De Nederlanders: een creatief volk

Nederland staat zesde op de ranglijst van innovatiefste landen op het gebied van ICT.

Vijf redenen waarom we zelfs de VS achter ons laten.

Vijf redenen waarom we in de top-10 van de meest innovatieve landen staan

Nederland innoveert te weinig, was een paar jaar geleden het geluid. De Europese Unie wilde in 2010 de meest dynamische, concurrerende kenniseconomie ter wereld zijn. Nederland moest binnen Europa tot de top behoren. En daar was het nog lang niet, concludeerde het kabinet-Balkenende II.

In 2003 werd een Innovatieplatform opgericht, dat 800 miljoen euro extra uit de aardgasbaten mocht verdelen over Nederlandse onderzoeksprojecten. Een jaar later kwam daar nog een fonds voor startende technologiebedrijven bij, betaald door het ministerie van Economische Zaken.

Op deze overheidsinspanningen is veel kritiek geweest. Toch gaat het nu beter. Eind maart bleek Nederland doorgedrongen tot de mondiale top-10 van meest innovatieve landen op ICT-gebied, een ranglijst die jaarlijks wordt samengesteld door het World Economic Forum en de Franse businessschool Insead. Met dank aan de mp3-speler, Bluetooth en TomTom, allemaal Nederlands denkwerk.

En vandaag wordt de Europese uitvinder van het jaar gekozen, uit naam van de Europese Commissie en het Europees Octrooi Bureau. Onder de genomineerden is het Nederlandse team van Malcolm Begemann, Marijn van Gemert en Wim Boute. Zij ontwierpen een slimme pacemaker.

Hoe komt het dat het nu beter gaat met de innovatie in Nederland?

1 De kennis van universiteiten en bedrijven genereert nieuwe kennis. Zeven Nederlandse universiteiten staan op basis van hun onderzoeksprestaties in de EU-top-20. Ze leveren goede studenten af. Ook hun internationale aantrekkingskracht duidt op kwaliteit, volgens Wynand Bodewes, docent ondernemerschap aan de RSM Erasmus University. „Nederlandse universiteiten weten studenten en promovendi uit Europa en Azië te trekken. Dat is niet alleen omdat we goedkoop zijn of opleidingen in het Engels geven.”

Ook multinationals als Philips, DSM, Shell en Akzo Nobel hebben gerenommeerde onderzoeksafdelingen. Zo was Philips met 2.495 octrooiaanvragen vorig jaar opnieuw de grootste aanvrager ter wereld.

2 Nederland is aan kennisuitwisseling gaan doen. Met hoog ommuurde onderzoeksafdelingen redt een bedrijf het niet meer. Open innovatie levert nieuwe ideeën én geld op. ‘Van kennis naar kunde naar kassa’, noemen ze dat bij Philips. „Met losse patenten en licenties kun je een ruilhandel opzetten”, zegt Ronald Wolf, business development manager. Dat gebeurt op Philips’ High Tech Campus in Eindhoven, waar duizenden technici van zo’n dertig grote en kleine bedrijven elkaars buren zijn. RSM-docent Bodewes: „Delft heeft zo’n campus, Enschede, Leiden. Denk ook aan ruimteonderzoekscentrum ESTEC in Noordwijk. Daar raak je tijdens de lunch in gesprek en je wisselt ideeën uit.”

3 Internet stimuleert kennis, communicatie, bedrijvigheid en innovatie. Nederland heeft elf miljoen internetgebruikers, bovendien hebben vier op de vijf huishoudens breedband. Dat biedt voordelen, zegt directeur Wouter Pijzel van de Nederlandse Orde van Uitvinders, de NOVU. „Als je wilt zien of er al patent zit op je idee, moet je de online octrooiendatabank uitpluizen. Dat duurt drie à vier uur. Kom dan maar eens aan met je inbelverbinding.”

Internet is een factor van belang, blijkt ook uit de top-10 van het World Economic Forum. Van de zes Europese landen met meer breedband dan Japan en de VS, staan er vijf in die top: Denemarken (1), Zweden (2), Finland (4), Nederland (6) en Groot-Brittannië (9).

4 Nederland verwent startende uitvinders niet. „Dat is heel wijs”, zegt NOVU-directeur Pijzel. „Subsidies maken lui. Met een ongelimiteerde pot geld denken starters al snel: kom, laten we vanmiddag eens gaan freewheelen. Ook de recessie was gunstig voor de innovatie. Als het economisch slecht gaat, is de prikkel om te presteren groter.”

Maar hoe zit het dan met de WBSO-aftrekregeling? En de ‘innovatievouchers’ waarmee beginnende ondernemers tot 5.000 euro aan kennisopdrachten vergoed krijgen? „Dat is een bescheiden subsidie en dat werkt wél”, zegt genomineerde Begemann, die met zijn bedrijf Delphys BV andere uitvinders helpt opstarten. „In Amerika is het heel anders. Daar komen starters met een groot plan en krijgen ze een bak met geld. Met weinig geld moet je slim werken.”

5 Nederland heeft een traditie in mondigheid en openheid. Vergeleken met werknemers in Oost-Europa, China en India zijn Nederlanders kritischer tegenover hun bazen, concludeerde de Adviesraad voor het Wetenschaps- en Technologiebeleid eind vorig jaar. Dat creëert een open, uitdagende en productieve bedrijfscultuur, mede doordat Nederlanders goed zijn in integraal en samenbindend denken.

