Het hogere handwerk

Jongeren kennen van veel ambachtelijke beroepen het bestaan niet meer. Ambachtslieden en opleidingscentra openen tot en met 21 april hun deuren.

Wie door de Amsterdamse Czaar Peterstraat rijdt en goed oplet, ziet links en rechts artistieke winkels. In de straat hebben zich in een paar jaar tijd instrumentmakers, een glas-en keramiekmaker, edelsmeden, schilders, modeontwerpers en een boekbinder gevestigd. Binnen werken geen oude mannetjes uit de vorige eeuw, maar dertigers en veertigers die zich vol enthousiasme storten op het oude ambacht.

Melle Wondergem (33), vioolbouwer: „Het besef dat ik vioolbouwer wilde worden kwam in mijn tienerjaren. Ik wilde graag met mijn handen werken, maar ook met mijn hoofd bezig zijn. Muziek was mijn passie en toen vielen de puzzelstukjes ineens in elkaar.

„Ik heb mij gespecialiseerd in het maken van instrumenten uit de vioolfamilie, vooral de contrabas en cello. Omdat een bas zo groot is, hoef je als bouwer of restaurateur niet op een millimeter te letten. Een snaar varieert tussen de 99 en 106 centimeter. Met dat soort verschillen moet je bij een vioolspeler niet aankomen: die wil dat elke viool die hij oppakt hetzelfde is.

„Een viool heeft meer geldwaarde dan een contrabas. Een Stradivarius brengt 2 miljoen euro op, een contrabas van dezelfde meester maximaal 400.000 euro. Violen zijn meer waard omdat er meer vraag naar is. Ouders doen hun kind liever op vioolles, omdat je daarmee vooraan zit in het orkest. Als bassist zit je achteraan.

„Er zijn in Nederland drie goede contrabasbouwers. Toch valt het niet mee om genoeg klanten te vinden. Een nieuwe contrabas laten maken kost ruim 20.000 euro. En zie dat maar eens terug te verdienen als bassist. Mijn collega heeft net een opdracht binnengehaald om drie bassen te bouwen, maar hiervóór heeft het werk drie jaar stilgelegen.

„Er is meer werk als reparateur van contrabassen. De meeste bassisten spelen op oude instrumenten, dus er is regelmatig wat mis mee. Op dit moment werk ik aan een bas van 400 jaar oud. Het is best eng als je daar een beitel in zet.”

Christine van der Ree (48), edelsmid/emailleur. „De term edelsmid is bedacht omdat veel mensen het verschil niet weten tussen een goudsmid en een zilversmid. Officieel is een goudsmid iemand die sieraden maakt, soms van goud, soms van zilver of platina. Een zilversmid maakt grotere gebruiksvoorwerpen, zoals bestek, kandelaren, theepotten en schalen. Als edelsmid maak ik dus zowel sieraden als gebruiksvoorwerpen.

„Ik heb mij gespecialiseerd in het werken met email, dat is een gekleurde glassoort. Email wordt aangeleverd in poedervorm of in kleine brokjes. Door het tot 900 graden Celsius in de oven te verhitten, smelt het en hecht het zich aan metaal.

„Ik maak veel speldjes voor op revers of mooi versierde wandpanelen van email. Laatst moest ik ook de ambtsketting van een burgemeester emailleren, en voor een ander de wieldoppen van een Porsche. Een sieraad emailleren, duurt gemiddeld een uur. Ik begin altijd met het maken van een ontwerp. Dan snijd ik het metaal uit, breng ik het email aan en stop het sieraad in de oven voor twee minuten. Met slijpen en schuren werk ik het sieraad af.

„In Nederland zijn maar vijf professionele emailleurs. Zelfs voor goudsmeden in opleiding is emailleren geen verplicht vak meer. Alleen in Engeland en Amerika zijn nog kunstacademies waar het vak uitgebreid wordt aangeboden. Er zijn niet veel mensen die een emaillen voorwerp laten maken in opdracht. Het is iets anders dan een gouden trouwring. Daar zit een hoop emotionele waarde aan vast. Emaillen voorwerpen worden toch meer gezien als kunstobject.”

Daniela Stojkovic (31), restaurateur glas en keramiek. „Als jonge vrouw ging ik kunstgeschiedenis studeren: dan weet je alles af van mooie kunst in musea, maar mag je niets aanraken. Als restaurateur heb ik soms wel voorwerpen van 4.000 jaar oud in mijn handen.

„Ik restaureer zowel glas als keramiek, omdat de bereidingswijze en samenstelling van die twee materialen ongeveer gelijk is. Ik restaureer bijvoorbeeld oude wijnglazen uit de zeventiende eeuw, maar ook oude porseleinen vazen uit de Tang Dynastie, of aardewerken beelden uit de Bronstijd.

„Een voorwerp restaureren duurt meestal vier tot zes weken en kost soms wel duizenden euro’s. Het moeilijkste aan dit vak is het bedenken van een plan van aanpak. Als mijn bureau vol ligt met porseleinen stukjes, weet ik soms niet waar ik moet beginnen.

„Gemiddeld gaat een restauratie van een voorwerp vijftig jaar mee. Een restauratie is dus niet voor eeuwig. Dat komt doordat ik altijd synthetisch materiaal zoals hars en gips gebruik en nooit het originele materiaal, zoals porselein of glas. Als je wel het originele materiaal zou gebruiken, zou het voorwerp de oven in moeten en dat beschadigt de inmiddels aangebrachte decoratie onherstelbaar.

„Een goede restaurateur mag nooit zelf iets toevoegen aan het object dat er niet oorspronkelijk was. Als je niet weet hoe een origineel oortje van een kopje eruit heeft gezien moet je navraag doen bij conservatoren of speurwerk in oude kunstboeken verrichten. Je mag nooit gokken, anders ligt er mogelijk een gerestaureerd voorwerp in een museum dat in werkelijkheid nooit zo heeft bestaan.

Meer over het ambacht op www.weekvanhetambacht.nl