Hoe beter de VN, hoe meer geld

Nederland wil de financiële bijdrage aan de Verenigde Naties afhankelijk maken van interne hervorming. Ontwikkelingsorganisaties van de VN die bereid zijn onderling samen te werken, kunnen op meer geld rekenen. Dat heeft minister voor Ontwikkelingssamenwerking Bert Koenders (PvdA) gisteren bij de VN in New York gezegd. Koenders was in New York om kennis te maken bij verschillende VN-organisaties die zich bezighouden met ontwikkelingssamenwerking. Hij hield bovendien toespraken in de Algemene Vergadering en de Veiligheidsraad.

In de Algemene Vergadering werd gesproken over een plan om de ontwikkelingsactiviteiten van de VN te stroomlijnen. Nu nog werken bijvoorbeeld het kinderfonds Unicef en het ontwikkelingsprogramma UNDP in veel landen afzonderlijk van elkaar. „We gaan bijhouden welke organisaties het goed doen en welke niet”, zei Koenders. „Als organisaties bereid zijn daadwerkelijk als één VN te functioneren, dan moeten ze meer geld kunnen krijgen.” In zijn toespraak riep Koenders andere lidstaten op minder ‘geoormerkt’ geld ter beschikking te stellen en meer bij te dragen aan de algemene middelen van VN-organisaties.

In de Veiligheidsraad werd op initiatief van het Verenigd Koninkrijk voor het eerst gesproken over de consequenties van klimaatverandering voor de internationale vrede en veiligheid. Koenders bood aan in Nederland een conferentie te organiseren over klimaatverandering en het internationaal recht. „Klimaatproblematiek gaat over grenzen heen, kijk maar naar de rivier de Nijl. De risico’s voor de veiligheid moet je dus ook juridisch afdekken”, zei Koenders na afloop.

In de raad introduceerde Koenders het Nederlandse adagium ‘de vervuiler betaalt’. De landen die het meest verantwoordelijk zijn voor klimaatverandering, zouden ook het meest moeten betalen om de effecten daarvan te verzachten. „Het zijn vooral arme landen in Afrika en Zuid-Azië die de grootste klimaatrisico’s lopen”, zei Koenders.