Melkert zag de zaak als opgelost

Wereldbank-president Wolfowitz is in opspraak om het salaris van zijn vriendin.

Ad Melkert handelde die zaak af en was tevreden met de oplossing.

Oud-PvdA-leider Ad Melkert blijkt een sleutelrol te hebben gespeeld bij de affaire rond Wereldbank-president Paul Wolfowitz en zijn vriendin. Melkert, toen de Nederlandse bewindvoerder bij de Wereldbank, was voorzitter van de ‘ethische commissie’ die de zaak afhandelde. Melkert vroeg Wolfowitz de tijdelijke overplaatsing van zijn vriendin naar een instelling buiten de Wereldbank zelf te regelen. De overplaatsing was volgens de commissie nodig om een belangenconflict tussen Wolfowitz en zijn vriendin, die werkte bij de Wereldbank, te voorkomen. Melkert meldde vervolgens dat Wolfowitz de zaak „conform de richtlijnen van de commissie” had opgelost.

Dit blijkt uit 109 pagina’s documenten die door de Wereldbank zijn vrijgegeven na aanhoudende kritiek op het optreden van Wolfowitz.

Wolfowitz is in opspraak geraakt doordat hij zich zou hebben bemoeid met de arbeidsvoorwaarden voor zijn vriendin. De commissie van Melkert – die zelf inmiddels werkt bij het ontwikkelingsfonds van de Verenigde Naties – en het toenmalige bestuur van de Wereldbank zouden daarbuiten hebben gestaan, zei het huidige bestuur vorige week na eigen onderzoek.

Uit de nu vrijgekomen documenten blijkt Wolfowitz op aanwijzing van Melkert „en zeer tegen zijn zin” betrokken te zijn bij de zaak. Vóór zijn aantreden bij de Wereldbank in 2005 had Wolfowitz bij de bestuurders van de bank een „belangenconflict” gemeld wegens zijn relatie met een medewerker van de bank, Shaha Riza. Hij stelde voor om zich verre te houden van alle „personeelszaken” die op haar betrekking hadden.

De commissie-Melkert stelde voor om haar gedurende het presidentschap van Wolfowitz over te plaatsen naar een andere instelling dan de Wereldbank. „Tegelijkertijd moet een mogelijke verstoring van [haar] carrièreperspectieven [bij de Wereldbank] worden erkend door een promotie”, staat in een memo van Melkert aan Wolfowitz van 27 juli 2005. Riza stond namelijk op het punt om promotie te krijgen binnen de Wereldbank.

Wolfowitz moest de overplaatsing zelf regelen, schreef Melkert in een brief van 8 augustus 2005 aan hem. Daarop gaf Wolfowitz personeelszaken de opdracht de zaak af te doen. Het resultaat was dat Riza 50.000 dollar meer ging verdienen bij het ministerie van Buitenlandse Zaken. Melkert zag de zaak hiermee als opgelost, zo schreef hij in een brief aan Wolfowitz van 24 oktober 2005. In een persoonlijk briefje van 25 november aan Wolfowitz dankte Melkert hem voor de „bijzonder open en constructieve aard van onze discussies, vooral gezien de gevoeligheid voor Shaha, ik hoop dat zij gelukkig is in haar nieuwe baan”. Melkert nodigde Wolfowitz en zijn vriendin in hetzelfde briefje uit om bij hem thuis te komen eten.

Ook later blijft Melkert Wolfowitz tegen kritiek steunen. In januari en februari 2006 komen via een kliklijn van de Wereldbank klachten over de salarisverhoging binnen bij de commissie van Melkert. Maar Melkert ziet geen probleem. Hij schrijft op 3 februari 2006 aan Wolfowitz dat „geen ethische zaken aan de orde zijn” en dat daarom de ethische commissie de zaak niet verder zal onderzoeken.

Voor de correspondentie zie www.worldbank.org