Uit eigen ervaring kan Begemann zich voorstellen dat de traditionele ‘Nederlandse tolerantie’ samenwerking vergemakkelijkt. NOVU-directeur Pijzel voegt daaraan toe dat we onze talen spreken en af en toe „wat leuke ideeën” hebben. „Nederlanders zijn best een creatief volkje.”

En vijf manieren hoe Nederland binnen een paar jaar ook de top-3 kan halen

Ook de top-3 van meest innovatieve landen is haalbaar, zegt de optimist.

Vijf manieren hoe Nederland kan inlopen op onze noorderburen.

In de top-10 van meest innovatieve landen staat Nederland nu op de zesde plaats. De eerste vijf zijn achtereenvolgens Denemarken, Zweden, Singapore, Finland en Zwitserland. Hoe komt Nederland in de topdrie?

1 Nederland heeft meer bedrijven met durf nodig. „Uitvinders klagen vaak bij ons dat bedrijven risicomijdend gedrag vertonen”, zegt Guus Broesterhuizen, directeur van het Octrooicentrum Nederland. „Ze durven niet te investeren in starters of in uitvinders die failliet zijn gegaan. Terwijl je voor uitvinden tien keer moet mislukken om één keer succes te hebben.”

Ronald Wolf, business development manager bij Philips, „herkent de kritiek, maar vooral als iets van vroeger”. In het algemeen geldt dat risico’s nemen in het nationale bedrijfsleven niet vanzelfsprekend is. Maar dat is aan het veranderen. Wolf: „DSM bijvoorbeeld, richt zich juist heel goed op kleine bedrijfjes. En Philips is bezig met kennisuitwisseling. Ons land loopt niet voorop, maar we zijn ook niet onderontwikkeld.”

2 Uitvinders moeten zakelijker worden. Het Octrooicentrum Nederland probeert uitvinders meer ‘octrooibewust’ te maken: ze moeten hun uitvindingen beter beschermen. Ook Wynand Bodewes, docent ondernemerschap aan de RSM Erasmus University, wijst zijn studenten op de marktwaarde van kennis. „Een mooi voorbeeld is het bedrijf Noldus Information Technology. Dat is opgericht door een bioloog uit Wageningen die onderzoek deed naar de oogbewegingen van sluipwespen. Met dezelfde techniek helpt Noldus nu bedrijven en wetenschappers om het kijkgedrag van mensen te bestuderen. Bijvoorbeeld hoe consumenten productverpakkingen bekijken.” Noldus heeft tegenwoordig meer dan tachtig medewerkers. Het bedrijf bedient klanten uit bijna de hele wereld.

3 Nederland moet uitvinders beter belonen. Dat werkt stimulerend. Wetenschapsminister Ronald Plasterk pleitte onlangs nog voor het beter belonen van wetenschappers in loondienst. De minister wil wettelijk vastleggen welk percentage ze van de eventuele opbrengst van hun vinding krijgen.

Zo heeft Malcolm Begemann, genomineerd voor ‘Europese uitvinder van het jaar’, vroeger goed verdiend bij producent Vitatron – maar niet met zijn slimme pacemaker. Voor het patent kreeg hij eenmalig een bonus van duizend euro. Ook Wouter Pijzel, directeur van de Nederlandse Orde van Uitvinders, was jarenlang als uitvinder in loondienst. „Aan het eind van het jaar kreeg ik een schouderklopje. Zo van: ‘goed gedaan, Pijzel’. En dat was het dan.”

4 Nederland moet zorgen dat er meer bètastudenten komen. Bedrijven vragen daar al jaren om. En ook de vooropleidingen zijn voor verbetering vatbaar. Bètastudenten zelf schreven oud-onderwijsminister Van der Hoeven dit jaar op www.lievemaria.nl een open brief over hun gebrekkige kennis. „De goede studenten belanden door het onderwijssysteem helaas in de middelmaat”, vindt docent Bodewes. „Differentiëren naar kwaliteit mag niet.”

Nederland mag best eens naar het buitenland kijken, vindt Bodewes. „In de VS bijvoorbeeld is het alumnibeheer veel beter. Op Alumni Homecoming Day komt echt iedereen uit heel de wereld ingevlogen. Belangrijk, want oud-studenten kunnen commerciële toepassingen bedenken voor wetenschappelijke kennis. In Nederland verliezen we oud-studenten nog te veel uit het oog.”

5 Nederland moet meer ambitie tonen om in de innovatietop te komen. Vooral onze Noorderburen, zoals koploper Denemarken, de snelle stijger Zweden (zes plaatsen) en Finland doen het gewoon goed. „Daar moet je realistisch in zijn”, zegt NOVU-directeur Pijzel. „De nummer-1-positie wordt heel moeilijk. Maar de top-3? Dat moet binnen nu en vijf jaar lukken. Echt waar.”

Opmerkelijk is de daling van de ‘opkomende’ landen China en India. Op 122 onderzochte landen zakt China 9 plaatsen op de ranglijst, naar nummer 50. India vier plaatsen, naar nummer 44. „Er zijn enorme regionale verschillen in die landen”, zegt Philips-man Wolf. „Bangalore in India, waar Philips een vestiging heeft, is echt booming. Maar even buiten de stad, is er geen pc meer te vinden.”