‘Dit boek staat dicht bij mij’

Edward van de Vendel heeft de Gouden Zoen gewonnen met het jeugdboek ‘Ons derde lichaam’. „Dit is een erg talig boek, heel dicht op de huid van de hoofdpersoon geschreven.”

Edward van de Vendel Foto Bram Budel Auteur en dichter voor kinderen Edward van de Vendel in grand cafe Engels waar hij schrijft met een kop koffie. Voor de serie over kinderboekenschrijvers voor de achterpagina bij interview van Noor Helman. FOTO: BRAM BUDEL Budel, Bram

Door een reeks van toevalligheden kwam de schrijver Edward van de Vendel in 2003 terecht op het songfestival in Riga, waar hij tot in de coulissen kon rondkijken. Zijn ervaringen tijdens dit klatergoudfestijn verwerkte Van de Vendel in de jeugdroman Ons derde lichaam (2006). Hierin vormt het festival een hogedrukpan voor de vele emoties van de hypergevoelige hoofdpersoon Tycho Zeling, die namens Nederland is uitgezonden naar Riga.

Van de Vendel speelt een multimediaal spel met het festival. De tekst die Tycho heeft geschreven voor het festivallied Ons derde lichaam is in werkelijkheid op muziek gezet door de componist Edwin Schimscheimer. Dit lied, gezongen door Renée van Wegberg, is te beluisteren op de website van Van de Vendel. „We hebben ervan af gezien om dit als single uit te brengen, omdat zo’n alternatief songfestivallied te veel voor het boek zou hebben gestaan”, zegt Van de Vendel.

Ons derde lichaam is gisteren in het volle licht gekomen met de Gouden Zoen, de prijs voor het beste boek voor jeugd in de leeftijdscategorie 12 tot en met 16 jaar. Het is een vervolg op De dagen van de bluegrassliefde (Gouden Zoen 2002), waarin Tycho in de Noor Oliver een minnaar krijgt en weer verliest. In Ons derde lichaam bouwt Tycho aan vriendschappen, terwijl hij treurt om Oliver die aan het einde alsnog terugkeert in zijn leven.

De verlenging van Tycho’s leven is te danken aan het feit dat zijn stem en blik maar bleven hangen in het hoofd van Van de Vendel. Is deze jongen na Ons derde lichaam verdwenen? „Ja”, zegt Van de Vendel: „Met dit heel gevoelige en reflecterende personage ben ik wel klaar.” Als er een vervolg komt, zal dat gaan over Oliver, de voetballer die zijn geaardheid moeizaam accepteert: „Over hem heb ik veel nagedacht. Hij kan zich zelf wel fysiek uiten, in zijn sport, maar heel moeilijk in taal. Een boek over hem zou een mooi slot zijn.”

De personages in Ons derde lichaam staan onder zware druk van de media, die via allerlei kanalen tot hen komen. Zo krijgt Tycho een harde tik als hij allerlei commentaar op hemzelf leest op het web. „De nieuwe media zijn zo belangrijk voor jonge mensen. Sommige vormen doen een inbreuk op hun persoonlijke leven, zoals in het boek, maar dat is niet het enige”, zegt Van de Vendel: „Als ik op vmbo-scholen vraag waar jeugdboeken over moeten gaan, hoor ik heel vaak: ‘Over games’. Die zijn hun leven.”

Met Ons derde lichaam sluit van de Vendel een fase in zijn schrijverschap af. „Dit is een erg talig boek, heel dicht op de huid van de hoofdpersoon geschreven”, zegt Van de Vendel: „In wat ik nu aan het schrijven ben raak ik veel meer van mijn eigen persoonlijkheid weg.” Van de Vendel werkt namelijk aan het eerste deel van een serie waarin verschillende schrijvers de levens van jonge mensen fictionaliseren. Zijn personage is een jongen uit Afghanistan, met wie hij tal van interviews heeft gedaan: „Hij vertelt zo beeldend dat ik al schrijvend naar zijn woorden wordt toegetrokken, en naar de maatschappelijke werkelijkheid natuurlijk.” Het boek verschijnt in januari 2008.

Het project tekent de veelzijdigheid van Van de Vendel, die schrijft voor kleuters en jongvolwassenen – proza, toneelbewerkingen, liedteksten en ook poëzie. Bij Ons derde lichaam hoort een dichtbundel, waarop Tycho Zeling als auteur staat vermeld. Zijn meest succesvolle bundels zijn Superguppie en Superguppie krijgt kleintjes, met grappige en inventieve gedichten voor kinderen vanaf zes jaar. „Ik werk nu aan de derde Superguppie-bundel, maar dat is wel de laatste”, bezweert Van de Vendel.

De veelschrijver is zich aan het beperken. „Liedteksten vind ik heel leuk, maar ik heb toch een paar keer nee gezegd tegen een opdracht”, zegt Van de Vendel. „De boeken zijn bij mij meer centraal komen te staan.”