Oorzaken crisis vluchtelingen Irak toegedekt

Op de eerste grote conferentie over Iraakse vluchtelingen werden de politieke oorzaken toegedekt. Anders wilden de VS niet komen.

De honderden deelnemers aan de eerste grote conferentie over Iraakse vluchtelingen die de VN-vluchtelingenorganisatie UNHCR gisteren en vanochtend in Genève hield kregen het probleem – vier miljoen Irakezen op drift – in al zijn excessen geschetst. Er waren films en vlammende toespraken over de stijgende noden van deze mensen, en die van de gastlanden. Maar over wat deze ramp heeft veroorzaakt: geen woord. De politieke oorzaken van de crisis werden toegedekt met humanitaire taal. „Het had evengoed om de slachtoffers van een tsunami kunnen gaan”, zei een deelnemer. „Of een aardbeving.”

Momenteel ontvluchten 40.000 mensen per maand Irak. Het buurland Jordanië, dat al 800.000 Irakezen herbergt, heeft de grenzen dichtgegooid (behalve voor rijke Irakezen). Ook Syrië, dat er 1,2 miljoen heeft, raakt uitgeput. Libanon, Egypte, Turkije en Iran hebben tienduizenden Irakezen opgevangen, maar zijn niet happig op meer. Bijna twee miljoen mensen zijn binnen Irak zelf op de vlucht. Sektarisch geweld eist zo’n honderd mensenlevens per dag. Irakezen kunnen de grens nauwelijks meer over; veel Iraakse provincies weigeren mensen uit ándere provincies de toegang. Vandaar dat het UNHCR de noodklok luidt. „Het wordt tijd dat de internationale gemeenschap echt solidair wordt met ontheemde Irakezen en hun gastlanden”, zei UNHCR-chef António Guterres.

Maar opmerkelijk solidair toonde de wereld zich niet. Daarvoor zijn de achterliggende politieke problemen te groot. De Arabieren willen dat de Verenigde Staten en Irak, dat zij als een Amerikaanse lakei zien, het probleem oplossen dat ze zelf gecreeërd hebben. Achter de schermen woedde ook een ruzie tussen het UNHCR en Jordanië, die pijnlijk zichtbaar werd toen de Jordaanse afgezant Guterres nauwelijks begroette.

De VS zagen aanvankelijk niets in een conferentie. Erkennen dat vier miljoen Irakezen hebben moeten vluchten, betekent indirect óók erkennen dat de Amerikaanse politiek in Irak faalt.

Vervolg IRAK: pagina 5

IRAK

Arabieren woedend over Amerikaanse opstelling

Vervolg van pagina 1

De VS zijn ook de grootste donor aan het UNHCR. Vandaar dat zij, toen ze eenmaal begrepen dat ze de conferentie wegens de enorme urgentie van het probleem niet konden voorkomen, met een serie eisen kwamen. De belangrijkste eis was dat er niet over politiek werd gepraat. De pers mocht er ook niet in. Guterres moest hiermee akkoord gaan.

Veel Arabische landen waren hier razend over. Zij zien deze vluchtelingencrisis als direct gevolg van de Amerikaanse interventie in maart 2003. Jordanië en Syrië, die al tien jaar lang zonder mokken af en aan opvang bieden aan Irakezen, vinden dat zij opdraaien voor een politieke inschattingsfout in Washington. Dat hadden ze in Genève graag willen zeggen. Syrië deed dat in bedekte termen toch. Maar Jordanië, een Amerikaanse bondgenoot, slikte het met moeite in.

Tot nog toe hebben de VS de deur opengezet voor 500 Irakezen. Maar wegens de scherpe Amerikaanse antiterreurwetten zijn volgens Human Rights Watch maar 202 Irakezen toegelaten. Groot-Brittannië heeft geen enkele Irakees uit de regio onderdak geboden. Een Arabische diplomaat tierde: „Waarom worden wij met geallieerde problemen opgescheept?”

Het UNHCR kreeg gisteren van Irak 25 miljoen dollar, van de VS ruim tien miljoen. Ook beloofden de VS enige duizenden Irakezen op te nemen, vooral vertalers die voor hen hebben gewerkt. Guterres had gehoopt dat ook andere rijke landen deze week Jordanië en Syrië financiële hulp zouden bieden, en Iraakse vluchtelingen van hen zouden willen overnemen. Maar veel landen wachtten af. Nederland, een grote UNHCR-donor, bood aan om 125 Irakezen extra op te nemen. Staatssecretaris Albayrak gaf toe: een druppel op een gloeiende plaat. „Maar ik wil deze week met mijn Europese collega’s overleggen over gezamenlijk opvangbeleid. Net als we destijds met Kosovaren hebben gedaan.”

Albayrak was een van de weinige ministers en onderministers die naar Genève waren gekomen. Afrikanen waren er bijna niet. Veel Arabieren hadden uit protest alleen ambassadeurs of hoge ambtenaren gestuurd. Alleen Irak was er met twee ministers – wat leidde tot zoveel veiligheidsmaatregelen, dat diplomaten scheldend door de gangen liepen op zoek naar een uitgang die níet was vergrendeld.

Sommige deelnemers waren tevreden dat de conferentie alleen over de humanitaire zaken ging. „Er wordt al genoeg gescholden op VN-conferenties”, zei een diplomaat. „Iraakse vluchtelingen en ontheemden hebben daar niets aan. Nu hebben we het tenminste over hén gehad.”

Maar Jordanië blijft zich miskend voelen. Sinds 1948 biedt het ook al ‘tijdelijk’ onderdak aan Palestijnen. Intussen zijn dat er zo’n drie miljoen – ruim de helft van de bevolking. Politiek ligt de balans tussen Hashemieten en Palestijnen gevoelig. Nu krijgt Jordanië wéér te maken met een vluchtelingenstroom, van de andere kant. Weer, zegt men, gaat het om tijdelijke opvang. Scholen puilen uit; de meeste Iraakse kinderen kunnen er niet eens naar toe. Mannen hangen werkloos op straat, vrouwen gaan de prostitutie in om aan geld te komen. Jordanië is doodsbang voor destabilisatie. De Palestijnen hebben het land ook eens bijna in een burgeroorlog gestort.

Het UNHCR praat over ‘vluchtelingen’ die ‘rechten hebben’. Maar Amman eist nu, met een bijna tien jaar oude afspraak met het UNHCR in de hand, dat alle Iraakse vluchtelingen binnen zes maanden worden doorgesluisd naar andere landen. Anders stuurt Jordanië hen terug. Het UNHCR zegt dat de tijden veranderd zijn en dat het die afspraak onmogelijk kan honoreren. Daarop heeft Jordanië grote donoren gevraagd geen geld meer via het UNHCR te sturen maar bijvoorbeeld via Unicef. Unicef komt namelijk níet met lastige vragen. Dat Jordanië gisteren geen minister naar Genève stuurde maar een ambtenaar van het ministerie van Binnenlandse Zaken, sprak boekdelen.