Hardloper (24) niet dood na marathon Rotterdam

Zondagmiddag om drie uur werd hij huilend in de ambulance gelegd. „Help, ik ben dood.” Hij had op zijn hartslagmeter gekeken en die stond op nul. Een half uur eerder was hij, vijf kilometer voor de finish van de marathon in Rotterdam, op de grond geploft. Hij werd bleek en misselijk, hij raakte in paniek. „Ik ga sterven.” Dat verhaal stond maandag in deze krant. De marathonloper uit België, 24 jaar, leraar.

Hoe liep het af? Vanochtend belde hij en hij had er geen bezwaar tegen dat nu zijn naam wordt genoemd: Dieter Verpoest. Hij was naar de EHBO-post bij de finish gebracht, vertelt hij. Daar hadden ze hem aan het infuus gelegd en twee liter vocht gegeven. Want daardoor was hij ingestort: uitdroging. „Ik had gedronken en gedronken, het was nochtans niet voldoende.” Daarna mocht hij naar huis, in Hechtel, Belgisch Limburg. Daar woont hij in een gemeenschap van paters en broeders, volgelingen van Don Bosco. Een heilige uit de 19de eeuw die scholen stichtte voor arme of criminele jongens en meisjes. Dieter Verpoest geeft Nederlands en godsdienst.

Wat er in het half uur dat hij op straat lag met hem gebeurde, weet hij niet goed meer. Hij weet alleen wat hij dacht: „Hoe gaan ze morgen op school zeggen dat ik dood ben? Hoe gaan ze het mijn ouders zeggen?” Zijn zusje stierf op haar derde. Verdronken in een sloot. „Zo erg voor hen als ze mij ook zouden verliezen.” Zijn armen tintelden voordat hij viel, zegt hij. Hij dacht dat hij een hartstilstand had.

Gaat hij nog een keer een marathon lopen? „Als ik het doe, dan doe ik het in het najaar. En mocht het dan weer zo warm zijn, dan zal ik niet starten. Ik heb schrik gekregen.”

Lees de eerdere reportage over de marathon op nrc.nl