Meer dan twee keer zo hoog als de Dom

Utrecht wil de hoogste toren van Nederland bouwen. Maar niet iedereen is enthousiast over de ‘Belle van Zuylen’. De lucht en de horizon raken vervuild, zeggen tegenstanders.

Impressie van de Belle van Zuylen Image converted using ifftoany

De luchtkwaliteit. Dat, zegt Utrechter Kees van Oosten, wordt het belangrijkste wapen in de strijd tegen de 262 meter hoge toren Belle van Zuylen, die in de Utrechtse nieuwbouwwijk Leidsche Rijn moet komen te staan. „Die Belle van Zuylen komt er nooit. Dit plan gaan we neersabelen.”

Voor de zomer moet het collegevoorstel klaar zijn om met de bouw te beginnen. De komende weken spreekt de gemeente Utrecht met Burgfonds, de betrokken projectontwikkelaar, over de financiële haalbaarheid.

Zodra de vrijstelling voor het bestemmingsplan ter inzage ligt, stapt Van Oosten naar de rechter. Met zijn Bureau Rechtsbescherming voert hij geregeld juridische gevechten tegen plannen en maatregelen van het Utrechtse gemeentebestuur. Van Oosten noemt het plan voor de Belle van Zuylen, het hoogste gebouw van Nederland, „bespottelijk” en geeft het geen schijn van kans voor de rechter. „Dit gaat een gigantische hoop autoverkeer en dus milieuvervuiling opleveren. De luchtkwaliteit zal drastisch achteruitgaan.”

De Belle van Zuylen, vorig jaar gepresenteerd door Burgfonds en het Amsterdamse bureau de Architekten Cie., is een toren die onder meer gaat bestaan uit kantoren, woningen, dienstverlenende bedrijven en een hotel. Onlangs werd in een haalbaarheidsonderzoek van Burgfonds duidelijk dat de bouw van de toren geen technische problemen oplevert. Bij een informele gemeenteraadsvergadering waarin dat onderzoek werd besproken, bleek een meerderheid van de Utrechtse raad achter de komst van de toren te staan.

Over de luchtkwaliteit gaan zich later nog gespecialiseerde onderzoeksbureaus buigen. Maar verantwoordelijk wethouder Harrie Bosch (PvdA) maakt zich weinig zorgen. Op dit moment liggen veel bouwplannen stil, omdat ze de luchtkwaliteit te zwaar belasten. Maar Bosch vertrouwt op de nieuwe Wet Luchtkwaliteit, die nu bij de Eerste Kamer ligt. Die wet moet veel bouwplannen – zoals dat voor de Belle van Zuylen – weer uitvoerbaar maken. „Ik hoop dat iedere Utrechter straks net zo trots is op de Belle van Zuylen als op de Dom”, zegt de wethouder.

Maar hoe haalbaar is het project eigenlijk?

Ook de wind kan, op deze hoogte, voor problemen zorgen. Als je niet oplet, gaat het gebouw heel erg wiebelen, zegt architect Wiek Röling, emeritushoogleraar architectonisch ontwerpen en voormalig bestuurslid van de Stichting Groene Hart. „Sommige mensen kunnen er zeeziek van worden en moeten daardoor zelfs verhuizen. En je kunt haast nooit de ramen openzetten.” Maisa Verwey van Burgfonds hoopt dat op te lossen door bijvoorbeeld een gewicht als tegenwicht in de top van de Belle van Zuylen te hangen. „Het gebouw mag niet meer dan een halve meter uitwijken”, zegt Verwey.

En dan is er nog de horizonvervuiling.

Vanaf het uitzichtplatform op het dak, zegt Verwey, kun je vijftig kilometer ver kijken. „Bij mooi weer zie je zelfs de zee.” Frank Wassenberg, onderzoeker bij het onderzoeksbureau OTB van de TU Delft, werpt tegen dat het „natuurlijk ook andersom” werkt. „Op grote afstand kun je die toren straks zien. Dat is de keerzijde.” Roel de Wit, oud-voorzitter van de Raad Ruimtelijke Ordening, is om die reden fel tegenstander van de toren. „Hoogbouw moet in verhouding zijn. Honderd meter lijkt me hoog genoeg voor een stad als Utrecht.” Marcel Blom van de Natuur en Milieufederatie Utrecht pleit voor een onderzoek „naar hoe het er straks daadwerkelijk uitziet vanuit het Groene Hart en hoe je dat beleeft”.

De appartementen in de Belle van Zuylen gaan zeker een half miljoen euro kosten. De vierkantemeterprijzen voor de kantoren zijn hoger dan normaal. Burgfonds heeft geen onderzoek gedaan naar potentiële kopers. Wel is er gesproken met trendwatchers en marktbureaus over de toekomstige woonvraag en woontrends. Hun conclusie: projecten van deze omvang zijn schaars, en er zal genoeg belangstelling voor zijn.

Ook voor de kantoren wordt gezocht naar bedrijven die op de uitstraling afkomen. Verwey: „In de Belle van Zuylen werken is toch wat anders dan anoniem ergens in de laagbouw.” De toren moet concurreren met de Zuidas in Amsterdam, waar veel prestigieuze kantoorgebouwen staan.

Over de hoogte van het gebouw zijn de meningen verdeeld. Onderzoeker Frank Wassenberg: „Zo’n Belle van Zuylen is het visitekaartje van de stad. Je kunt natuurlijk ook gewoon vier lagere gebouwen naast elkaar zetten. Maar ja, dan val je niet op.” Roel de Wit zegt dat hoogbouw „modieus” is geworden. „Het is stoerdoenerij. Zo van: kijk ons eens!”

Marcel Blom van de Natuur en Milieufederatie heeft „een dubbel gevoel” over de Belle van Zuylen. „Met hoogbouw kan er ook zuinig worden omgegaan met de beschikbare ruimte.” Architect Wiek Röling deelt dat gevoel, zegt hij. „We moeten oplossingen vinden voor te veel mensen op te weinig ruimte. Iedereen een huis met tuintje kost veel te veel grond.”

Kees van Oosten ziet op zijn beurt geen voordelen van de toren. Hij beticht Utrecht van „metropoolaspiraties” en „grootheidswaanzin”. „Landschappelijk is het natuurlijk een verschrikkelijk project. In zo’n klein landje als Nederland moet je het gevoel van open ruimte koesteren.”