Vioolbouwer gaat op het oog voor mooi, niet voor akoestiek

rotterdam. Vioolbouwers zijn niet in staat het juiste hout te kiezen, zonder het traditionele bekloppen, op de hand wegen en het op het oog keuren. Meestal kiezen ze hout dat er mooi uitziet, maar dat heeft lang niet altijd goede akoestische eigenschappen. Dat schrijven internationale houtexperts in de Journal of the Acoustical Society of America. Veertien Oostenrijkse vioolbouwers kregen 84 vurenhouten plankjes, traditioneel het hout dat voor de klankkast wordt gebruikt, met een dikte van 16 millimeter voorgelegd. De vioolbouwers beoordeelden de plankjes op akoestische en esthetische kwaliteit en op `algehele` geschiktheid. De wetenschappers gebruikten apparatuur en maten de geluidssnelheid in het hout en de demping en resonantiefrequentie. Ook maten ze de sterkte (elasticiteit) en hardheid en beoordeelden de fijnheid en regelmaat van de vernerving. De conclusie: de vaklui kiezen vaak het verkeerde hout. De wetenschappers oordelen mild: dankzij hun vakmanschap maken ze daar toch heel goede violen van.