Dat zit zo

Oud-hoogleraar natuurkunde Jo Hermans schreef een boekje waarin hij in een taal die iedereen begrijpt allerlei huiskamervragen uitlegt. En dat allemaal in woorden zonder enige poespas.

Hoe hard kan een mens vallen? Bij zo’n vraag denkt Jo Hermans, oud-hoogleraar natuurkunde aan de Universiteit Leiden en een begenadigd popularisator, niet aan een frauderende collega of een falende politicus maar slaat hij aan het rekenen. Op een bierviltje: de kunst is met beredeneerde schattingen tot een antwoord te komen dat aardig in de buurt moet komen.

Wie denkt: „hoe hoger het vliegtuig vliegt waaruit ik spring, hoe harder ik op de grond knal”, heeft het mis. Wanneer je valt, neemt je snelheid toe. Maar daarmee ook de luchtweerstand die je ondervindt. Zodra er evenwicht is met de zwaartekracht, val je met constante snelheid verder. In de praktijk volstaat een hoogte van een kilometer om die maximumsnelheid te bereiken. Bij gespreide armen en benen landt de skydiver met zo’n 200 km per uur, ineengedoken stijgt dat getal tot 320. Hermans legt het allemaal keurig uit, er is geen speld tussen te krijgen.

Natuurlijk kan het sneller, maar dan moeten we starten op ijle hoogtes. Op 16 augustus 1960 steeg de Amerikaanse luchtmachtpiloot Joseph Kittinger per luchtballon naar een hoogte van 31.300 meter en sprong toen overboord. Op die hoogte is de luchtdichtheid nog maar 2 procent van de waarde op zeeniveau, zodat Kittinger bij benadering een vrije val in vacuüm inzette. Na 4,5 minuten was zijn snelheid opgelopen tot 980 kilometer per uur – waarna het dringend tijd werd af te remmen en de parachute te openen. Nog altijd is Joseph Kittinger ’s werelds snelste man in verticale richting.

Al jaren gaat Hermans met gezond verstand alledaagse vragen te lijf. Die zijn hem aangereikt door vrienden, buren, familie en studenten en met grote dankbaarheid zet de hoogleraar zich aan de taak de vragen naar beste weten te beantwoorden in een taal die iedereen begrijpt.

In Hoor je beter in het donker? heeft Hermans 76 kwesties gebundeld, aangevuld met 17 vermakelijke huiskamerproefjes. Hoe efficiënt is fietsen? Hoe komt de zee zo blauw? Kan geluid wegwaaien? Waarom ontploft een ei in een magnetron? Hermans heeft schik in het beantwoorden van dit soort vragen en leidt de lezer stap voor stap naar de oplossing. Wist u dat een halfvolle auto per persoon evenveel brandstof verbruikt als een vol chartervliegtuig?

Dat alles in woorden zonder poespas. „Dat zit zo.” „Niet dus.” „Blijft de vraag.”

Bij de presentatie van het boekje, in het theater van Museum Boerhaave, deed Hermans een aantal van de huiskamerproefjes voor. Gedreven jongleerde hij met ‘roekeloze wijnglazen’, demonstreerde ‘kapitalistische ballonnen’ en liet de twee tonen van een mok horen.

Hermans’ kijk als natuurkundige geeft soms verrassende resultaten. Zo krijgt de kaars het zwaar te verduren. Nadat hij de lezer heeft voorgerekend dat een gewone kaars 8 gram per uur kwijtraakt en dus 100 watt verbruikt, evenveel als een mens die zich niet al te zeer uitslooft, komt de hoogleraar na een serie berekeningen tot de zure slotsom dat qua lichtopbrengst (aantal lumen per watt) een gewone gloeilamp 80 keer zo goed is en een spaarlamp of LED (light emitting diode) zelfs 400 keer. Volg het advies de kaars bij de elektriciteitscentrale in de oven te gooien en bij spaarlamplicht te dineren.

Ook beroemde huiskamervragen passeren de revue. Waarom verzamelen theeblaadjes op de bodem van een kopje zich bij roeren altijd in het midden? Waarom is ijs zo glad? Bij welke snelheid heeft een autoweg de grootste capaciteit? Word ik minder nat als ik hard fiets?

En: Hoor je beter in het donker? Op die vraag luidt het antwoord: ja. Hermans trekt de parallel met de fata morgana. Ook geluidsgolven nemen bij de overgang van warme naar koude luchtlagen een bocht en bij een heldere nacht, wanneer het aan de grond kouder is dan daarboven, geeft dat als effect dat geluid verder draagt.

Jo Hermans, ‘Hoor je beter in het donker?’, 160 blz., ISBN 90 8571 061 8. Prijs: € 17,50.

Zondag spreekt Jo Hermans om 15.00u. in Museum Boerhaave waarvan Dirk van Delft directeur is.