Koenders biedt wereld hulp aan in waterstrijd

Minister Bert Koenders (PvdA) sprak gisteren in New York de Verenigde Naties toe, zowel de Algemene Vergadering als de Veiligheidsraad. Dat laatste was bijzonder.

De grote vergaderzaal van de Verenigde Naties is niet erg vol als minister Bert Koenders (Ontwikkelingssamenwerking, PvdA) het spreekgestoelte betreedt. Alleen in de Nederlandse bankjes is het druk. Een deel van de forse, Haagse delegatie wordt op de zetels van Nepal ondergebracht. Nepal is er vandaag niet.

De Algemene Vergadering spreekt bij Koenders’ VN-debuut over een onder voormalig secretaris-generaal Kofi Annan uitgebracht advies om de VN-activiteiten voor ontwikkelingssamenwerking te stroomlijnen. In ontwikkelingslanden zouden de VN als één organisatie met één budget moeten opereren, vindt Koenders. Nu nog werken bijvoorbeeld het kinderfonds Unicef en het ontwikkelingsprogramma UNDP in veel landen afzonderlijk van elkaar. „We lijken allemaal te vinden dat hervorming van de VN essentieel is om het belang van de VN op het terrein van ontwikkeling veilig te stellen”, zegt Koenders. „Nu moeten we het doen.”

Ontwikkelingsorganisaties van de VN die bereid zijn onderling samen te werken, kunnen op meer fondsen rekenen, legt de minister na zijn toespraak uit. „We gaan bijhouden welke organisaties het goed doen en welke niet. Als organisaties bereid zijn daadwerkelijk als één VN te functioneren, dan moeten ze meer geld kunnen krijgen.” Koenders roept de lidstaten op minder ‘geoormerkt’ geld ter beschikking te stellen en meer bij te dragen aan de algemene middelen van VN-organisaties.

Direct na zijn bliksemoptreden in de Algemene Vergadering, juist als de afgevaardigde van Vietnam zijn uiteenzetting begint, beent de minister met zijn gevolg de zaal uit. Hij heeft nog veel kennismakingsgesprekken, onder andere bij Unicef en bij UNFPA, de VN-organisatie die zich bezighoudt met bevolkingsvraagstukken. Nederland is van deze organisatie de grootste donor.

Maar een uur later is Koenders alweer terug in het VN-gebouw. Dan schuift hij aan bij de Veiligheidsraad. Daar wordt voor het eerst gesproken over de gevolgen van klimaatverandering voor internationale vrede en veiligheid. Na de vijftien leden van de raad komt een stoet aan sprekers uit andere landen aan het woord. EU-voorzitter Duitsland, Nederland en de Maldiven hebben ministers afgevaardigd.

Koenders legt uit dat Nederland omwille van de veiligheid al eeuwenlang tegen het water vecht en biedt aan de rest van de wereld met raad en daad bij te staan. Koenders stelt voor om in Den Haag een conferentie te beleggen over klimaatverandering en het internationaal recht. Via ‘juridische instrumenten’, zoals verdragen over de loop van grensoverschrijdende rivieren, moet komen vast te liggen wie voor welk deel van de gevolgen van klimaatverandering verantwoordelijk is.

Om een en ander te financieren introduceert Koenders bij de leden van de Veiligheidsraad het adagium ‘de vervuiler betaalt’. De landen die het meest verantwoordelijk zijn voor klimaatverandering, zouden ook het meest moeten betalen om de effecten daarvan te verzachten. „Het zijn vooral arme landen in Afrika en Zuid-Azië die de grootste klimaatrisico’s lopen”, verklaart Koenders in een toelichting achteraf. Hoe hij de grootste vervuiler, de Verenigde Staten, zou willen laten betalen, laat de minister in het midden. „Je zou kunnen denken aan een belasting op de uitstoot van kooldioxide.”

Als zijn collega uit het door het oprukkende water bedreigde Maldiven in de Veiligheidsraad het woord neemt, haast Koenders zich naar buiten. In de regen laat hij zich interviewen door BBC World.