuurland, schapen op Groenland, groeit er bos op IJsland en zijn de Noorse fjorden geschikt voor zonvakanties. In ons land wordt de teelt van perziken en druiven mogelijk en tomaten en paprika’s kunnen in de volle grond worden geteeld.

2Onbewoonbare gebieden worden bewoonbaar, het aantal naaldbomen neemt toe. Volgens de studie Climate change and agricultural vulnerability, in 2002 verricht in opdracht van de VN, zullen boreale en arctische ecosystemen (toendra’s en poolgebieden) tegen 2080 door opwarming met maar liefst 62 procent, of 13 miljoen km2, gekrompen zijn. Dit is bijna tweemaal de oppervlakte van Australië. Het betreft hier de uitgestrekte toendra’s van Alaska, Canada, Noord-Europa en Rusland (Siberië). Berken en naaldbomen zullen oprukken naar het noorden (en zullen zeer veel CO2 opnemen). Ook kan men hier een aanzienlijke toename van het agrarisch potentieel tegemoet zien: Noord-Amerika 40 procent, Noord-Europa 16 procent en Rusland 64 procent. Enorme gebieden worden geschikt voor bewoning en landbouw.

3De negatieve gevolgen voor warme regio’s vallen mee. Tegenover het wenkend perspectief stelt de VN-studie dat tot 2080 elders in de wereld een oppervlakte van twee miljoen km2 minder geschikt zal worden voor bewoning en landbouw. Dit betreft continentale klimaatzones met droge, hete zomers, zoals Zuidwest-Europa, Noord- en zuidelijk Afrika, het Midden-Oosten, Centraal-Azië, het zuiden van Zuid-Amerika, het zuidwesten van de VS en Zuid-Australië. Deze gebieden krijgen in de zomer te maken met nog meer hitte en droogte, waarbij de agrarische productie zal afnemen met ongeveer 9 procent, zij het met grote geografische variaties. De grootste teruggang wordt verwacht in Noord-Afrika en het Midden-Oosten, tegenover een gering effect voor Latijns Amerika. Maar deze negatieve gevolgen vallen in het niet bij de enorme winst die op hogere breedte wordt geboekt.

Omdat de ontwikkelingslanden merendeels in tropische klimaatzones liggen, wordt vaak aangenomen dat juist deze landen te lijden zullen hebben van de opwarming. Toch zijn er goede redenen om dit probleem te relativeren. Zo zal volgens het klimaatrapport van het Intergovernmental Panel on Climatic Change (IPPC) uit februari 2007 de temperatuurstijging rond de evenaar het geringst zijn. Hierbij komt dat in de tropen het regenseizoen, de natte moesson, samenvalt met de zomer, terwijl de relatief koele winterperiode een droog seizoen is. Omdat de klimaatmodellen heftiger moessonregens voorspellen, zal de landbouw in de relatief droge savanne- en steppenklimaten er wel bij varen. Uit satellietfoto’s valt bovendien op te maken dat de Sahel, de struik- en grassavanne ten zuiden van de Sahara, sinds de jaren ’90 regenrijker en groener is geworden.

4Meer kooldioxide in de lucht komt de teelt ten goede. Als er niets wordt gedaan aan de emissies van CO2 en andere broeikasgassen, zal dat desastreuze gevolgen hebben voor de mensheid, zo wordt ons verteld. Toch is dit maar het halve verhaal. CO2 zit van nature al in de atmosfeer. Toename stimuleert de plantengroei. Teeltproeven wijzen uit dat bomen aanmerkelijk sneller groeien als de CO2-concentratie wordt verhoogd. Onderzoekers van Wageningen Universiteit schrijven zo’n 10 procent van de productiestijging van landbouw in ons land toe aan de toename van het CO2-gehalte in de lucht.

5Het tempo van de zeespiegelstijging is geruststellend laag. Het meest gevreesd wordt de stijging van de zeespiegel door het afsmelten van ijskappen en gletsjers. Dit pakt vooral slecht uit voor laaggelegen, dichtbevolkte rivierdelta’s zoals in Egypte, Bangladesh, Vietnam, China en Nederland. Volksverhuizingen zullen nodig zijn.

Is dit scenario niet overdreven? Het IPCC voorspelt tot het jaar 2100 een zeespiegelstijging van 18 tot 59 centimeter, terwijl er in de achter ons liggende eeuw ook al een stijging was van 17 centimeter. Welke laaggelegen kusten in de wereld lopen onder deze omstandigheden werkelijk gevaar? Met evenveel recht kunnen we zeggen dat het tempo van de stijging geruststellend is. Bovendien, kustgebieden zo laag als de Nederlandse zijn wereldwijd een grote uitzondering.

Door toenemende sneeuwval zal volgens het IPCC de ijsmassa op Antarctica zelfs toenemen. De zeespiegelstijging zal in de 21ste eeuw dan ook voor 70 procent het gevolg zijn van uitzetting van het water van oceanen en hun randzeeën. Het afsmelten van de Groenlandse en Antarctische ijskap (het westelijk deel) zal pas op een termijn van eeuwen substantieel bijdragen aan de zeespiegelstijging.

De opwarming van de aarde wordt algemeen ervaren als een doem waar de mensheid deze eeuw onderuit moet zien te komen. Als we ook de positieve kanten meewegen, is er echter weinig reden tot paniek.

Jacques van Nederpelt is landbouwkundige en sociaal geograaf. Hij schreef ‘Een wereld apart; de uitsluiting van de Derde wereld’.

Lees het klimaatrapport van de IPPC op www.ippc.ch