Rouw is de prijs die je betaalt voor je liefde

,,Ze is onvoorstelbaar trouw,” zegt bleke, magere Krijn (74) met een klein glimlachje over zijn vrouw Goske. ,,Ken je grutto’s? De boeren weten het wel, grutto’s komen elk jaar terug naar dezelfde plek. Die zijn ook heel trouw.” Krijn heeft een agressieve vorm van kanker en kreeg vijf maanden geleden te horen dat hij nog maar drie maanden te leven had. „Normaliter had ik al weg moeten wezen”, zegt hij. Hij en zijn vrouw Goske plukken nu elke dag die hun nog samen gegeven is, al zijn dat geen hele dagen meer, want Krijn woont in een hospice. De EO nodigde hen uit naar Ameland om daar een paar dagen door te brengen en hun verhaal te vertellen voor het programma Tot de dood ons scheidt.

Toen de internist tegen hem gezegd had: „Je hebt de meest rottige kanker op de meest rottige plek”, had Krijn successievelijk al zijn vrienden uitgenodigd, ook twee met wie hij gebrouilleerd was. „Dat ik in vrede kon gaan.”

De EO doet zulke programma’s ook altijd een beetje om het geloof te promoten en dat kan soms heel wonderlijk uitpakken. Goske vertelde dat ze, toen ze ooit heel erg ziek was, een maagperforatie, en onmachtig in het ziekenhuis lag en zich vreselijk voelde omdat ze geen soep kon koken voor haar man, tot de Heer bad of hij voor soep wilde zorgen voor Krijn. En ja hoor, daar kwam de buurvrouw met een pannetje soep. Dankzij de Heer. „Als je het maar vriendelijk vraagt”, zegt Goske. Ze zeggen niet dat ze gevraagd hebben of Krijn niet weer beter kon worden. Wel hebben ze beiden, onafhankelijk van elkaar, op een ochtend terwijl ze hun schoenen aantrokken aan een bijbeltekst gedacht: „Vrees niet, ik ben met u.” Daar klampen ze zich nu aan vast.

Het was in al zijn onopgesmuktheid roerend om die twee oude mensen zo innig van elkaar te zien houden en met angst en moed naar een toekomst te zien kijken die ze weinig vreugde kon gaan brengen. Een vragensteller of -stelster hoorde je niet, waardoor het heel simpel was, je keek naar hun gezichten, soms zag je wat van Ameland.

Bij Andries Knevel in Het elfde uur, vlak daarna, zat Jos Brink die aan stervens- en rouwbegeleiding doet en daar een boek over had geschreven. Hij had eerst tips willen geven voor teksten bij de advertenties, dat het geen zelfgeknutselde versjes werden of altijd alleen maar Vasalis is, al zijn haar regels, zo benadrukte hij, heel mooi en waar: „niet het snijden doet zo’n pijn, maar het afgesneden zijn”. Maar, zei Brink positief, „de winst is dat je wél die ander hebt mogen kennen”. Knevel begreep hem, hij leek zelfs een beetje aangedaan. „Rouw is de prijs die je betaalt voor je liefde,” zei hij. En dat hij dat wist, helaas. Ook met Jaap Jongbloed die daar aan tafel zat ontstond een echt gesprek.

Gelukkig maar, want CDA-fractieleider Pieter van Geel, die het eerst aan de beurt was, had zo weinig interessants te vertellen dat je alleen nog maar haagsismen kon turven: „ik zie het plaatje zich ontwikkelen”, „dat zijn tegenvallers waar ik alle vertrouwen in heb”, „de randvoorwaarden zijn helder”.

Netwerk en Nova probeerden intussen heel andere doden te begrijpen, die op Virginia Tech. Beide programma’s stortten zich al spoedig op meningen over de Amerikaanse wapenlobby, omdat er over de precieze toedracht, de reacties daarop en dergelijke nog niet zo heel veel bekend is. Nova had een studente aan de telefoon, Netwerk had een ‘correspondent’ ter plaatse, maar die had niets te vertellen waarvoor je ter plaatse zou moeten zijn: „Het is nog niet echt duidelijk wat het motief is. Wel weten we dat het een supergefrustreerd type was.”

Discussieer over deze column op www.nrc.nl/ogen