Het Franse platteland ziet geen toekomst

Veel bewoners van het Franse platteland hebben het gevoel dat hun dorpen langzaam sterven. En dat de presidentskandidaten daar niets van begrijpen.

Marcel Grognu (74) is een gerespecteerd heer in Champlitte. Dat merk je meteen als hij ’s morgens om acht uur staat te praten bij de ingang van de markt in het dorp, vijftig kilometer ten oosten van Dijon. Voorbijgangers glimlachen beleefd als ze hem voorbij lopen. „Goedemorgen mijnheer”, zeggen ze met nadruk. Grognu is de voorzitter van de tennisclub, jarenlang was hij locoburgemeester.

Maar tot hij vorig jaar zijn bedrijf verkocht, was Grognu vooral de ondernemer, die zorgde voor dynamiek. Champlitte is zo’n Frans dorpje dat sterft, volgens de bewoners. Winkels en bedrijven gaan weg, bewoners zoeken hun heil elders. Dit is het Frankrijk dat geen toekomst meer voor zichzelf ziet.

Grognu werkte voor het dorp. In zijn gereedschapsfabriek werkten veertig van de 1.200 bewoners. Grognu had principes: „Altijd respect tonen voor je werknemers, je moet ze nooit vernederen.”

Als hij naar klanten toeging, droeg hij zijn speldje van het Front National, de extreem-rechtse partij van Jean-Marie Le Pen. ,,Uitkomen voor je mening, dat dwingt respect af.” Hij moppert over de nieuwe eigenaar, die zich niet aan zijn belofte heeft gehouden om het bedrijf in het dorp te houden. Nu zijn er weer veertig arbeidsplaatsen weg in Champlitte.

Vijf jaar geleden haalde Le Pen in het noordoosten van Frankrijk in de eerste ronde van de presidentsverkiezingen de meeste stemmen – een omslag van formaat. Traditioneel lag de machtsbasis van Le Pen vooral in het zuiden van Frankrijk. In Champlitte eindigde Le Pen met 26 procent ruim voor Chirac. Zondag gaat Frankrijk weer naar de stembus voor een eerste ronde van de presidentsverkiezingen. Gaat Le Pen hier weer als eerste eindigen?

Grognu is ervan overtuigd. Vanmorgen gaat hij alle dorpen in de omgeving af, om te controleren of de posters die Le Pen als president aanprijzen niet zijn afgescheurd. Hij heeft helper Michel Schneider meegenomen. Die heeft een zwart plastic pistool bij zich, om eventuele lastposten af te schudden. „Maar tegenwoordig zijn de reacties lang niet meer zo vijandig als vroeger”, observeert Schneider.

Nee, dit keer gaat Le Pen niet zoveel succes boeken, verwacht priester en historicus Jean-Christophe Demard (67) in zijn werkkamer in het hart van het dorp. „Vijf jaar geleden werd de campagne op tv beheerst door onveiligheid. Nu gaat het om de tweestrijd tussen Nicolas Sarkozy en Ségolène Royal. Dat zul je terugzien in de uitslag.”

Maar dat wil niet zeggen dat de bewoners van Champlitte zich vertegenwoordigd voelen door de voornaamste kanshebbers, meent hij. „Sarkozy en Royal zijn stadse kandidaten. De bewoners hier hebben juist behoefte aan politici met een visie op hoe we samenleven op het platteland.” Hij beschrijft de problemen waar Champlitte voor staat. Het gaat niet alleen om de afnemende economische activiteit. Het is de vraag of er over drie of vier jaar nog huisartsen zijn. Of het college, de school voor leerlingen tot 15 jaar, kan blijven bestaan met amper 160 leerlingen.

Vervolg FRANKRIJK: pagina 5

FRANKRIJK

Een vaste route om aan het dorp te ontsnappen

Vervolg van pagina 1

„Er is nieuw elan nodig, en er moeten leiders komen die samenhang scheppen”, zegt priester Demard. Degene die daar op lokaal niveau het meeste voor heeft gedaan, is Marcel Grognu, vindt hij. ,,Ik ben het niet met hem eens, maar ik kan begrijpen dat hij hier gerespecteerd wordt.” Zo is het FN geloofwaardig geworden.

,,Op lokaal niveau tellen politieke tegenstellingen helemaal niet,” zegt de linkse oud-burgemeester René Henriot (75) een paar straten verderop. „Trottoirs zijn niet links of rechts, ze liggen aan beide kanten van de weg.” Grognu was vroeger zijn locoburgemeester, en ze konden het prima samen vinden. Tussen dorp en land heerst vooral onbegrip, als het over politiek gaat. Landelijke politici maken een enge voorstelling van het FN „omdat ze niet weten hoe het in het dorp werkt.” Kiezers in Champlitte bekijken landelijke politici in de eerste plaats met scepsis. „Iedereen weet dat hun beloftes loos zijn. Het gaat hun om hun eigen carrière, niet om ons.”

Ook Maxime Aussel (18) gelooft niet echt in een van de twaalf kandidaten. Hij wil stemmen op de „minst erge” – in zijn ogen centrumkandidaat François Bayrou. Maar Aussel zou niet verrast zijn als Le Pen in Champlitte weer als eerste eindigt. „Zo zijn de mensen hier”, vertelt hij bij de kerk in Champlitte-la-Ville, een kilometer verderop. „Ze kijken tv, zien rellen in Parijs en andere steden, en ze denken dat het door de buitenlanders komt. Ze zijn bang.”

Het FN is voor hem geen aangenaam onderwerp. Marcel Grognu is zijn grootvader. In Besançon, waar hij studeert en Grognu als regionaal parlementslid actief is, verbergt Aussel dat. In Champlitte kan dat niet, „maar ze weten hoe ik erover denk”, zegt hij ferm. Met zijn grootvader spreekt hij niet over politiek. „Dat is onmogelijk, we krijgen meteen ruzie. Ik kan mijn opa niet veranderen, hij denkt zo omdat hij oud is.”

Maar de afgelopen vijf jaar zijn ook onder de jongeren de spanningen opgelopen. In Champlitte zijn volgens Aussel een dertigtal extreem-rechtse jongens, die het onder andere voorzien hebben op de enige Noord-Afrikaanse familie in het dorp. De anti-FN-jongeren zijn in de minderheid, met z’n tienen. Ze zorgen ervoor dat ze ’s avonds niet in hun eentje in het dorp rondhangen. Alle anti-FN-jongeren willen weg. Er is een vaste route voor jongeren die een opleiding volgen. Eerst voor het eindexamen naar Gray, twintig kilometer verderop. Dan naar Besançon of Dijon, de grotere steden in de buurt waar universiteiten zijn. En dan opent zich de wereld.