Alle Roemenen zijn weg

Het lidmaatschap van de EU heeft de emigratie uit Roemenië alleen versneld.

Investeerders maken graag gebruik van de lage lonen. Voor Chinese immigranten.

Om het chronische arbeidstekort het hoofd te bieden dat Bacau, het traditionele centrum van de Roemeense textielnijverheid parten speelt, bedacht Sorin Nicolescu een oplossing. Het bedrijf gaat 800 werknemers uit China importeren. „De verklaring is heel eenvoudig”, zegt de algemeen manager van de Zwitserse kledingfabriek Wear. „Er zijn geen Roemeense werknemers meer, omdat ze allemaal in Europa zijn gaan werken.”

De stap van het bedrijf heeft een nationaal debat ontketend over de enorme gaten die zijn geslagen in de Roemeense beroepsbevolking en over de vraag of buitenlandse werknemers uit het Oosten de beste manier zijn om die leemten te vullen.

Buitenlandse investeerders voelden zich aangetrokken tot het arme Balkanland wegens de lage lonen en – sinds 1 januari – het lidmaatschap van de Europese Unie. Maar tegelijkertijd hebben juist deze lage lonen en de vrijheid van beweging binnen Europa geleid tot een emigratiegolf die de economische bloei van Roemenië bedreigt.

Roemenië, een land van 22 miljoen mensen, ontving vorig jaar 9 miljard euro aan directe buitenlandse investeringen. Dat droeg ertoe bij dat de economie met 7,7 procent kon groeien, met een werkloosheidspercentage dat in januari op 5,4 procent lag – ruim onder het EU-gemiddelde. Maar omdat de netto maandlonen op gemiddeld 282 euro liggen, hebben ruwweg twee miljoen mensen – ofwel 10 procent van de bevolking – het land sinds de val van de communistische regering in 1989 verlaten, aldus schattingen van analisten. Italië en Spanje zijn de populairste bestemmingen. Daar verrichten de Roemeense werknemers meestal handarbeid, legaal en illegaal, voor lagere lonen dan de plaatselijke bevolking.

Nicolescu zegt dat hij besloot werknemers in China te gaan zoeken, omdat hij daar in contact kon komen met een arbeidsbureau. Wie wordt aangenomen, moet uit eigen zak zo’n 1.500 euro betalen voor de reis en de vergoeding voor het arbeidsbureau, zegt een van de Chinese werknemers.

Als ze eenmaal zijn aangekomen in Bacau gaan ze aan de slag in een grote, onopvallende fabriekshal aan de rand van de stad. Binnen bedienen zo’n 170 Chinese vrouwen naaimachines op tafels vol kledingstukken.

De fabriek is schoon, pas in de verf gezet en goed verlicht. Het enige geluid is het snelle, repeterende gedreun van de naaimachines waarop de vrouwen voorgevormde kledingstukken aan elkaar naaien. Ze maken voornamelijk sportkleding voor merken als Prada en de Franse supermarktketen Carrefour. De hele productie is voor de export bestemd. Nicolescu zegt dat hij de vrouwen netto ongeveer 261 euro per maand betaalt. Het netto wettelijk minimumloon in Roemenië bedraagt 132 euro per maand.

Het bedrijf werkte tot 2003 met Roemeense werknemers. In dat jaar werden de activiteiten opgeschort omdat het aantal arbeidskrachten tot 200 was afgenomen. Nicolescu zegt dat het bedrijf honderden personeelsadvertenties heeft geplaatst, maar dat er geen reacties zijn binnengekomen. „Het is heel moeilijk werk, dat niet goed wordt betaald”, geeft hij toe.

Nicolescu vindt het niet prettig om aangewezen te zijn op buitenlandse werknemers. „Ik moet ze ook van voedsel en een dak boven hun hoofd voorzien”. Dat betekent iedere maand nog eens 100 euro extra per werknemer, bovenop de 400.000 euro die hij heeft moeten uitgeven om slaapvertrekken te bouwen.

Volgens critici zou de fabriek Roemeense werknemers kunnen vinden, als zij betere arbeidsvoorwaarden zou bieden. Nicolescu brengt daar tegenin dat hogere lonen de internationale concurrentiekracht van zijn producten zouden ondermijnen. Volgens Cornelia Barbu, onderdirecteur van het arbeidsbureau van Bacau, hebben haar inspecteurs goed gekeken naar de arbeidsomstandigheden van de Chinese werknemers. „Ze worden goed behandeld, ze hebben een gezelligheidsvereniging en een keuken”, zegt ze. „Ze leiden een beter leven dan de meeste Roemenen in het buitenland.”

Xiu Xian Hong, die vorig jaar arriveerde, meent dat haar leven in Roemenië beter is dan in China. „Het is hier stil, en de lucht is veel schoner”, zegt zij. „Het is hetzelfde werk, maar de betaling is beter.”

©The New York Times, 2007, vertaling Menno Grootveld