De Zuidas is zwanger van suspense

Tentoonstelling: Fischer & El Sani, The Rise. T/m 13 mei in Stedelijk Museum Bureau Amsterdam, Rozenstraat 59, Amsterdam. Di t/m zo, 11-17u. Inl: 0204220471, www.smba.nl

Beeldende kunst die architectuur als thema heeft, is vaak zakelijk en documentair. Het gebouw speelt de baas, de mens is ondergeschikt. Dat zie je bij het werk van het fotografenduo Bernd en Hilla Becher, maar ook bij de glossy fotografie van Candida Höfer, die zich voornamelijk richt op interieurs van bibliotheken. De fotografie van Axel Hütte is alweer theatraler. Hij heeft een serie gemaakt van de stad bij nacht, gefotografeerd als een eenzame, maar betoverende locatie waar gebouwen oplichten in het donker. De Berlijnse kunstenaars Nina Fischer (1965) en Maroan El Sani (1966) sluiten met hun film The Rise, te zien in Stedelijk Museum Bureau Amsterdam, aan bij die theatraliteit: het werk is traag, maar zwanger van een ongrijpbare suspense.

Het decor is het gebouw Vigñoly aan de Amsterdamse Zuidas. Aan de buitenkant loopt halverwege een brandtrap. Die trap, met uitzicht over de kantoorkolossen, is het landschap van een eindeloze reis vol raadselen. Een man met het uiterlijk van een jonge Robert de Niro beklimt de trap, en slaat steeds weer hoeken om, zonder dat het einde van zijn tocht ooit in zicht raakt. Uiteindelijk valt hij in slaap, op een graslandje. Zou dat het dak zijn, heeft hij zijn doel toch bereikt? Maar nee, hij staat weer op, wast zijn gezicht en loopt door, langs de trappen van hetzelfde gebouw. Als een moderne Sisyphus, die een steen de berg op rolde die steeds weer terugrolde, vervolgt de man onverstoorbaar zijn tocht naar het onbereikbare.

The Rise is een associatieve film met af en toe een betoverend beeld, zoals een shot van de toren door een gordijn van regen. Het is donker en de tl-balken die de trap markeren zijn gereduceerd tot vegen licht. Dan valt er sneeuw, die zich nestelt op de balustrade, op het zwarte haar en het zwarte pak van de traplopende man. Zo wordt de suggestie van eindeloosheid gewekt – een eindeloosheid die nog eens wordt versterkt doordat de film als ‘loop’ wordt vertoond.

Architectuur speelt een belangrijke rol in het oeuvre van Fischer en El Sani, en dan met name architectuur met een wensgedachte, zoals het utopische gebouw dat Oscar Niemeyer in 1980 ontwierp voor de Parti Communiste Français in Parijs. In dat futuristische decor filmde het duo twee mannetjes in het wit, die zich rollend door het gebouw bewegen. Ook de Bibliotheque Nationale in Parijs diende al eens als filmset van Fischer en Al Sani.

Met The Rise zetten ze die focus op gebouwen als dragers van dromen en verwachtingen door: de kranten staan bol van de plannen met de Zuidas als fonkelnieuw stadscentrum nabij Schiphol. The Rise laat de gigantische kantoorpanden van de Zuidas zien als oprukkend leger van glanzend glas en staal, dat de menselijke maat uit het lood slaat. Toch gaat het meer dan in andere films van Fischer en El Sani om de man en zijn reis. Na een tijdje gaat de film irriteren. De muziek klinkt dreigend, maar er gebeurt te weinig, de melodramatische shots van de man in vertwijfeling worden vervelend.

Af en toe wordt de tocht onderbroken door iets absurds: dan loopt hij bijvoorbeeld zichzelf tegen het lijf, of hoort hij een kind en ziet de weerspiegeling als een spookverschijning in het glas. Het zijn bizarre beelden, die doen vermoeden dat Fischer en El Sani de films van David Lynch goed moeten kennen. Van de koele zakelijkheid uit hun eerdere films is bijna niets meer terug te vinden. En dat is jammer, want als narratieve, dramatische film is The Rise niet erg sterk.