Op zoek naar Van Bommels

In Maastricht werd gisteren de Voetbal Academie Limburg gepresenteerd.

Regionaal talent moet extra kans krijgen om door te stromen naar het profvoetbal.

Limburg bracht het afgelopen decennium gewaardeerde voetbalhelden voort – denk aan Boudewijn Zenden, Ronald Waterreus, Mark van Bommel, Fernando Ricksen en Kevin Hofland. Maar voor Servé Kuijer, voorzitter van Roda JC, was de oogst onvoldoende. Hij is de geestelijk vader van de Voetbal Academie Limburg, die veelbelovende regionale talenten een extra kans gaat bieden door te stromen naar het profvoetbal.

De ambities van de academie, die gisteren werd gepresenteerd en wordt gesponsord door chemiereus DSM, zijn hóóg. Over tien jaar moet 50 procent van de contractspelers van de Limburgse eredivisieclubs (nu alleen Roda JC) uit de eigen jeugd voortkomen. Voor de eerste divisieclubs (nu VVV, MVV en Fortuna Sittard) ligt dat percentage op 75. Ter vergelijking: in de huidige A-selectie van Roda JC zijn slechts drie van de 24 voetballers in Kerkrade opgeleid.

De academie, een samenwerkingsverband tussen de vier provinciale profclubs, begint komende herfstvakantie met een pilot. Zestien jongens (15-16 jaar) met veel aanleg – elke club mag er vier aanwijzen – krijgen jaarlijks veertig dagen lang onderricht. Het programma bestaat uit drie trainingskampen van zes dagen en 22 woensdagen. Initiatiefnemer Kuijer haastte zich gisteren te zeggen dat de deelnemende spelers bij hun club blijven, dat de trainers van de clubs bij het project worden betrokken en daar „hun voordeel mee doen”.

„Die veertig dagen zijn te kort”, zegt Kuijer, lid van de Raad van Bestuur van het Academisch Ziekenhuis Maastricht. „Je moet ze zien als zuurstofflessen, het echte werk doen de spelers thuis.” De Universiteit Maastricht werkt mee, evenals het ziekenhuis, het CIOS en scholen. Net als wereldkampioen polsstokhoogspringen Rens Blom en hockeyster Maartje Paumen en prominente Limburgse voetbaltrainers als Huub Stevens, Sef Vergoossen, Bert van Marwijk en Frans Körver gastdocent.

Van Marwijk, die voor zijn Duitse avontuur coach was van Limburgse amateurclubs, Fortuna Sittard en Feyenoord, zegt het als zijn plicht te zien wat terug te doen voor het Limburgse voetbal, omdat hij daar veel aan te danken heeft.

Hij is ervan overtuigd dat de academie de uitverkoren jeugdspelers („de opleiding bij hun clubs is best goed”) iets extra’s kan bieden. „Ze krijgen de kans een training mee te maken van Stevens, Vergoossen en Körver, in een echt stadion. Ze maken gebruik van de kleedkamers van de selectie. Dat is toch kicken? En Mark van Bommel komt ook langs. De jongens moeten reizen voor de trainingen en kampen. Dat moeten ze ervoor over hebben. Ik moest vroeger veertig kilometer fietsen om te trainen bij Go Ahead.”

Hoofdsponsor DSM heeft zich voor vijf jaar aan het project verbonden, naar eigen zeggen met „een substantieel bedrag”, waarvan het de hoogte niet vrijgeeft. Kuijer: „Per talent wordt 11.000 euro per jaar geïnvesteerd. Club en speler betalen niks.” Kuijer zei dat de ‘cursus’ op de academie niet vrijblijvend is. Wie niet voldoet kan vertrekken. En DSM wil na drie jaar „resultaten” zien. KNVB-preses Jeu Sprengers is voorzitter van de Voetbal Academie Limburg, waaraan vanaf 2008 drie groepen (13-14, 15-16 en 17-18 jaar) meedoen. De Limburgse voetbalfans zullen de Voetbal Academie Limburg nauwgezet volgen. Ze kijken uit naar opvolgers van Zenden, Waterreus, Van Bommel, Ricksen en Hofland. Eén ding weten ze zeker: het initiatief leidt niet tot FC Limburg, een fusie van de vier profclubs waarvan een aantal Limburgers voorstander is. Het emotionele verzet daartegen is nog steeds groot.

Wie in Maastricht FC Limburg zegt, krijgt een steen door zijn raam, zei een vooraanstaande Limburgse sportjournalist vier jaar geleden in NRC Handelsblad . En dat is niet veranderd.