Na de bruiloft

In de bioscoop ging ik drie rijen voor een groepje van vier vrouwen zitten om te voorkomen dat hun blikveld geblokkeerd zou worden door mijn lange nek. U merkt: ik deug. Maar ik moet eraan toevoegen dat ik het ook deed om een beetje privacy te waarborgen en op grotere gehoorsafstand te zitten. Altruïsme kan het zelden zonder egoïsme stellen.

De vrouwen waren van verschillende generaties en hoorden bij elkaar. Aan hun accent te oordelen, kwamen ze eerder uit de Jordaan – of de voortzetting daarvan in Almere of Zaandam – dan uit Amsterdam-Zuid. Mijn stellige indruk was dat ze net in de stad een hapje hadden gegeten en, vooral, een slokje gedronken. De stemming was vrolijk en verdroeg zich, naar ik verwachtte, slecht met het karakter van de hoofdfilm: After the Wedding.

Dat is een Deense speelfilm van Susanne Bier over relatieleed in de familiale sfeer – het soort leed waar Scandinavische filmers sinds Ingmar Bergman het patent op lijken te hebben. Misschien was ik de film onbewust om die reden een hele poos uit de weg gegaan. ’s Winters maken zulke films je te somber, ’s zomers mogen ze je goede humeur niet bederven. Maar deze dag was toch al aan de grijze kant, en bovendien hadden tal van cinefiele kennissen me verbaasd gevraagd: „Heb je die nooit gezien?”

De vier vrouwen achter mij hadden geen last gehad van zulke overwegingen. Ze wilden nog niet naar huis en moesten in de bioscoopvitrine iets over een bruiloft hebben gelezen. En een bruiloft is altijd vrolijk – vrolijker meestal dan wat erop volgt.

Toen de film begonnen was, merkte ik al snel dat ik beter nóg drie rijen verderop had kunnen gaan zitten. De vrouwen bespraken onderling met scherpe fluisterstemmen de scènes, alsof ze gezamenlijk thuis voor de televisie een soap volgden.

„Mooie tent.” (Een hoofdrolspeler is multimiljonair en bezit een type huis dat in de Jordaan niet voorkomt.)

„Leuke gozer.” (Een andere hoofdrolspeler is ontwikkelingswerker-met-sexappeal in India.).

„Lul.” (Een bijrolspeler bedriegt meteen na de bruiloft zijn vrouw met haar beste vriendin, een lullin dus.)

Zo ging het maar door.

Ik heb doorgaans een grote hekel aan zulk ongevraagd commentaar, maar bij deze film had ik er minder moeite mee. Niet dat het een slechte film was, integendeel, we mochten willen dat hij van Nederlandse makelij was. Maar het verdriet van Denemarken was nog dramatischer dan ik had gevreesd en kon daarom wel enig onthecht commentaar gebruiken. De multimiljonair bleek dodelijk ziek, een vooruitzicht waar hij zich niet bij wilde neerleggen. „Ik wil niet dood, ik wil niet dood”, schreeuwde hij in een aanval van razernij tegen zijn vrouw.

Toch moest hij eraan geloven. God was scenarioschrijver geworden en wilde het zo. Binnen een paar tellen was het voorbij, want filmers houden van snelle overgangen. We zagen hem tegen zijn vrouw tekeergaan en het volgende moment werd hij al begraven.

„Dát ging snel”, zei een van de vrouwen achter me.

Ik schoot onwillekeurig in de lach. Niet alleen vanwege haar commentaar, maar ook om het geluid dat een andere vrouw uit het rijtje er onopzettelijk aan toevoegde: ze snoot haar ontroering weg in haar zakdoek.